Beeld Kaat Suringa

Interview

Elke dag schildert zij het park

100 schilderijen Kunstenares Kaat Suringa wandelt elke dag naar het Wilhelminapark en schildert het dan. De teller staat op 56.

Kaat Suringa (56) woont in een klein huis vlakbij het Wilhelminapark in Utrecht. Als je door de voordeur naar binnenstapt, kom je meteen in haar atelier. Aan een muur hangen vier spieramen klaar, een rol linnen staat te wachten in een hoek. Olieverf in alle kleuren, een paar grote doeken bij het raam. Stillevens met oesters op een feestelijk gedekte tafel. Veel schilderijen van dahlia’s. Een drieluik van duinen.

Stap je de deur weer uit dan ben je na drie minuten wandelen in het park, waarover ze ons een paar maanden geleden mailde: „Ik schilder dit park sinds november jl. Honderd schilderijen van bescheiden formaat is mijn droom. De teller staat op 27. De wijze waarop ik Covid tackle.” Aanleiding voor de mail: Wim Pijbes’ wekelijkse rubriek ‘Parkzicht’. „Daardoor kreeg ik zin u te schrijven.”

Intussen staat de teller op 56. Op houten paneeltjes van vijftien bij dertig centimeter zie je bomen afsteken tegen fel gekleurde luchten, soms worden ze weerspiegeld in het water van de vijver, zie je dankzij een doorkijkje wat huizen, volgt je blik een besneeuwd pad. Die schilderijtjes maakt ze thuis, nadat ze tijdens een ochtendwandeling een paar schetsen heeft gemaakt en wat foto’s genomen.

Lees ook de rubriek Parkzicht van Wim Pijbes: Het Wilhelminapark, geplant voor de pasgeboren koningin

Wat bracht u ertoe het park op deze manier te schilderen?

„Een meubelwinkel bij mij in de buurt verkocht een tijdlang verf, de kleurstalen stonden op houten plankjes. Toen ze stopten met de verkoop van verf vroegen ze of ik die plankjes wilde hebben. Het was een hele stapel, ik had ze op de trap gelegd en ik kon er nog maar net langs. Op een dag dacht ik: als ik nou eens op een paar daarvan het park ging schilderen? Maar eigenlijk zijn die plankjes niet mijn formaat: ik hou van groot, de meeste van mijn schilderijen zijn één tot twee meter hoog. Toen bedacht ik: weet je wat, ik maak er honderd. Dan is het toch groot.”

Het is allemaal erg kleurrijk en vrolijk makend.

„Ik wil graag het gevoel delen dat dingen mooi en fijn kunnen zijn. Oesters die liggen te wachten op het bezoek van je vrienden, de champagne die je erbij gaat drinken staat klaar. Of dat je een zonnig duinlandschap ziet en je herinnert hoe lekker warm zand tussen je tenen altijd voelt. Dat je dat allemaal met een schilderij kunt oproepen, heb ik geleerd van mijn vader, die mij vaak meenam naar het museum en dan zei: een schilder heeft alleen maar wat bakjes met kleuren, bruin, geel, rood, blauw, niet te veel blauw want dat is duur, en kijk dan: die juwelen, dat haar, die jurk – hoe is dat mogelijk. En dan viel mijn mond open: ja, hoe kón dat. En dat kán dus, je kunt met niet meer dan wat verf een hele wereld oproepen.”

U ging naar de kunstacademie.

„En ik nam me voor: ik ga nooit abstract schilderen. Niet dat ik daar tegen ben, ik kan erg genieten van moderne kunst. Maar dat genieten houdt op als ik tekst nodig heb om te begrijpen wat ik zie. Die taal wilde ik niet leren spreken, ik wilde niet vanuit mijn hoofd mijn schilderen regisseren. Ik wilde – ja, hoe zeg je dat als vrouw. Ik wilde schilderen vanuit mijn ballen.”

Wat wilt u ons laten ervaren als we uw parkpaneeltjes zien?

„Door corona is het nu veel drukker in het park. Mensen wandelen er, doen aan yoga, boksen, tai chi. Ik denk dat het een heel ander gevoel geeft als je dat zou doen op een open veld zonder bomen. Het park verbroedert volgens mij. En ik hoop dat mensen dat gaan onthouden. En dat als ze later mijn paneeltjes zien, ze denken: oh ja, die bomen kon je zien toen we daar samen op onze yogamatjes lagen. En die keer dat we er waren toen de zon onderging, wat een mooie dag was dat.”