Als je de klaproos plukt, is-ie al verwelkt voordat de vaas is gevuld

Zap De klaproos haalde eindelijk het NOS Journaal. Maar nergens vloeide dinsdagavond cultuur en natuur zo fraai samen als in Opium op Oerol (AvroTros).

Klaprozen in het NOS Journaal van acht uur.
Klaprozen in het NOS Journaal van acht uur. Beeld NOS

Eindelijk haalde de klaproos het NOS Journaal – en dan niet eens als bedreigde bloem, maar omdat het natte voorjaar na een hete zomer in het voorgaande jaar precies is waar de klaproos van houdt. Peer Ulijn maakte een bloeiende reportage over „ontelbare zaadjes die klaarliggen om te ontkiemen. En daar zijn ze. Felrood in het groene gras. Ze schreeuwen om aandacht.”

Het nieuwsprogramma legde ons uit dat de rode kleur van de bloemen weinig nut heeft, omdat insecten geen rood zien. (Behalve dan een kevertje in het Midden-Oosten, waar de klaproos oorspronkelijk vandaan komt.) Natuurlijk kwam ook de kwetsbaarheid van de klaproos aan de orde: „Als je ’m plukt, is-ie al verwelkt voordat de vaas is gevuld.”

Misschien moeten we komkommertijd voortaan klaprozentijd noemen en dan één keer per week een bloem in het zonnetje zetten in het NOS Journaal. „Klaprozen doen het goed op verstoorde grond”, zei een onderzoeker. Feitelijk verzorgt het Journaal dagelijks de eerste verslaglegging van waar in de wereld de grond nu weer verstoord is geraakt.

Hallucinerend handhapje

Het verging de klaprozen op NPO1 hoe dan ook beter dan hun neef de rimpelroos op NPO2, want die bloem verdween halverwege Opium op Oerol zomaar in de mond van televisiekok Yvette van Boven. De bloem was onderdeel van een ‘handhapje’ dat verder bestond uit een mogelijk hallucinerende dennenappelgelei. Van Boven liet zich achterover vallen in het Terschellingse groen en wachtte de werking van het handhapje af.

Cultuur en natuur vloeien nergens op tv zo fraai samen als in Opium op Oerol (AvroTros), dat Cornald Maas nu al voor het tweede jaar maakt zonder dat er op Terschelling daadwerkelijk een festival plaatsvindt, overigens zonder dat het programma daar bijzonder onder lijdt. Maandag had Maas gezelschap van schrijver Hanna Bervoets, voor wie Terschelling tot nu toe een eiland te ver was geweest: „Dan moet ik met de trein en met de boot en met de fiets en dan vind ik het moeilijk.”

Ze bezochten een typische Oerol-voorstelling, gespeeld aan de rand van een bos. Er werd gehold, er hingen infuuszakjes aan een boom en een stem zei: „Heel lang geleden liepen Hier en Daar als broer en zus over de aarde. Toen Mens dit zag werd hij jaloers en met een vlijmscherp mes sneed hij Hier en Daar in Tweeën. Sindsdien is mens meer Daar dan Hier.” Zo werd het existentieel ongemak van de moderne mens pardoes op de staart getrapt. Toen kroop er alweer een vogelachtig wezen uit een reuzenei en werd de mens gegeseld voor zijn misdaden tegen de natuur. „Ademhalen doe ik wel als ik dood ben”, klonk het aan de bosrand.

Wat theatergezelschap Gouden Haas hier precies mee bedoelde? Kunst op Oerol heeft wel iets van een klaproos: een fenomenaal gezicht, maar probeer het niet te plukken, want het verwelkt voor je het vasteland bereikt.

De mens als opblaaspop

Als Oerol het noordpuntje van de kunstwereld is, dan is Jeff Koons de zuidkaap. De Amerikaanse superster was neergedaald in College Tour (KRO-NCRV), waarin hij door Twan Huys hoofdzakelijk biografisch en financieel werd ondervraagd. Een van de studenten informeerde naar het moment waarop Koons (66) zijn eigen stijl ontdekte. De kunstenaar vertelde omstandig en ernstig over een installatie die hij had gemaakt met een roze opblaaskonijn en spiegels.

Hij weidde uit over de hoeken van waaruit je het kon bekijken en vergeleek de mens met een opblaaspop: op een gegeven moment lopen we leeg. Het symboliseerde voor hem de verbinding „met een intensiteit die groter was dan ikzelf”. Het opblaaskonijn was Koons’ klaproos.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.