Opinie

Wat heeft Nederland nodig? Een Omtzigt of een De Jonge?

Tom-Jan Meeus

Pieter Omtzigt beschrijft in zijn vorige week gelekte memo ook hoe het CDA zich eind vorig jaar ontdeed van Hugo de Jonge als lijsttrekker. De partij kreeg geen sponsorgeld meer binnen, en de voorzitter ging „twee keer bij Hugo langs [...] om op aftreden aan te dringen”. Uiteindelijk gaf De Jonge zijn verzet 10 december op. In de officiële lezing was het zijn eigen keuze, al bleek destijds vlot dat hij „ruw en wreed” was afgeserveerd. Maar zijn reactie heeft me altijd gefascineerd: de man gaf publiekelijk geen kik.

Zes maanden later ervaart het land hoeveel mentale vermoeidheid de pandemie achterlaat. Gevaccineerden hebben angsten doorstaan maar deze vaak nog niet verwerkt. Onrust en beladenheid. Behoefte aan een rigoureuze ommekeer. Radicale verlangens bij jongeren van FVD, SP en Bij1. Driften in het publieke debat.

En de vraag is hoe politiek leiders hiermee moeten omgaan. Sinds de verkiezingen klinkt de taal van de straat vaker in de nationale vergaderzaal. Je kunt dit toejuichen: het is de volksvertegenwoordiging, niet de Rotary. Je kunt ook denken: maar moeten politici olie op het vuur gooien?

Het is ook een stijlverschil tussen Omtzigt en De Jonge. Omtzigt ervoer jaren tegenwerking in het CDA, zeker bij de Toeslagenaffaire, en zag zich het partijleiderschap ontnomen ondanks zijn groeiende populariteit. De Jonge had jaren de wind in de rug in het CDA, is vice-premier, maar moet als coronaminister al een jaar frontale aanvallen van publiek en politiek verwerken – #hugodejongekanniks – en de partij zette ook hem aan de dijk. Verschillende ervaringen, dezelfde uitkomst.

Maar terwijl een emotionele Omtzigt daarna publiekelijk moeite hield met alle tegenwerking, culminerend in het memo en zijn vertrek uit het CDA, kwam De Jonge alleen in het nieuws met zijn werk.

Zo beaamde hij één week (!) nadat hij het leiderschap neerlegde, 17 december, dat Nederland als laatste in Europa zou beginnen met vaccineren. Opnieuw brak de hel los. Het hele land, en de hele Kamer, vielen over hem heen. De Jonge zei: het gaat niet om het startmoment maar om het resultaat. Hoon was zijn deel. Maar bekijk nu de tussenstanden van NRC en daar staat het: Nederland is bijna alle EU-landen die destijds eerder begonnen inderdaad gepasseerd.

Hiermee wil ik Hugo de Jonge niet heilig verklaren, dat is hij niet, en sowieso zou ik hem een rantsoen van één selfie per jaar adviseren. Maar de vraag lijkt me wel waaraan het land in deze beladen tijd behoefte heeft: aan politici met verhalen over interne tegenwerking, of aan politici die hun persoonlijke grieven opzij zetten en rationeel hun werk doen?

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft elke dinsdag op deze plek een column.