Opinie

Het politieke midden is aan vernieuwing toe

Politiek De crisis van het CDA is de crisis van het politieke midden, en raakt het democratische bestel, stelt
Illustratie Hajo

De dag die je wist dat zou komen was er dan eindelijk, afgelopen weekend. Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt zegde zijn CDA-lidmaatschap op en stortte die partij daarmee in een fundamentele politieke crisis. Een crisis waarvan mogelijk niet alleen de christen-democraten de gevolgen zullen ondervinden, maar ook het hele democratische bestel.

Het is het zoveelste hoofdstuk in het langlopende verhaal over het afkalvende traditionele midden. Het CDA en ook de PvdA zijn ouderenpartijen geworden, die niet goed meer weten waar ze eigenlijk voor staan en nauwelijks nieuwe kiezers aan zich weten te binden. Van de traditionele partijen doet alleen de VVD het electoraal nog goed. Maar dat lijkt vrijwel volledig op het conto van premier Mark Rutte geschreven te kunnen worden.

Sinds de Fortuyn-revolte worden de middenpartijen fel bekritiseerd. We zijn inmiddels gewend aan termen als ‘regentenmentaliteit’, ‘Haagse kaasstolp’ en ‘partijkartel’. De laatste maanden lijkt het in de politiek vooral te gaan over de ‘verziekte politieke bestuurscultuur’ op het Binnenhof.

Van Fortuyn tot Wilders

Des te opvallender dat middenpartijen deze al decennia klinkende kritiek nooit echt ter harte hebben genomen. Een belangrijke reden hiervoor is dat de anti-establishment-kritiek gekaapt is door radicaal-rechtse flankpartijen.

Eerst was er in 2002 Pim Fortuyn. Hij wist als eerste een politiek onderwerp te maken van ‘de in zichzelf gekeerde elite’. Een paar jaar later diende zich de ideologisch radicalere Geert Wilders aan. En sinds een paar jaar is daar de tegen het extremisme aanschurkende Thierry Baudet bij gekomen.

Deze politici combineerden hun populistische anti-establishment-kritiek met een nationalistische anti-immigratie- en anti-islamretoriek, en ontwikkelden zo een krachtige wij-zij-boodschap die het politieke debat sterk polariseerde. Een belangrijk gevolg was dat kritiek op het establishment voor velen een negatieve connotatie kreeg. Wie dacht aan kritiek op het functioneren van de politiek, dacht bijna automatisch ook aan Fortuyn, Wilders of Baudet.

Middenpartijen durfden hierdoor hun vingers niet meer te branden aan kritiek op het establishment. Toegegeven, dat was sowieso lastig voor ze. De meeste middenpartijen droegen decennialange regeringservaring met zich mee. Ze kleefden te veel aan het pluche om er geloofwaardig afstand van te kunnen nemen. Het bekritiseren van de politiek was voor hen per definitie een vorm van zelfkritiek.

Alle middenpartijen bij elkaar

Af en toe was er wel eens een verdwaalde anti-establishment-boodschap vanuit het politieke midden hoorbaar. Zo zei voormalig PvdA-leider Wouter Bos bijvoorbeeld eens dat zijn partij populistischer moest worden. En recentelijk verweet Omtzigt „onze kliek in Den Haag” neer te kijken op gewone, hardwerkende Nederlanders.

Deze geluiden waren en zijn uitzonderingen. Wat vooral gebeurde was dat de traditionele middenpartijen zich distantieerden van hun criticasters op de flanken en hierdoor hun soms terechte anti-establishment-kritiek niet serieus namen. De kritiek op het establishment werd te makkelijk gelijkgeschakeld met de ideologische boodschap van deze partijen. Het gevolg was dat de middenpartijen zich meer en meer opsloten in hun machtscocon, wat de anti-establishment-boodschap dat Den Haag zich vooral bekommert om Den Haag onbedoeld sterker maakte.

In de formatie zien we hiervan de apotheose. Eén van de belangrijkste uitdagingen daarin is de vernieuwing van de bestuurscultuur. Toch krijgen we straks hoogstwaarschijnlijk een regering met vrijwel alle middenpartijen bij elkaar – uitgerekend de partijen die verantwoordelijk zijn voor de bestuurscultuur die zo veracht wordt. De primus inter pares in het te vormen kabinet wordt waarschijnlijk de politicus die het symbool bij uitstek is geworden van wat er mis is in het Nederlandse bestuur.

Lees ook dit opiniestuk: Laat het CDA zelf in de spiegel kijken

Minderheidskabinet geen optie?

De traditionele middenpartijen hebben decennialang voor politieke stabiliteit gezorgd. Maar die periode ligt nu echt achter ons. Tevergeefs proberen deze middenpartijen vast te houden aan de manier van politiek bedrijven die ze gewend zijn. Alleen al het feit dat in het huidige gefragmenteerde partijenlandschap een minderheidskabinet niet serieus onderzocht wordt, geeft aan hoe sterk traditionele partijen zijn blijven hangen in hun vastgeroeste gedachtepatronen.

Er lijkt steeds meer behoefte te zijn aan een nieuw politiek midden. Aan een midden dat zich kritisch opstelt tegenover de Haagse mores, maar een dergelijke boodschap niet combineert met een radicale ideologische boodschap. Aan een midden dat zich afzet tegen hypocrisie, opportunisme, neerbuigendheid en vriendjespolitiek, maar daarnaast niet de grenzen dicht wil gooien of het kapitalisme af wil schaffen.

Het valt te hopen dat de crisis bij het CDA een nieuwe fase in onze politiek inluidt. Richt Pieter Omtzigt een nieuwe partij op? Volgens verschillende recente peilingen is zijn aantrekkingskracht als uitdager van het politieke systeem groot. Toch moeten er van een nieuw midden geen wonderen verwacht worden. Zeker niet van één politicus. Politicologen weten dat de meeste nieuwe partijen – hoe populair ze in eerste instantie ook lijken te kunnen gaan worden – in de meeste gevallen een stille dood sterven.

Sterk politiek midden essentieel

Succesvolle nieuwe middenpartijen zullen op een gegeven moment regeringsverantwoordelijkheid moeten gaan dragen. Wat zal er dan met hun kritische houding gebeuren? D66 verzette zich ooit tegen „altijd maar weer dat gezeur en hetzelfde geharrewar in regering en Tweede Kamer”, en is verworden tot een van de belangrijkste representanten van het establishment.

Toch moeten we kritische initiatieven in het politieke midden toejuichen. Een sterk politiek midden is van essentieel belang voor het functioneren van een democratisch bestel. Er moeten in de politiek uiteindelijk altijd lastige compromissen worden gesloten. De kans hierop is groter met constructieve partijen in het midden dan met conflictzoekende radicalen die niet bereid zijn daadwerkelijk naar elkaar te luisteren.

Lang waren de traditionele middenpartijen de motor achter ons stabiele politieke systeem. Ze zijn in zichzelf gekeerd geraakt en hebben daarmee het systeem zelf uiteindelijk in gevaar gebracht en een belangrijke kiem gelegd voor de opkomst van het radicaal-rechtse geluid in ons land. Na twintig jaar vernieuwing van dit radicaal-rechtse geluid is het nu de hoogste tijd voor vernieuwing van het politieke midden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.