Reportage

’s Nachts door een donker bos wandelen is romantisch én eng

Nachtwandelen De duisternis kan romantisch en tegelijkertijd eng zijn. Maar zijn je ogen eenmaal gewend, dan zie je meer dan je had gedacht.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Het is de nacht van donderdag 10 op vrijdag 11 juni: de zon gaat onder om 21:59 uur en komt op om 05:11 uur. Nieuwe maan, dus geen maanlicht. Het is een perfecte nacht om eropuit te gaan, zo vlak tegen de midzomernacht aan.

Eerst ga ik vannacht na zonsondergang met twee gidsen van Staatsbosbeheer het Speulder- en Sprielderbos op de Veluwe in. Vanuit het gehucht Drie, vlak onder Ermelo, organiseren zij nachtwandelingen, onder meer ‘Veluwe bij nacht’. Deze zelfde nacht, in alle vroegte voor zonsopkomst, ontmoet ik ook Jose Mendoza, een Peruaan die sinds 1991 in Nederland woont. Al ruim twee jaar staat hij, ongeacht het seizoen, elke ochtend om kwart voor vijf op om twee uur lang een wandeling vanuit zijn woonplaats Voorhout bij Leiden te maken. Hij is een loner, een nacht- en ochtendwandelaar. ’s Winters is het op dat tijdstip nog pikzwart buiten, ’s zomers begint het al te gloren.

Voor die wandelingen heeft hij een reden: door het loslaten van zijn netvlies dreigt hij blind te worden, hij is 55 en heeft twee dochters, Lucia en Julia. Mocht dat eenmaal zo zijn, dan wil hij in zijn nabije omgeving blijven functioneren. Daarom volgt hij zeven dagen per week enkele vaste routes. De foto’s die hij maakt plaatst hij op Facebook. Het donker bezit voor hem een toekomstige realiteit. Met één oog ziet hij alles misvormd en met het andere slechts 70 procent. En hij ziet geen diepte.

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Donkerste bos van Nederland

Het licht op deze nacht is nauwelijks meer dan enkele uren weg. In het diepe bos in het holst van de Veluwe steken de grillige contouren van de bomen zwart af tegen de bijna verduisterde hemel. „Het Speulderbos is het donkerste bos van Nederland”, zegt boswachter Monique Zondag. „Het kan hier zo donker zijn dat je geen hand voor ogen ziet. Als we met een groep een nachtwandeling maken, legt de een de hand op de schouder van de voorganger.”

We kijken naar bomen die de ‘dansende bomen’ van het Speulderbos heten. In de Middeleeuwen werden hier eiken en beuken gekapt voor de huis- en scheepsbouw: alleen rechte bomen kwamen in aanmerking, de krommen bleven staan. En staan er nog. Ze lijken met hun beweeglijke vormen inderdaad te dansen, zelfs ’s nachts.

De nachtelijke natuurwereld van het donkere bos, de heide of duinen oefent een grote aantrekkingskracht uit. Maar iedereen kent de verbodsbordjes aan de rand van bossen en natuurgebieden: ‘Niet betreden tussen zonsondergang en zonsopkomst.’

Die staan er niet voor niets. De natuur heeft rust nodig, vogels en dieren mogen niet gestoord worden. Desondanks willen mensen tóch de verboden zone van het nachtbos in, of hebben ze de nacht nodig om een andere reden, voor verinnerlijking bijvoorbeeld, of het zoeken naar stilte. Om kracht op te doen.

Nachtwandelingen zijn geliefd, zegt Zondag. „Een duister bos is romantisch, maar sommige mensen vinden het ook eng. Daarom kiezen die voor nachtwandelen in gezelschap, onder begeleiding. De eerste voorwaarde die we stellen is dat mensen beslist stil moeten zijn, dat is het protocol. Geen ritselende kleding, niet praten, elke beweging gedempt.”

Wie eenmaal een bos na zonsondergang heeft betreden, als de nacht is gevallen, begrijpt waar die bekoring vandaan komt: het donker spreekt andere zintuigen aan. Je gaat meer vertrouwen op je gehoor. Elk krakend takje of een windvlaag door de bomen hoor je scherper en beter dan overdag.

Zijn je ogen eenmaal gewend, dan zie je meer dan je had gedacht. Natuurgids Sjarif Haberham, die vele nachttochten begeleidt, let bijvoorbeeld op het zandpad dat tussen de boomkronen door natuurlijk licht van maan of sterren vangt en daardoor oplicht. Behalve stilte is wet nummer twee: geen zaklamp meenemen en nooit het scherm van de mobiele telefoon laten schijnen. Dat stoort de nachtdieren. Opeens zien we tussen de bomen de massieve, zwarte vorm van wilde zwijnen tevoorschijn komen, gevolgd door een hele rits rennende biggen, de frislingen. In de verte klinkt de huiverende roep van de bosuil.

Zondag: „De nacht op de Veluwe is geliefd omdat de mensen het wild willen zien, zoals zwijnen, of tijdens de bronsttijd de burlende herten. Ik kom weleens mensen tegen met zwaaiende zaklampen die dan zeggen: ‘Niets gezien!’ Nee, natuurlijk niet, ze hebben de dieren verjaagd. Dat willen we als Staatsbosbeheer, maar ook de andere natuurbeherende organisaties op de Veluwe, zoals Natuurmonumenten en het Geldersch Landschap, voorkomen. Daarom organiseren we duisternistochten als ‘Veluwe bij nacht’, de ‘Bosuilentocht’ en ‘Volle maantocht’ of nachtexcursies naar de wildarena’s Witte Hoogt of Hazenbergen.”

Voordat mensen op nachtexcursie gaan, krijgen ze in de ontvangstschuur van Staatsbosbeheer toelichting. Zondag: „Het moet tijdens de wandeling zo stil zijn, dat je bij wijze van spreken de dauw kunt horen vallen.” En Haberham kiest altijd een moment aan het begin van de tocht waarop hij zegt: „Vanaf hier mag niemand meer iets zeggen.” Maar, voegt hij eraan toe, „al houd je je mond, er is zoveel dat lawaai maakt: klittenband, ritseljassen. Die volkomen stilte is in het belang van het wild én van de wandelaar zelf.”

Foto Dieuwertje Bravenboer
Jose Mendoza (55) staat elke ochtend om kwart voor vijf op om te wandelen.
Foto Jose Mendoza
Foto links Dieuwertje Bravenboer, Foto rechts Jose Mendoza

Eén met de natuur

Het lijkt een dilemma: ’s nachts de natuurgebieden ingaan. Dat beseffen de gidsen ook. Maar juist de tochten onder begeleiding en met een beperkt aantal, soms met kinderen (vanaf tien jaar), laten deelnemers de waarde van de nachtnatuur beseffen. Dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en niet zomaar zelf gaan nachtstruinen.

Enkele uren later, in de nanacht, vertelt Jose Mendoza over zijn duisterniswandelingen door de bollenstreek bij Voorhout: „Elke keer is een wandeling anders. Geen nacht of vroege ochtend is hetzelfde. Ik ontleen hier zin en betekenis aan.” Door de dreiging van zijn visuele handicap nam hij dit besluit, als een vorm van zelfgenezing: „Ik moest voor mezelf een plan maken en een goal hebben. Ik groeide op in de bergen van Peru op drieduizend meter hoogte en was daar één met de natuur. Dat wil ik in Nederland ook.”

Dankzij zijn foto’s op Facebook heeft Mendoza talloze volgers, niet in de laatste plaats door de beschouwende teksten die hij eraan toevoegt, zoals: „Gisteren is weg en komt niet meer terug, vandaag is een dag die je hebt en het zit vol met mogelijkheden. Gisteren is al gestorven en leeft alleen in foto’s en herinneringen. Leef je 24 uur met intensiteit.”

Mendoza loopt opvallend doelgericht, zo goed kent hij de weg. We passeren lege bollenvelden waarvan de tulpen zijn gekopt. Toen Mendoza dat op een ochtend voor het eerst zag, schrok hij: „Alle kleur opeens weg, van de ene dag op de andere.” Of hij ontdekt dat er zomaar een rij van dertig bomen is gekapt. „Daarom zeg ik dat elk moment anders is. Gisteren stonden die bomen er nog, een dag later zijn ze verdwenen. Dat doet pijn, die bomen zijn ook van mij, ze maken deel uit van mijn omgeving.”

Als we langs bloeiende volkstuinen komen of de prachttuin van De Tulperij kan hij zijn enthousiasme niet onderdrukken: „Dit is een rijkdom voor het oog.” Zelfs in het halfduister van de vroege ochtendschemer ziet hij de kleuren opklaren.

De nacht, die vandaag officieel om tien uur begon en om vijf uur eindigde, kan voor Mendoza eens altijddurend zijn. Zijn foto’s gelden als bewijs dat hij „het vroege licht gezien heeft”. Ook schreef hij een boek over zijn persoonlijke geschiedenis, waarin zijn afnemende gezichtsvermogen een belangrijke rol speelt. Het is geschreven in het Spaans en vooral bestemd voor zijn dochters. Er zijn plannen het te vertalen, onder meer in het Nederlands. „Ik heb kung fu geleerd met een Chinese leermeester. Zijn belangrijkste les is dat alle kracht in jezelf schuilt en dat je veranderingen moet leren accepteren. Mijn toekomst is nog onzeker, maar dat ik in de nacht kan lopen betekent dat ik later nog steeds in de nacht zal kunnen lopen, want de weg is vertrouwd.”