Reportage

Zwerfkinderen in Ceuta geven hun Europese droom niet zomaar op

Spaans Afrika Sinds Marokko in mei een toeloop op de Spaanse exclave Ceuta toestond, verblijven ruim duizend minderjarige Marokkanen in dit stukje Europa in Noord-Afrika. Tussen twee werelden in, maar met de blik ferm op het Spaanse vasteland.

Meer dan duizend minderjarigen zwerven door de Spaanse exclave Ceuta in afwachting van een oversteek naar Europa.
Meer dan duizend minderjarigen zwerven door de Spaanse exclave Ceuta in afwachting van een oversteek naar Europa. Foto Bernat Armangue/AP

Even voorbij het middaguur komt Youssef El Haddidi opeens met twee plastic flessen vanachter een paar enorme stenen vandaan. Hij wrijft de slaap uit zijn ogen en loopt in een T-shirt en een korte broek over een stoffig terrein naar een waterbron. Niemand kijkt op dit uur op of om naar de 14-jarige Marokkaan. Met meer dan duizend andere minderjarigen zwerft hij door Ceuta in afwachting van een oversteek naar Spanje. Ze zitten met honderden opeengepakt in fabriekshallen, leven in boomhutten of slapen zoals El Haddidi op straat. „Ik ga nooit meer terug naar Marokko”, zegt hij in het Berbers, terwijl hij op de grond spuugt. „Koning Mohammed VI is ziek. We hebben geen enkele rechten. Geen toekomst. Helemaal niets.”

De jonge El Haddidi kwam op 18 mei samen met circa tienduizend anderen vanuit Marokko naar de Spaanse exclave met uitzicht op Europa. Hij maakte handig gebruik van een recent opgelaaid dispuut tussen Marokko en Spanje over de erkenning van de Westelijke Sahara, waardoor El Haddidi van de Marokkaanse grenswachten een vrije doortocht kreeg.

Lees ook: Marokko neemt wraak op Spanje door migranten door te laten

„Ik leefde al een tijdje in de bossen bij Fnideq [een Marokkaans grensstadje, red.] en wilde naar Ceuta. Nu ging er opeens een hek open en ik kon zo doorlopen”, legt de tiener, opvallend goed zijn woorden wegend, uit. „Wat was ik blij. Europa. Alles is hier zoveel beter.”

Het verhaal van El Haddidi is grotendeels vergelijkbaar met dat van vele anderen die al klimmend of zwemmend hun land verlieten. De beelden ervan gingen half mei de hele wereld over. Hoewel het Marokkaanse regime de schuld aanvankelijk probeerde te leggen bij de vermoeidheid van de grensbewakers, werd er duidelijk een politiek spel gespeeld met ‘migranten’ en minderjarigen als pionnen.

Het Spaanse leger moest de orde herstellen en het overgrote deel van de circa achtduizend volwassen Marokkanen werd teruggezet. Naar schatting tweeduizend jongens bleven achter in Ceuta en zitten nu tussen twee werelden in. Ze hebben hun blik maar één kant op gericht: naar het Europese vasteland.

Land- en zeeroutes nog dicht

De grensovergangen tussen de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en Marokko zitten al sinds maart 2020 dicht vanwege de pandemie. Hoewel het regime van Mohammed VI inmiddels weer vluchten vanuit Europa en boten vanuit Franse en Italiaanse havens toestaat, is een oversteek tussen de twee continenten over land en over zee alleen illegaal te maken.

Ceuta is alleen met een bootverbinding uit Algeciras te bereiken. Normaal gesproken zouden de ferry’s nu overvol zitten – in 2019 maakten 6,1 miljoen mensen vanuit de Spaanse havenstad de oversteek naar Noord-Afrika. Maar nu niet. Het heeft voor Europese Marokkanen immers geen zin deze afgesloten route te nemen. Ook dit is onderdeel van de politieke strijd tussen Madrid en Rabat.

Wie over de straat van Gilbraltar naar Ceuta vaart merkt al bij een beetje wind hoe woest de zee hier kan zijn. Al decennia lang wagen bijna dagelijks migranten hun leven om de ongeveer 20 kilometer tussen Afrika en Europa clandestien te overbruggen. El Haddidi, wiens vader is verongelukt en wiens moeder met zijn broer en zus in Al Hoceima woont, droomt al vanaf jongs af aan van een leven in Spanje. Verschillende ooms, tantes en neven gingen hem de afgelopen jaren al voor.

„In de Rif worden mensen onderdrukt. Ik woonde in dezelfde buurt als Nasser Zafzafi [leider van de volksbeweging Hirak, red.], maar die zit nu net als vele anderen in de gevangenis”, zegt hij met gevulde waterflessen in zijn hand. „Het is wachten op een kans. Je springt op een vrachtwagen of klimt op een boot. En dan hopen dat je niet wordt gepakt.”

Als de grens echt open wordt gezet, stroomt het hele land leeg

Mohamed El Haloui jonge Marokkaan in Ceuta

Bij een rondgang door Ceuta (85.000 inwoners op 18,5 vierkante kilometer) zijn de sporen van de recente ‘invasie’ goed zichtbaar. De grensovergangen bij El Tarajal en Benzú zijn weer vrijwel onneembare barrières geworden. Honderden jonge Marokkanen zijn verdeeld over verschillende hallen, kampementen en opvangcentra waar ze buiten het zicht van het publiek wachten op wat de toekomst zal brengen. Ze hopen voor hun achttiende verjaardag ‘papieren’ te krijgen, maar weten dat in de praktijk altijd terugsturen dreigt. Tussen 2004 en 2019 stuurde Spanje 158 minderjarige Marokkanen terug, al dan niet volgens de richtlijnen van de internationale verdragen.

Beter af op straat

Jongeren, zoals El Haddidi, die het risico niet willen lopen om terug te moeten keren naar Marokko, kiezen in Ceuta daarom hun eigen weg. Voor een leven op straat. Op de kustweg van het centrum naar Benzú zwerven in de beboste bergen overal plukjes jongens. Ze houden zich schuil in zelfgebouwde hutjes tussen de bomen waar ze overdag slapen en van waaruit ze in de avond naar de haven gaan in een poging de overkant te bereiken. Risky, zoals dat in de volksmond heet.

Kinderen in een opvang voor minderjarige migranten in Ceuta.
Foto Bernat Armangue/AP
Meer dan duizend minderjarige migranten zwerven door de Spaanse exclave Ceuta in afwachting van een oversteek naar Europa. Sommigen slapen in geïmproviseerde hutten, anderen in opvangcentra.
Foto Bernat Armangue/AP
Een minderjarige migrant in een opvangcentrum in de Spaanse exclave Ceuta.
Foto’s Bernat Armangue/AP

Mohamed El Haloui (21) en Mohamed Khatoti (19) doden hun tijd deze middag zittend op een muurtje voor de zee. Ook zij staken medio mei de grens over en wisten uit de handen van de Spaanse autoriteiten te blijven. Ze lieten hun ouders in hun geboortestad Tetouan in onzekerheid achter. „Een familielid belde me dat ik snel moest zijn. Ik ben over het hek geklommen en nu zit ik hier”, zegt El Haloui op rustige toon. Hij heeft naar eigen zeggen zijn studie opgegeven voor een nieuw leven in Europa. „Iedereen in Marokko is teleurgesteld in de regering. In de koning. Als de grens echt open wordt gezet, stroomt het hele land leeg.”

Zijn maatje Khatoti vult hem aan: „Marokko is corrupt. Als je vader of moeder niet voor de staat werkt, dan krijg je niets. Als je ziek wordt kun je zomaar sterven. We zijn hier beter af op straat, dan in Marokko. Daar is geen werk, geen geld. Geen toekomst. Het wordt alleen maar slechter. Terugkeren is geen optie. In Marokko ben je eigenlijk al dood. We hebben niets te verliezen.”