Hij hield niet van deze tijd, vertelde hij

In Ally Wat voorafging: Jasper liet zich overhalen om een schadevergoeding te betalen aan een jongen die vanuit zijn raam was beschoten door Vince en een vriend van hem.

Het was drie uur ’s middags toen Opa Ralph de voordeur opendeed. In zijn onderbroek. „Wat is dit?”, vroeg hij. „Heb je het hele gezin bij je?”

„Het is maar één keer per jaar Vaderdag.” Jasper drukte zijn vader een fles witte Bourgogne in de hand. „Of had je er al één openstaan?”

Ze gingen allemaal in de woonkamer zitten. Ava, Vince en Benjamin op de ene bank, Monique naast Jasper op de andere. Ralph trok een rode joggingbroek aan en ging op zijn stoel zitten. Hij zei dat Elsbeth, zijn vijftien jaar jongere vriendin, ze was pas 64, snel onder de douche was gesprongen.

„Je weet nooit of dit jouw laatste Vaderdag is.” Jasper lachte om zijn eigen grap, verder bleef iedereen stil.

„Ik wist niet eens dat het dit weekend Vaderdag was.” Ralph keek naar het lege wijnglas op het tafeltje naast zijn stoel. „Zelf heb ik geen vader meer.”

Benjamin wees naar de boekenkast en vroeg: „Wat zijn al die kaarten?”

Jasper had ze al eerder gezien, de rouwkaarten die zijn vader in de boekenkast zette. Nu pas zag hij hoeveel het er waren. Door alle kaarten kon je de boeken die erachter stonden bijna niet meer zien. Sinds Jasper hier twee maanden geleden voor het laatst kwam, waren er zeker vijf bij gekomen.

„Het gaat snel, de laatste weken”, zei Ralph.

„Waarom zet je ze hier allemaal neer?”, vroeg Jasper. „Zo kijk je er de hele dag tegenaan. Vind je het zelf niet een beetje macaber worden?”

„Ik probeer vast inspiratie op te doen. Voor het ontwerp van mijn eigen kaart.” Opa Ralph lachte om zijn eigen grap, verder bleef iedereen stil.

Snel keek Jasper naar de kinderen. Die zaten allemaal op hun telefoon, dus hij kon het vragen: „Denk je er vaak aan? Wat als het zover is?”

„Als ik ongeveer jouw leeftijd had.” Ralph bekeek zijn zoon en daarna het gezin dat hij had meegenomen. „Of liever nog jonger, eigenlijk. Dan had ik wel door gewild. Maar zoals ik nu ben?” Hij praatte verder, over hoe zijn leven mooi was geweest, dat hij meer had bereikt dan hij verwachtte. En hij hield niet van deze tijd.

„Wat bedoelt u?”, vroeg Monique.

„Dit. Dit bedoel ik. Waarom zeg jij u tegen mij?”

Monique vroeg wat het probleem was.

„Ik ben van de rock-’n-roll. Mijn ouders vonden dat je u moest zeggen, wij gingen daartegenin. En nu zegt iedereen u tegen mij.”

„Het is een vorm van respect”, zei Monique. „Zo ben ik opgevoed.”

„Respect.” Opa Ralph sprak het uit alsof hij ervan moest overgeven. „Ook weer zo’n term. Betekenisloos. Net als die spelletjes met woorden. Mijn hele leven heb ik gezegd: neger. Of homofiel. Hele normale woorden. En nu is dat ineens verboten?”

Voordat Monique antwoord kon geven, zei Jasper: „Zie je die stoel waar mijn vader op zit? Die is zoals de stoel waar Archie Bunker op zat, in All in the Family. Mijn vader denkt dat hij de opstandige schoonzoon is uit die serie, daar identificeert hij zich mee. Wat hij alleen niet begrijpt: hij is nu zelf Archie Bunker geworden. Een ouderwetse man die de nieuwe tijd niet kan volgen.”

Monique kende All in the Family niet.

Jasper praatte verder, over hoe zijn vader niet begreep dat rock-’n-roll nu hiphop was geworden. Dat was de muziek van de opstandige jeugd, alleen snapte zijn vader niet hoe ironisch het was dat hij nu zelf riep dat hiphop geen echte muziek was – net zoals de generatie van zijn eigen ouders zestig jaar eerder hetzelfde beweerde over rock-’n-roll.

Opa Ralph begon uit te leggen dat zijn ouders niets begrepen van muziek en hij wel, dus hun mening klopte niet en zijn eigen oordeel over hiphop was wel juist – tot hij werd onderbroken door Monique.

„Dit is hoe jullie Vaderdag willen doorbrengen?”, vroeg ze.

„Wij houden van conversatie”, vond Ralph.

„En discussie”, zei Jasper.

„Heb je je vader al verteld over die schietpartij van je zoon?”, vroeg Monique. „En hoe je dat hebt opgelost?”