Recensie

Recensie Film

‘Gunda’: de wereld van een zeug op snuitniveau

Arthouse Wat is ‘Gunda’ eigenlijk, een documentaire, cinema verité? We zien de wereld als door de ogen van een zeug, maar begrijpen we haar ook?

‘Gunda’ is een meditatieve, vervreemdende en manipulatieve kijkervaring.
‘Gunda’ is een meditatieve, vervreemdende en manipulatieve kijkervaring.

Viktor Kossakovski is een specialist in formalistische, maar speelse documentaires. Zoals Gunda, die 93 minuten lang op snuitniveau een zeug volgt. In fris zwart-wit zien we hoe Gunda haar twaalf biggetjes voedt en opvoedt. Sentimenteel gaat dat niet: een biggetje dat telkens de jacht op beschikbare tepels verliest, wordt op zeker moment door mama geplet en opgepeuzeld.

De in Berlijn wonende Rus Kossakovski vertelt dat Gunda zijn ‘Meryl Streep’ is, dat zij hém koos: de expressieve zeug kwam tijdens een boerderijbezoek vrolijk op hem afhuppelen. Een plan voor een varkensdocumentaire herleidt de filmmaker tot zijn jeugd in Leningrad, toen hij op de kolchoz van zijn grootouders bevriend raakte met een biggetje dat als kotelet eindigde. Hij werd subiet vegetariër.

Toch is Gunda geen vegetarische agitprop, wat je met acteur Joaquin Phoenix als producer kon vrezen. Het lijkt Kossakovski aanvankelijk nauwelijks te gaan om het leed dat de mens het varken aandoet. Gunda wroet en knort op de meest idyllische boerderij denkbaar, met zonovergoten velden en sappige modderpoelen. Mensen komen niet in beeld. Toch is Gunda ook geen cinema vérité die ons met minimale manipulatie het ware leven laat ervaren. Het is zelfs de vraag of je dit wel een documentaire mag noemen: Gunda is echt een actrice. Ze reisde naar een boerderij in Noorwegen voor de buitenopnames en naar een studio voor binnenshots. De soundscapes zijn constructies, de bijrolspelers – paranoïde kippen, een kudde koeien die bokkend van vreugde de wei in mag – komen van andere boerderijen.

Lees ook: Wat zien dieren die mensen bekijken?

Een wonderlijke hybride al met al. Gunda is een meditatieve, vervreemdende en manipulatieve kijkervaring. We zien moederschap vanuit varkensperspectief, maar leren dat we geen idee hebben hoe een zeug de wereld ervaart. ‘Empathie’ met een dier komt neer op een projectie van onze eigen emoties. Dat is eenvoudig bij de hartverscheurende finale, als de mens zich dan eindelijk manifesteert in de dreigende vorm van een tractor. Dan voelen we mee met de plotse leegte in Gunda’s leven. Maar willen we ook meevoelen als zij dat kindje opeet dat niet goed meekomt?