Door voetballer Eriksen is er veel meer aandacht voor reanimatie

Hartstilstand EK Het belang van reanimatie wordt gezien, maar er is te weinig draagvlak voor verplichte schoollessen. „Niemand voelt zich écht verantwoordelijk.”

Voorzitters van de jongerenafdelingen van politieke partijen kregen in 2019 op het Plein in Den Haag een demonstratie in reanimeren.
Voorzitters van de jongerenafdelingen van politieke partijen kregen in 2019 op het Plein in Den Haag een demonstratie in reanimeren. Foto Laurens van Putten/HH

Sociale media, rotary-clubs, fondsenwerving, handtekeningacties. Al jaren probeert Ton Gorgels, emeritus hoogleraar cardiologie, de reanimatie onder de aandacht te brengen. Hij werkte mee aan een actie bij voetbalclub Roda JC, bracht het onderwerp naar de avondshow van Humberto Tan, gaf cursussen op het Binnenhof – „ook aan de minister”.

Maar het massale bewustzijn nú, gerezen na de hartstilstand van de Deense oud-Ajacied Christian Eriksen, zaterdag op het EK voetbal, die is ongekend. Het Rode Kruis verkocht in de 24 uur erna vier keer zoveel reanimatiecursussen. Bij de Hartstichting meldden zich dinsdag achthonderd nieuwe vrijwilligers voor het netwerk van burgerhulpverleners – normaal veertig. Gorgels: „Iemand valt neer voor een miljoenenpubliek. En dan loopt het ook nog goed af. Dankzij de reanimatie. Hopelijk zien we dit als een aanleiding om nog meer levens te redden.”

Dan moet je wel weten hóé.

Ton Gorgels was in de jaren 90 betrokken bij de opkomst van de reanimatiecursus. Het besef rees bij cardiologen dat ze pas handelend kunnen optreden als iemand lévend het ziekenhuis bereikt. Dus moet iemand buiten de ziekenhuismuren – een leek, die kan reanimeren – actie ondernemen. Geïnspireerd door verbeterde reanimatietechnieken in de VS begonnen cardiologen van onder meer Maastricht University, waar Gorgels werkte, met dataverzameling: hoe vaak komt een hartstilstand voor, hoe vaak is reanimatie effectief, etc.

Defibrillatoren

Later, in de jaren nul, hielp Gorgels met het opzetten van een netwerk van AED’s – defibrillatoren. De eerste kwam te hangen in Brusselse Poort, een winkelcentrum in Maastricht. „Die heeft inmiddels een paar levens gered.” En nu hangen er duizenden, overal in Nederland. In sportclubs, instellingen, woonwijken. Ook hielp Gorgels mee met de opzet van het huidige HartslagNu, een netwerk van burgerhulpverleners die via de telefoon melding krijgen als iemand in de buurt een hartstilstand heeft.

Er wordt al zoveel van ons onderwijs gevraagd

Arie Slob onderwijsminister tegen reanimatie als verplichte schoolles

Dat hele netwerk, van ambulancezorg tot vrijwilligers en AED’s, heeft ertoe geleid dat Nederland hoog scoort in de internationale lijstjes als het gaat om overleving bij een plotselinge hartstilstand.

Alleen, het kan nog véél hoger, denkt Gorgels. „Als iedereen in Nederland weet hoe je een reanimatie moet uitvoeren.” Door scholing, zoals in Denemarken, Portugal, België, de VS. Daar is een reanimatiecursus op school wettelijk verplicht. In Nederland worden ze op sommige scholen aangeboden, maar op velen ook niet. Zo’n verplichte cursus, de laatste stap naar een fijnmazig netwerk van hulpverlening, blijkt al jaren een no go.

Onlangs, in april, deed de directeur van het Rode Kruis nog een verwoede poging. Ze sprak op uitnodiging in de Tweede Kamer over de 14-jarige Ruben uit Nijkerk die zijn vader thuis had gered van een hartstilstand, door een reanimatie, geleerd op school. Demissionair minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) beloofde te onderzoeken in hoeverre hij scholen hierin zou kunnen „faciliteren”. Maar een verplichting? Dat vond hij een brug te ver. „Er wordt al zoveel van ons onderwijs gevraagd.”

Meerdere keren per jaar ziet longarts Sander de Hosson een tatoeage bij een van zijn patiënten waarin wordt verzocht niet te reanimeren. Is dat rechtsgeldig, vroeg hij zich af. Lees ook: Tatoeëer me wel, reanimeer me niet

Het is een reactie die Ton Gorgels vaker hoort. Dan spreekt hij met scholen en leraren en zeggen ze: het curriculum zit vol. Begrijpelijk, het onderwijs in Nederland is nogal eens aan verandering onderhevig „en scholen zijn beducht voor extra taken”. Reanimatie kan bovendien een emotioneel beladen onderwerp zijn, „het roept wat drempels op”.

Maar zo hoog hoeven die drempels niet te zijn, zegt hij. Twee uur per jaar per klas. Tijdens de gymles op de middelbare school, als fysieke vaardigheid. „Liefst vier jaar lang, zodat het beklijft.” Studenten geneeskunde kunnen de cursus kosteloos verzorgen, inclusief materiaal. „Zoiets gebeurt al op ruim vijftig scholen.”

Iedereen ziet het belang en er is heus interesse voor de verplichte reanimatiecursus, ziet Gorgels. Maar het draagvlak, ziet hij ook, is nét niet groot genoeg. Dan zegt het onderwijs: waarom moeten wíj dat doen? Hetzelfde hoort hij bij de GGD’s, of als hij aanklopt bij de Provincie, de Veiligheidsregio’s. „Niemand voelt zich écht verantwoordelijk.”

Lees ookover de reanimatie van Christian Eriksen

Gorgels hoopt dat na de hartstilstand van Eriksen het belang van reanimatie nu eens echt beklijft. „Ditmaal was het een bekend persoon, maar het treft dagelijks ook tientallen onbekenden.”