Opinie

Gevangen in de cirkel van angst en afrekening

Maxim Februari

Omdat ik een beetje bang voor u ben, denk ik dit jaar veelvuldig aan de angst van zangeressen voor het podium en het publiek. In het boek Diva schrijft Joost Galema over de loopbaan van beroemde operazangeressen en opvallend vaak duikt het begrip angst daarin op. ‘Ik ontwaakte elke ochtend klam van de angst’, zegt de een. ‘Het gevoel dat ik zal sterven als ik het podium opga’, zegt de ander.

De zangeressen krijgen nachtmerries, plankenkoorts, conflicten, ze bezoeken een psychiater, ze stoppen met zingen. De openbaarheid is een gevaarlijke plek, citeer ik mezelf; ik heb hetzelfde al vaker gezegd en door mezelf te citeren voel ik me stoerder. De openbaarheid wordt de laatste jaren door globalisering en digitalisering steeds maar gevaarlijker, doordat het publiek groeit, het podium groeit, en doordat bezoekers doordringen in de coulissen, de kleedkamers en de privé-vertrekken. Ze kijken in de pannen op je fornuis, ze liggen in je bed.

Justitie begint zich zorgen te maken. In het jaar van corona en complot zijn de gemoederen verhit en wie optreedt in de openbaarheid wordt met die verhitting geconfronteerd. De Haagse hoofdofficier van Justitie vertelt in de krant dat actievoerders in toenemende mate politici opzoeken in hun privébestaan. Ze dringen door in de privé-omgeving van bestuurders en journalisten. Magistraten. Wetenschappers.

Hierdoor dreigt niet alleen rampzalige intimidatie van het individu, maar ook van het maatschappelijk gesprek en de werking van de democratie. Het is tot daar aan toe als één zangeres uit angst stopt met zingen, het is iets anders als de hele opera moet sluiten omdat geen zanger nog het podium op durft. Professionals moeten zich vrij kunnen voelen hun werk uit te oefenen, zegt de hoofdofficier. „Het zou funest zijn als mensen bang zijn zich uit te spreken in een maatschappelijk debat.”

Iets verderop wijst voorzitter Dijsselbloem van de Onderzoeksraad voor Veiligheid op een paradox. Ook in het parlement wordt de toon feller en de roep om ‘tegenmacht’ luider, met het averechtse effect dat ‘zenuwachtige bestuurders’ op de ministeries in de kramp schieten. Zo krijg je een permanente confrontatie tussen enerzijds de bestuurlijke macht en anderzijds de tegenmacht van de Tweede Kamer die hard afrekent met de ambtenarij. „Dat is fnuikend: dan beogen we om openheid te krijgen, maar ben ik bang dat het tegenovergestelde gebeurt.”

Ik noem het een paradox, maar eigenlijk bedoel ik een vicieuze cirkel. De Toeslagenaffaire, want daar verwijst Dijsselbloem naar, is de oogst van adresfraude die al lang bekend was bij ambtelijke organisaties, maar die zowel intern als naar buiten toe werd verzwegen. Waarom? Uit angst voor de openbaarheid. „Er is geen organisatie die reclame maakt met fraude”, zegt journalist Siebe Sietsma dit voorjaar tegen het televisieprogramma Argos. Je zou eens kunnen denken dat het aan de organisaties zelf lag.

Zo begint de cirkel van angst en afrekening te draaien. Niet ingrijpen bij problemen, omdat je bang bent van politiek, pers en publiek de schuld te krijgen. De schuld alsnog krijgen en dan wel ingrijpen, en wel zo hard dat de verkeerden in het gewoel worden verpletterd. Daartegen opnieuw niet ingrijpen „uit angst misstanden te melden”. Dan daarvan weer de schuld krijgen. Enzovoort. Steeds meer angst voor de openbaarheid, steeds luidere verontwaardiging vanuit die openbaarheid, steeds grotere geslotenheid en steeds de verkeerden die er de dupe van worden.

Met de topambtenaren die „in de vuurlinie” kwamen, heb ik minder medelijden dan Dijsselbloem heeft, want wie moedwillig misstanden laat voortduren heeft schuld. Maar ik deel zijn zorg dat de roep om openheid gemakkelijk leidt tot dichtklappen. Als parlement, publiek en pers alleen nog plekken worden voor gratuite verontwaardiging, verdwijnt de ruimte voor zelfkritiek en voor volwassen en verantwoordelijke kritiek van buiten.

In dit tijdperk is dat vervelender dan ooit. De verontwaardiging stijgt nu op uit internetbubbels die worden gevoed door flarden citaat waarmee algoritmes aan de haal zijn gegaan. Dit is geen tegenmacht, maar de volstrekt nieuwe, eenentwintigste eeuwse macht van de machtelozen: degenen die individueel niet gehoord worden, maar die collectief boven alles uitklinken. Wie om tegenmacht roept, moet zich eerst rekenschap geven van deze nieuwe macht.

De roep om openheid is begrijpelijk: voor constructieve kritiek is openheid nodig en voor openheid constructieve kritiek. Maar niet de verhaspelde en rondgepompte destructieve kritiek die leidt tot angst om je werk te doen en je uit te spreken. Want daar schiet de wereld op de lange duur niet veel mee op.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.