Officier van justitie in zaak-Hamers pleitte eerder tegen vervolging

Witwasschandaal bij ING Miranda de Meijer betoogde tegen vervolging van ING-topman Hamers, toch werkt ze nu aan strafrechtelijk onderzoek tegen hem.

Het Openbaar Ministerie heeft „het volste vertrouwen” in hoe de officier van justitie voormalig ING-topman Ralph Hamers zal vervolgen.
Het Openbaar Ministerie heeft „het volste vertrouwen” in hoe de officier van justitie voormalig ING-topman Ralph Hamers zal vervolgen. Foto Alexander Schippers / ANP

Een van de officieren van justitie die werken aan het strafrechtelijk onderzoek naar Ralph Hamers, heeft vorig jaar bij het gerechtshof juist betoogd dat er géén zaak moest komen tegen de voormalige ING-topman. Dat bevestigt het OM dinsdag naar aanleiding van vragen van NRC.

Hamers moet zich voor de rechter verantwoorden voor zijn rol in het omvangrijke witwasschandaal bij ING. De bank deed vanaf 2010 jarenlang veel te weinig om witwassen, fraude en financiering van terrorisme te voorkomen. ING ontliep strafvervolging door in 2018 voor 775 miljoen euro te schikken met justitie.

Voor persoonlijke vervolging van Hamers en andere leidinggevenden was onvoldoende bewijs, oordeelde het OM destijds. Pieter Lakeman, die met zijn Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) naar misstanden bij beursgenoteerde bedrijven speurt, was het daar niet mee eens. Met een zogeheten artikel 12-procedure probeerde de stichting het OM te dwingen Hamers alsnog te vervolgen. Met succes: afgelopen december gaf het gerechtshof in Den Haag de stichting gelijk. Beroep tegen dat besluit was niet mogelijk. Justitie moest dus een strafrechtelijk onderzoek beginnen. Dat onderzoek loopt momenteel.

Zitting

Miranda de Meijer verdedigde tijdens de artikel 12-procedure als advocaat-generaal het standpunt van het OM dat er geen grond was voor vervolging van Hamers. Nu Hamers alsnog strafrechtelijk wordt onderzocht, is zij door het OM met de zaak belast, samen met enkele andere officieren.

Lees ook: Waarom topbankier Hamers alsnog voor de rechter belandt

Tijdens een zitting in de artikel 12-procedure in juni 2020 beargumenteerde De Meijer tegenover het hof dat justitie Hamers' „strafrechtelijke aansprakelijkheid niet rond kon krijgen”. Het OM kon volgens De Meijer niet aantonen dat Hamers wist dat zijn bank kwetsbaar was voor witwassen en desondanks niet had ingegrepen.

Met diezelfde argumentatie had het OM ook bij de afronding van het oorspronkelijke ING-onderzoek (codenaam Houston) al geconcludeerd dat aanleiding ontbrak voor een strafzaak. Het hof ging eind vorig jaar bij zijn beslissing in de artikel 12-procedure echter niet mee met de redenering van De Meijer. De ING-bestuurder had volgens de raadsheren wel degelijk „bewust de aanmerkelijke kans aanvaard” dat er zou worden witgewassen via ING-rekeningen.

‘Niet mee opzadelen’

Gabriël Meijers, de juridisch adviseur van SOBI, vindt dat het OM een „buitengewoon ongelukkige keuze” heeft gemaakt door De Meijer toe te voegen aan het onderzoeksteam. „Mevrouw De Meijer is zeer kundig en integer, maar ze moet nu de zaak gaan trekken terwijl ze bij het hof nog beweerd heeft dat er geen schijn van bewijs was. Daar mag je iemand niet mee opzadelen.”

In een reactie mailt het OM dat De Meijer op het onderzoek naar Hamers is gezet vanwege haar kennis van de zaak en voor „het waarborgen van continuïteit”. Justitie heeft „het volste vertrouwen” dat De Meijer de opdracht van het hof om Hamers te vervolgen „zo goed mogelijk” uitvoert.

Advocaat en voormalig officier van justitie Aldo Verbruggen vindt het voor de geloofwaardigheid beter om een officier aan te wijzen die nog niet betrokken is geweest bij de zaak. „Op dit moment kan het OM alleen geloofwaardig vrijspraak eisen”, zegt hij.

Het standpunt van De Meijer was tijdens de artikel 12-procedure „stevig en stellig”, zegt Verbruggen: feitelijk bewijs voor strafrechtelijke aansprakelijkheid ontbreekt. „Dat maakt het lastig om nu nog van positie te veranderen. Het OM kan moeilijk zeggen: sorry, foutje, we hadden toch níet alles onderzocht, we gaan het alsnog doen, en nu hebben we opeens wel bewijs. Dan denkt de hele wereld: prutsers, kunnen jullie niet fatsoenlijk onderzoeken? Maar als ze niets extra’s vinden, dan is het ondenkbaar om opeens op basis van hetzelfde feitenmateriaal een ander standpunt in te nemen.”

SOBI had ter voorbereiding op het proces tegen Hamers inzage gevraagd in het dossier van de ING-witwaszaak, maar het functioneel parket van het OM heeft dit verzoek vorige maand afgewezen. Dat blijkt uit een brief die door NRC is ingezien. Het functioneel parket ziet geen reden om de Houston-documenten aan SOBI te geven, omdat de vervolging van Hamers „niet binnen de zaak valt”. Ook in het huidige onderzoek kan SOBI geen inzage krijgen, omdat de stichting volgens justitie geen slachtoffer of benadeelde is.