Recensie

Recensie Film

Strijd op leven en dood tussen twee legendarische monsters

Actie ‘Godzilla vs. Kong’ is geen charmante camp zoals de eerste ontmoeting tussen de monsters.

‘Godzilla vs. Kong’ ziet er overtuigend uit, met de vervaarlijke vinnen van Godzilla en Kongs bijna voelbare vacht.
‘Godzilla vs. Kong’ ziet er overtuigend uit, met de vervaarlijke vinnen van Godzilla en Kongs bijna voelbare vacht. Foto Warner Bros / Legendary Pictures

In het slotgevecht van de Japanse kaiju eiga (monsterfilm) Kingu Kongu tai Gojira (King Kong vs. Godzilla, 1962) vechten reuzenaap King Kong en het radioactieve reptiel Godzilla tegen elkaar op de vulkaan Fuji, Japans mythische hoogste berg. Wie deze scène bijna zestig jaar na dato bekijkt, ziet vooral twee sumoworstelaars in rubber monsterpakken die het tegen elkaar opnemen. Eerder in de film zien we de legendarische monsters tegen elkaar boksen. Het internationale affiche rept dan ook over ‘het gevecht van de eeuw’. Wie wint: Kong of Godzilla?

King Kong vs. Godzilla was pas de derde Godzillafilm, maar acht jaar na het meesterlijke Gojira (Ishiro Honda, 1954) ging de reeks al richting camp. Deels komt dat doordat tot voor kort slechts de Amerikaanse versie te zien was, ingekort, nagesynchroniseerd en voorzien van enkele ridicule nieuwe scènes waarin een journalist en een wetenschapper commentaar geven en met (onjuiste) feitjes komen over de oorsprong en de krachten van beide monsters.

Wat niet helpt zijn die latexpakken, waarbij vooral King Kongs kop er slecht uitziet. Het is nu vooral een geestige film, en dat was toen al de bedoeling. Het is amusant om te zien hoe de reuzenaap schrikt van het radioactieve vuur dat uit Godzilla’s bek spuwt en zijn vacht schroeit, waarna hij beteuterd aftaait. Later is hij beter voorbereid. Waar Godzilla bang is voor elektriciteit, daar wordt Kong er sterker van.

Dit gegeven keert terug in Godzilla vs. Kong, de vierde film in het MonsterVerse, de samenwerking tussen de Amerikaanse studio Warner Bros, het Chinese Legendary Pictures en de Japanse filmstudio Toho. Eerder kwamen Godzilla (2014), Kong: Skull Island (2017) en Godzilla: King of the Monsters (2019) uit. Het is de bedoeling dat het MonsterVerse wordt uitgebreid met andere bekende tegenstanders van Godzilla: reuzenmot Mothra, vliegend creatuur Rodan en driekoppig monster Ghidorah.

De liefhebber van kaiju eiga-films smult van hun gevechten op leven en dood. Het is bijna jammer dat er vaak koddige verhaaltjes rond de strijd van deze mythische monsters geweven worden, met niet bijster interessante personages – zoals ook nu weer.

Hoewel de tekening van de personages in Gojira (1954) veel beter was, draaide die oerfilm ook al om Godzilla – hij is de filmster die het publiek trekt. De destructieve Godzilla is een soort kruising tussen dinosaurus en Chinese draak, met een slijmerige krokodillenhuid en karakteristieke rugvinnen. Dit prehistorische wezen wordt uit zijn eeuwigdurende winterslaap gewekt door experimenten met de waterstofbom. Door de radioactieve straling muteert hij tot gigantische proporties. Getergd en ontketend gaat dit „kind van de waterstofbom” verhaal halen in Tokio, dat half door hem vertrapt wordt, waarbij zijn zwiepende staart gebouwen doormidden klieft. Slechts met veel moeite wordt hij verslagen, met een nieuw massavernietigingswapen.

Wat de oorspronkelijke Godzillafilm zo goed maakt is de expliciete boodschap over het gevaar van kernwapens. Waarbij Japan natuurlijk recht van spreken had, na de Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Indirecte aanleiding voor het in productie nemen van Godzilla waren Amerikaanse atoomproeven op het atol Bikini. Daarbij werd de bemanning van een Japanse vissersboot besmet, met ernstige, zelfs dodelijke gevolgen. Een gebeurtenis die herinneringen opriep aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Regisseur Ishiro Honda was indertijd soldaat en kwam langs het platgebombardeerde Hiroshima toen hij aan het eind van de oorlog huiswaarts keerde.

Volgens velen staat Godzilla ook symbool voor de talloze gestorven Japanse soldaten die wraak nemen op de mensheid en hun destructieve (militaire) technologie die voor zoveel zinloze vernietiging zorgt. Zoals producent Tomoyuki Tanaka indertijd verwoordde: „Zolang de arrogantie van mensen bestaat, zal Godzilla overleven.”

Deze hoogmoed keert terug in Godzilla vs. Kong in de vorm van Walter Simmons, directeur van Apex Cybernetics. Ogenschijnlijk wil Simmons de mensheid helpen, maar hij heeft een geheime agenda. Hij gebruikt de in gevangenschap levende King Kong om Godzilla uit zijn schuilplaats te lokken en te gebruiken voor zijn eigen, naar zal blijken, sinistere doel. Daaromheen zijn twee verhaallijnen gedrapeerd. Eentje waarin een groep wetenschappers met King Kong naar ‘Hollow Earth’ gaat, om daar een krachtige energiebron op te sporen. En eentje waarin een maker van een podcast over samenzweringen samen met twee tieners probeert de kwaadaardige bedoelingen van Apex Cybernetics te onthullen.

Anno 2021 zien we geen mannen in rubberpakken meer, maar geavanceerde special effects. Maar die zijn misschien wel nepper dan de analoge trucages waar Japanse monsterfilms patent op hebben. In King Kong vs. Godzilla voel je de tactiliteit van gedetailleerde schaalmodellen die vertrapt worden en de met elkaar worstelende mannen op de berg Fuji. Dat gevoel mis je in de nieuwste film, hoewel hij er volgens de huidige maatstaven overtuigend uitziet, met Kongs bijna voelbare vacht en de vervaarlijke vinnen van Godzilla. Met als interessante vraag hoe het publiek deze effecten over zestig jaar zal zien. Zijn ze dan net zo lachwekkend als die oude film? Een film die trouwens een superieure score had van Akira Ifukube, te verkiezen boven de anonieme, generieke soundtrack van Tom Holkenborg. Ook jammer dat Godzilla’s bloedstollende brul niet meer te horen is, door Ifukube gemaakt door met een leren handschoen over de snaren van een contrabas te bewegen en dat geluid vervolgens na te bewerken.

Uiteindelijk is het de vraag wat je liever hebt: charmante camp waar je om kunt grinniken of onzin die bloedserieus wordt gebracht, overgoten met een quasi-geëngageerd sausje over gigantische techbedrijven. Dat zijn de echte monsters!