Hof draait ontslag financieel topman Volksbank terug

Conflict Pieter Veuger werd vorig jaar ontslagen vanwege een conflict over de cultuur binnen de top van de bank. Volgens het hof had de bank hem niet mogen ontslaan toen hij ziek thuis zat.

Pieter Veuger op archiefbeeld.
Pieter Veuger op archiefbeeld. Foto Jeroen Jumelet/ANP

De Volksbank had financieel directeur Pieter Veuger vorig jaar niet mogen ontslaan. Het gerechtshof Arnhem heeft dat besloten in een door de bestuurder aangespannen spoedappèl. Het betekent dat Veuger nog altijd in dienst is van de bank, die in handen is van de Nederlandse staat. Hij heeft daardoor recht op doorbetaling van zijn salaris tot het contract ontbonden wordt.

Eerder dit jaar besloot de rechtbank Midden-Nederland nog dat de Volksbank Veuger had mogen ontslaan toen tussen de twee een conflict was ontstaan over de cultuur binnen de top van de bank. Veuger meldde zich daarop vorig jaar zomer ziek, waarna de bank in een persbericht meldde de bestuurder aan de kant te hebben gezet. Veuger was toen nog geen jaar in dienst als financieel topman. Het ontslag ging zo snel dat op dat moment het NLFI, dat namens de staat gaat over het benoemen van bestuurders bij de Volksbank, zich er nog niet over had kunnen uitspreken.

Lees ook: Er vallen ‘grote woorden’ in zaak Veuger vs. Volksbank

De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat Veuger als bestuurder een andere bescherming geniet dan werknemers die tijdens ziekte niet zomaar ontslagen mogen worden. Ook had hij onvoldoende aangetoond arbeidsongeschikt te zijn.

Hof veegt argumenten van tafel

Die argumenten veegt het hof nu van tafel. Veuger kreeg na zijn ziekmelding geen begeleiding van een bedrijfsarts. Hierdoor was er ook geen advies over zijn arbeidsongeschiktheid. Veuger heeft zijn ziek zijn volgens de rechtbank vanwege „aan de Volksbank toe te rekenen omstandigheden [...] voldoende aannemelijk” gemaakt.

Het feit dat Volksbank – via een obligatienotering in Luxemburg – te kwalificeren zou zijn als een beursgenoteerd bedrijf maakte volgens de rechtbank dat het dienstverband van Veuger niet gelijk te schakelen is met dat van een ‘gewone’ werknemer. Het hof gaat daarin niet mee. De Volksbank kan niet „gelijkgesteld worden” aan een beursgenoteerde onderneming.

Het gevolg van de uitspraak is dat de Veuger nog steeds in dienst is van de Volksbank. Op dit moment loopt er een bodemprocedure van Veuger over de rechtmatigheid van het ontslag. De volgende zitting daarin is op 2 juli. Het hof oordeelt dat die procedure „kans van slagen” heeft. Daarom heeft Veuger met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2021 recht op een maandelijks salaris van 23.000 euro. Veugers advocaat Else Loes Pasma laat weten tevreden te zijn dat het hof bevestigt dat Veuger tijdens zijn ziekte onterecht is ontslagen en „de vaste lijn bevestigt” over hoe een bedrijf dient om te gaan met zieke medewerkers. „Of we de bodemprocedure willen voortzetten of dat er overleg komt om tot een oplossing te komen, hangt van de Volksbank en de aandeelhouder af. Dan moet er wel een aanzienlijke beweging komen van die kant. Ook de bodemprocedure zien we met vertrouwen tegemoet.”

De Volksbank wilde daar desgevraagd nog niet op vooruit lopen. „We bestuderen de uitspraak nog.”