De koe van de Chief Factor komt aan in Fort Tillicum, in ‘First Cow’.

Foto Allyson Riggs

Interview

Kelly Reichardt over ‘First Cow’: ‘Er zat helemaal geen koe in het boek’

Interview | Kelly Reichardt, regisseur De alternatieve western ‘First Cow’ rekent af met de mythe van de Europese kolonisatie van Amerika. „Het klassieke beeld van de kolonisten die aan de oostkust voet aan wal zetten is maar één deel van het verhaal. Er is ook een verhaal van immigratie vanuit Azië, vanuit het noorden, vanuit het zuiden.”

In de alternatieve origin story First Cow begint de geschiedenis van de Verenigde Staten niet met de aankomst van Europese kolonisten, de trek over de prairies of in de woestijn van Monument Valley, maar in de modder van Oregon. Dat is waar regisseur Kelly Reichardt woont, al is er op het moment dat wij haar vorig jaar spraken niet zoveel modder. Er is al veel te lang geen regen meer gevallen, en de lucht kleurt rood van de bosbranden die de Amerikaanse westkust dan al weken teisteren, beschrijft ze via een videogesprek. Bovendien is Portland op dat moment het toneel van grootschalige antiracismeprotesten, die door de politie en Donald Trump-aanhangers met geweld worden beantwoord.

Het verklaart waarom Reichardt, die meestal niet de eerste is om haar films zelf van al te veel interpretaties te voorzien en liever praat over landschap en tijd, meteen stevig inzet: „De Verenigde Staten hebben via de filmgeschiedenis veel mythen over hun eigen ontstaan gecreëerd. Het klassieke beeld van de Europese kolonisten die aan de oostkust voet aan wal zetten is maar één deel van dat verhaal. Toch is dat dominant geworden. Maar er is ook een verhaal van immigratie vanuit Azië, vanuit het noorden, vanuit het zuiden. En een verhaal van de oorspronkelijke bewoners die hier al tienduizenden jaren aan beschavingen hadden opgebouwd. Dat is het verhaal dat Jon Raymond in zijn boek The Half Life (2004) heeft opgeschreven en daarom wilde ik het verfilmen.”

Raymond is Reichardts vaste scenarist. Samen maakten ze buddyfilm en destijds IFFR Tiger-winnaar Old Joy (2006), het ontroerende minimalistische relaas van de vriendschap tussen een meisje zonder werk en haar hond Wendy and Lucy (2008), de vanuit een vrouwelijk perspectief vertelde western Meek’s Cutoff (2010) en ecothriller Night Moves (2013). Van The Half Life hielden ze maar een heel klein deel over: de schets van de pelshandelgemeenschap in de Royal West Pacific Trading Post in het Oregon van 1820, en vooral het humoristische oplichtersplotje van vrienden Cookie en King-Lu die ’s nachts stiekem de koe van de baas van de handelspost melken om overdag oliebollen te kunnen verkopen.

Die koe, constateert Reichardt laconiek, „zat niet eens in het boek”. Zo doen wij dat dus, een boek bewerken, wil ze maar zeggen. We schrappen meer dan de helft, en voegen dan een nieuwe plot toe. „Die koe werd het vehikel om iets te zeggen over Amerika voordat het Amerika werd.”

„In de Amerikaanse geschiedenis is het westen altijd heel erg geromantiseerd. En nu staat het in de fik, en dat lijkt niemand echt iets te kunnen schelen. Natuurlijk hebben films als Meek’s Cutoff en First Cow ook een contemporaine relevantie. Zeker in de context van de opgeblazen masculiniteit van wat momenteel Amerikaans leiderschap is. In First Cow focussen we op de innige vriendschap tussen twee mannen die iets maken: kleren, visnetten, keukengerei, een kleine delicatesse die geur, kleur en smaak brengt in die ruige wereld. First Cow gaat over ras en klasse, over machtsstructuren, en dat zijn hedendaagse thema’s die je in het verleden beter kunt adresseren.”

Lees hier de recensie van ‘First Cow’: ●●●●●

Reichardt is niet iemand die graag heel analytisch op haar werk terugkijkt. Haar belangrijkste thema’s zijn landschap en tijd. „Ik ben heel visueel ingesteld. Daarom hou ik erg van research. Van in het landschap zijn en daar het verhaal ontdekken.” Ze beschrijft hoe ze tijdens de voorbereiding en de scout vaak urenlang op locatie kan zijn om ruimte en licht op zich in te laten werken. In plaats van repetities organiseert ze met haar acteurs een soort ‘boot camps’ waarin ze zich een paar weken voor de opnamen trainen in het leven van de hoofdpersonen.

„Acteurs John Magaro en Orion Lee hebben vuur leren maken, leren bakken, zodat ze tijdens het draaien automatisch al die handelingen kunnen verrichten waarmee hun personages bezig zijn. Dat is een soort authenticiteit die ik heel belangrijk vind. In de zogeheten pioniersjaren waren mensen altijd met hun handen bezig, er was nog geen consumptiemaatschappij. Alles wat ze wilden hebben moesten ze zelf maken.” Alles moest kloppen: de kostuums, de art direction. „Ik hou niet van een term als naturalisme of realisme, maar wel van het streven naar authenticiteit of waarachtigheid.” De research brengt haar bovendien nog iets anders: „Heel vaak zijn het niet de antwoorden waar je naar op zoek bent, maar juist de onverwachte dingen die je film een richting geven.”

Dat gaat tot het einde door. Omdat ze door haar beperkte budgetten zelf haar films monteert, houdt ze ook van begin tot einde haar creatieve proces in de hand. „Eerst schrijven, dan scouten, dan draaien. Dat zijn allemaal momenten waarop je het verhaal aan het opbouwen en afbreken bent. Je móét een verhaal deconstrueren als je het visueel wilt gaan vertellen. Vaak ontdek ik pas tijdens de montage het echte perspectief van het verhaal.”

Voor First Cow had ze twee heel verschillende inspiratiebronnen. Ten eerste de schilderijen van iconische westerntaferelen van schilder Frederic Remington, die de onderbelichte en blauw gefilterde ‘day for night’-fotografie van haar vaste cameraman Christoph Blauvelt inspireerde.

Lees ook: Waarom iedereen Satyajit Ray zou moeten kennen

Maar het allerbelangijkste was wel de Apu-trilogie van de Indiase grootmeester Satyajit Ray: „Dat zijn ook films die zich dicht bij de grond afspelen. Ik heb First Cow heel intiem willen houden, ondanks dat hij door de lange bomen en het gebrek aan horizon in het bos ook een heel verticale film is. Maar Cookie is altijd dicht bij de grond bezig. Paddestoelen verzamelen. Bessen plukken. Op een laag krukje bij het vuur aan het kloppen, malen, bakken. Ray heeft me enorm geïnspireerd om goed te kijken naar het stof en het vuil en de aarde.”