Ode aan de spijbelwedstrijd

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De steekpass

Vergeet de toppers. Frankrijk - Duitsland is hooguit van psychologisch belang; ik las op The Analyst dat Kroatië na het verlies tegen Engeland nog steeds 67 procent kans heeft om de tweede ronde te halen. Kijk liever naar de spijbelwedstrijden, gespeeld om drie uur ’s middags als het nuttig deel der natie iets anders aan het doen is, tussen twee goh-hebben-die-zich-ook-geplaatst-landen.

Ik zag Schotten en Tsjechen. De Schotse trainer zag eruit als een begripvolle barman, de Tsjechische coach leek een ex-psychiater die zijn nachtrust verspeeld had aan een roman van Milan Kundera en die nu spijt had van die tweede fles rode wijn. Op het veld probeerde men een een-twee te volbrengen, maar de bal hobbelde over de zijlijn. Een Schot draafde als een dolle Highlander met de kop naar beneden een strafschopgebied binnen en kwam met een bons tot stilstand tegen een Tsjechisch boerderijhek.

Liverpoolspeler Andy Robertson zal zich hebben afgevraagd of hij verkeerd in zijn agenda had gekeken: moest hij met deze jongens meedoen? En er was Patrik Schick, de spits met het timmermansoog. Eerst kopte hij de bal in de uiterste linkerhoek. Na rust leverde hij vanaf de middellijn een boogbal af die precies op tijd daalde, de lat een luchtkus gaf en in het doel plofte – een halve seconde later gevolgd door de Schotse keeper die als een buurtbus met remproblemen in zijn eigen netten knalde. Goal van het toernooi, in een spijbelwedstrijd.

Arjen Fortuin