Het Wilhelminapark, ter ere van de inhuldiging van de koningin

Parkzicht In Utrecht staat bij het Wilhelminapark al 123 jaar een koningslinde, ziet . Het park werd geopend in het jaar van de inhuldiging van de koningin.

Foto Walter Herfst

Wie een dwarsdoorsnede van ons land wil maken hoeft alleen maar langs de 227 straten, parken en plantsoenen te reizen die vernoemd zijn naar onze huidige koning. Geboren in 1967, op een moment waarop veel gebouwd werd en de behoefte aan nieuwe straatnamen groot was.

Bovendien een tijd waarin de wereld kantelde en houvast werd gezocht in een vertrouwde constante als het koningshuis. Zo vinden we Willem-Alexanderparken in bijvoorbeeld Best, Noordwijk, Veenendaal, Zoetermeer en Zaltbommel. Het vernoemen van parken naar leden van het Huis van Oranje kent een lange traditie die eind negentiende eeuw een hoge vlucht nam.

Symbolischer nog was het planten van een herdenkingsboom, een koningslinde. Deze typisch Hollandse boom staat overal in het koninkrijk ter herinnering aan een koninklijke geboorte, huwelijk of inhuldiging. De oudste (en ik vermoed ook de meeste) aan Wilhelmina, de jongste aan Amalia. Wilhelminabomen zijn stuk voor stuk volgroeide prachtexemplaren, allen geplant in 1898, het jaar waarin de jonge vorstin 18 wordt en de troon bestijgt. Ik kwam ze tegen in Leiden, Schoonhoven, Gouda en Utrecht. Een beproefde vorm van propaganda, immers: wie een boom plant heeft vertrouwen in de toekomst.

Vaak werd het geld voor een Wilhelminaboom opgehaald door ‘offertjes van de schooljeugd’. De Wilhelminaboom in Gouda zou een aangename herinnering zijn voor de kinderen „(…) als zij later den boom, naar wij hopen welig opgeschoten zijnde, in den tuin van den vorigen burgemeester ontmoeten”. Aldus de Goudsche Courant in 1898. Aan de rand van het Utrechts Wilhelminapark staat eveneens een imposante koningslinde, geplaatst door de vereniging tot Veredeling van Volksvermaken, zo lees ik op het sierlijke art nouveau hekwerk dat de boom al 123 jaar beschermt. Ik kom echter niet voor de boom maar voor het naastgelegen park, dat net zo oud is.

Lees ook het bijbehorende interview met kunstenares Kaat Suringa: Elke dag schildert ze het Wilhelminapark

Solitaire bomen

De aanleg in late landschapstijl is van tuinarchitect Hendrik Copijn en Jan Anthony Loran, die werkzaam was bij de gemeente Utrecht. Met hun inzendingen wonnen zij beiden de prijsvraag om een wandelpark te ontwerpen, de gemeentelijke opdrachtgever wilde niet kiezen en zo ontstond een gemeenschappelijk plan. Hendrik Copijn, telg uit een geslacht van boomkwekers en tuinarchitecten, heeft hier duidelijk zijn stempel op het eindontwerp weten te drukken. Ondanks de bescheiden oppervlakte hebben alle onderdelen van een geslaagd stadspark hier een logische plek gekregen: een grote vijver, een ligweide en grote solitaire bomen als blikvangers. Het sfeervolle theehuis aan de vijver is een van de mooiste parkpaviljoens van ons land, een riet-gedekte lommerrijke oase. Ingeklemd tussen statige villa’s biedt deze tien hectare stadspark precies voldoende ruimte om de stad even te ontvluchten.

Sinds 2001 is het Wilhelminapark een rijksmonument en daarmee wettelijk beschermd. Maar net als bij groene monumenten in andere steden handelt ook hier de lokale overheid regelmatig in strijd met deze beschermde status. De Stichting Wilhelminapark, ooit opgericht tegen de gemeente maar inmiddels gesprekspartner van diezelfde gemeente, bekommert zich namens de ruim vijfhonderd betrokken donateurs over het wel en wee van het park. Wat mij opvalt is dat het in Utrecht net is als elders in ons land. Wanneer een oude boom omwaait, vervangt de gemeente deze bij gebrek aan middelen door een jongeling met minimale stamdikte van circa twaalf centimeter. Maar dankzij de stichting kunnen gelukkig veel dikkere vervangbomen worden gekocht, het verschil wordt bijgepast en zo blijft het monumentale beeld behouden.

Vrijwilligers werken mee aan de jaarlijkse winterschoonmaak en helpen de overlast van zomerbarbecues te beperken. Gesprekken lopen over door de gemeente geplande, maar monumentaal misplaatste standaardtoiletvoorzieningen, die niet in het park passen, evenals de toename van het aantal evenementen met zwaar materieel. Dan klinkt de bodem verder in, en worden de wortels van de monumentale bomen beschadigd, die vervolgens bij de eerste herfststorm het loodje leggen. De stichting heeft het er maar druk mee. Maar er gloort hoop! Deze tweede coronazomer laat opnieuw zien dat stadsparken bij velen geliefd zijn en dat overal particulieren opstaan die zich het lot van de parken aantrekken. Ik voorspel alvast meer aandacht voor stadsparken bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen.

Correctie 17 juni: In een eerdere versie stond zowel in de kop als de intro dat het Wilhelminapark werd vernoemd naar de toen pasgeboren koningin, maar het park werd naar haar vernoemd ter ere van haar inhuldiging.