Recensie

Recensie Film

‘First Cow’: melancholieke schavuitenfilm in ongevormde VS

Western In ‘First Cow’ durven twee mannen in 1821 in Oregon van succes te dromen dankzij de vriendschap. (●●●●●)

King-Lu (Orion Lee, rechtsvoor) en Cookie (John Magaro) smeden een ambitieus plan om in het onontgonnen Oregon een succesvol leven te kunnen opbouwen, in ‘First Cow’.
King-Lu (Orion Lee, rechtsvoor) en Cookie (John Magaro) smeden een ambitieus plan om in het onontgonnen Oregon een succesvol leven te kunnen opbouwen, in ‘First Cow’. Foto Allyson Riggs

De bodem ligt vol vergeten verhalen. Wat vertellen twee vredig naast elkaar slapende skeletten die een hond opgraaft aan een strak getrokken oever van een rivier in Oregon? De Amerikaanse cineast Kelly Reichardt wekt hun verhaal tot leven in First Cow, de beste film in haar toch al rijke oeuvre. Het is een rauw miniatuurtje vol verrassende couleur locale en verborgen ambitie, een ontroerende schavuitenfilm over mannenvriendschap. „The bird a nest, the spider a web, man friendship”, luidt het aan William Blake ontleende motto.

First Cow is Kelly Reichardts tweede revisionistische western na Meek’s Cutoff (2010), waarin een bluffende, incompetente cowboy landverhuizers steeds dieper de woestijn in leidt tot een indiaan de karavaan moet redden. Die metafoor kreeg zeker tijdens Trump iets profetisch, maar was ook nogal nadrukkelijk vergeleken met de subtiele suggesties die First Cow doet.

In negorij Fort Tillicum in Oregon arriveert in 1821 de eerste koe op een vlot; de ‘Chief Factor’ (Toby Jones) die er de lakens uitdeelt wenst als een ‘proper English gentleman’ een wolkje melk in zijn thee. Vooruitgang dus. Zijn raffinement oogt prematuur in deze ruwe, ongevormde wereld waar westerlingen en indianen, Russen en Chinezen op elkaar botsen in de lucratieve jacht op pelzen. Deze ‘frontier’ is nog geen Amerika, niet de homogene cultuur van de traditionele western. De geschiedenis moet hier nog beginnen, mijmert held King-Lu (Orion Lee), die als zeeman de wereld zag. Hij hoopt een eerste hoofdstuk te schrijven.

Tegelijk met die eerste koe spoelt Otis ‘Cookie’ Figowitz (John Magaro) aan, een zachtaardige, stille en zorgzame wees uit Maryland die kookte voor een groep pelsjagers tot zij hem dumpten. Bij het plukken van cantharellen in het bos zagen we hem eerder de naakte en hongerige Chinees King-Lu redden van een bende Russen.

Nu is het King-Lu’s beurt om de Cookie onderdak te bieden. Die slaat in zijn houten kot direct aan het vegen en sprokkelen; dit schattige duo vult elkaar vanzelfsprekend en met instinctief vertrouwen aan. Samen zijn ze tot veel meer in staat dan al die wantrouwige loners die rond de handelspost hangen, durven ze te dromen van succes. King-Lu heeft de visioenen: handel in beverolie op China, een hotel in San Francisco. Maar hoe kom je aan een startkapitaal? Ze besluiten ’s nachts stiekem de koe van de Chief Factor te melken om op de markt oliebollen te verkopen. Het loopt al snel storm op deze delicatesse, ook de Chief Factor blijkt een fan en vraagt Cookie een bosbessen-clafoutis voor hem te bakken – met melk die Cookie ’s nachts van hemzelf steelt.

Lees ook een interview met regisseur Kelly Reichardt over ‘First Cow’: ‘Er zat helemaal geen koe in het boek’

Elk groot fortuin begint met een geslaagde misdaad, met „rule breakers and risk takers”: dat is een niet altijd uitgesproken gedachte achter de Amerikaanse droom. Gezien de twee skeletten in het begin heb je een hard hoofd in de goede afloop bij First Cow, wat de film een onderstroom van zoete melancholie geeft. Toby Jones heeft een glansrol als de Chief Factor, die tijdens een soiree zijn gasten imponeert met winderige betogen over de wereldeconomie, Parijse mode en hoeveel zweepslagen in geval van muiterij ideaal is. Met zo’n sul kan dit verhaal zomaar goed aflopen. Misschien schreef het duo wel geschiedenis. Of zijn ze archeologie?