Recensie

De spectaculaire passie van een schaap

Recensie In het visueel indrukwekkende The Sheep Song volgen we de levensloop van een schaap dat de mensenwereld betreedt. De voorstelling ontpopt zich tot een allegorie over immigratie, assimilatie en uitsluiting.

Beeld uit The Sheep Song van FC Bergman.
Beeld uit The Sheep Song van FC Bergman. Foto Kurt van der Elst

Het Antwerpse collectief FC Bergman, sinds 2013 onderdeel van de artistieke kern van het gerenommeerde Toneelhuis, staat bekend om zijn spectaculaire voorstellingen. Hun nieuwe voorstelling vormt daarop geen uitzondering: al vanaf het verbluffende openingsbeeld, een heuse kudde schapen die vrij over het toneel schuifelt, imponeert de productie vanwege het constante visuele vernuft.

Waar het bombast in eerdere voorstellingen nogal eens een gapende inhoudelijke leegte poogde te verhullen, kenmerkt The Sheep Song zich door een duidelijke thematiek: de worsteling van een individu binnen een samenleving die geen ruimte voor hem maakt. Vanuit de kudde schapen staat een individu op, een schaap dat zich onwennig op twee poten begint voort te bewegen en de wijde wereld intrekt. Zijn reis wordt verbeeld door middel van een lopende band op het podium: zo trekt zijn leven aan ons voorbij, een processie aan mensen, objecten, een boom, bloemen, woorden en een terugkerende poppenkast.

Lees ook: Het schaap leert van de mens over goed en kwaad

Het schaap, zo is meteen duidelijk, hoeft in de mensenwereld niet op een warme ontvangst te rekenen. FC Bergman maakt er een heuse lijdensweg van: het schaap wordt zonder aanwijsbare reden in elkaar geslagen, gewurgd, door een hond een boom in gejaagd en door verder vrijwel iedereen genegeerd. Door de wandelende poppenkast worden hem op moralistische wijze lessen over goed gedrag bijgebracht, waarbij de nadruk vooral ligt op wat God verboden heeft. En als hij dan een connectie lijkt te maken met een geblinddoekte vrouw, wordt hun relatie al even liefdeloos in beeld gebracht: het mechanische paren leidt tot een schapenkind dat zo hartverscheurend blijft huilen dat de moeder hem uiteindelijk verstikt.

De religieuze verwijzingen liggen er vaak dik bovenop: het schaap torst op een gegeven moment zelfs een afgehakte boom met zich mee als kruis, en het wordt vergezeld door een soort duivelsfiguur die hem als enige bijstaat. Het dolen van het hoofdpersonage in een onbarmhartige, zelfs vijandige maatschappij lijkt vooral een allegorie over immigratie en assimilatie: hoe hard het schaap ook zijn best doet om een plekje te veroveren, hoe sterk het uiteindelijk zelfs ook afstand doet van zijn schaap-zijn, het krijgt er slechts onverschilligheid, haat en uitsluiting voor terug.

Die consequente lijn maakt The Sheep Song ook wat eenzijdig: de ononderbroken aaneenschakeling van ellende leidt hier en daar tot verveling. De beelden zijn echter steeds zo goed gekozen, en de muzikale begeleiding van banjospeler Frederik Leroux is zo opzwepend, dat de voorstelling tot het hartverscheurende einde de moeite waard blijft.