Recensie

Recensie Beeldende kunst

Even naar Kopenhagen op een warme dag in 1836

Tentoonstelling Rijksmuseum Twenthe biedt een gevarieerd overzicht van de Deense schilderkunst rond 1850. Een aantal kleine landschappen verdient de grootste aandacht.

Christen Købke, Landschap nabij de kalkbranderij met op de achtergrond Kopenhagen, 1836. Olieverf op doek, 34 x 55 cm.
Christen Købke, Landschap nabij de kalkbranderij met op de achtergrond Kopenhagen, 1836. Olieverf op doek, 34 x 55 cm. Foto Torben Christensen / Rijksmuseum Twenthe

Wie in Nederland een indruk van de negentiende-eeuwse Deense schilderkunst wil, wordt al sinds het einde van de jaren negentig regelmatig op zijn wenken bediend. Museum Het Paleis in Den Haag kwam in 1997 met de tentoonstelling De Gouden Eeuw van Denemarken, het Rijksmuseum toonde de negentiende-eeuwse Denen in 2001 zij aan zij met hun zeventiende-eeuwse Hollandse voorbeelden, in het Haags Gemeentemuseum hing in 2007 een grote bruikleen uit het Museum Ordrupgaard en de Denen waren acht jaar geleden ook goed vertegenwoordigd op een overzicht van de Scandinavische schilderkunst in het Groninger Museum.

Deze zomer is er een tentoonstelling aan de Deense guldalder gewijd in Enschede. Het Rijksmuseum Twenthe heeft 48 schilderijen uit de Nivaagaards Malerisamling te logeren, een particulier museum bij Kopenhagen dat momenteel wordt verbouwd. In een verhelderende catalogus zijn de verzamelde schilderijen aan elkaar en aan de Deense geschiedenis vastgeschreven. We leren dat de culturele bloei in Denemarken halverwege de negentiende eeuw een veerkrachtige reactie was op allerlei tegenslagen in politiek, militair en economisch opzicht. Een voorbeeld: het interieur van het in 1859 afgebrande slot Frederiksborg werd nauwkeurig gereconstrueerd door de schilder Heinrich Hansen, wiens schilderijen en tekeningen van grote waarde waren bij de herbouw van het Kopenhaagse paleis. Eén zo’n interieurschilderij hangt nu in Enschede.

Peter Skovgaard, Het strand van Hellebæk, 1858. Olieverf op doek, 39 x 60 cm Foto Torben Christensen / Rijksmuseum Twenthe

Ander voorbeeld: na een dramatische nederlaag op de Engelse marinevloot bouwde de Deense staat in de jaren twintig weer nieuwe schepen, die prominent figureren op de zeestukken van Christoffer Wilhelm Eckersberg, de gangmaker van de nieuwe schildersschool. De door hem geportretteerde driemaster Najaden werd na vele verre zeereizen gekocht door een bedrijf van de zakenman, politicus en kunstverzamelaar Alfred Hage. Hage was een generatiegenoot van de bekendste schilders van de Deense Gouden Eeuw, die weer bijna allemaal leerlingen van Eckersberg waren. Ook was deze Hage de man die de Nivaagaard-collectie bijeenbracht die door zijn zoon Johannes in 1908 werd opengesteld voor publiek, en waarvan het Deense deel nu even in Enschede verblijft. Op de tentoonstelling hangt een portret van Hage senior door Eckersbergs leerling Constantin Hansen.

Goed geregelde witte golfjes

De samenhang in de collectie ontdek je kortom als je de catalogus leest. Maar de hoogtepunten – met name de landschappen op klein formaat van Peter Christian Skovgaard (1817-1875) en Christen Købke (1810-1848) – zijn ook zonder enige achtergrondkennis te genieten. In een strandgezicht van Skovgaard komt rechts de zee aanrollen in goed geregelde witte golfjes terwijl links het strand al net zo ruimtelijk op je af komt door een paar goed geplaatste keien en karrensporen op een zandkleurige ondergrond. De wolkenlucht doet ook veel voor de grote ruimte in het kleine schilderij.

Naast Skovgaards strand hangt Købkes Landschap nabij de kalkbranderij met uitzicht op Kopenhagen, terecht een lievelingsschilderij van Johannes Hage. Minutieus maar niet krampachtig schilderde Købke een boerderij met bomen in zilverachtig tegenlicht. De masten van de Kopenhaagse haven aan de horizon kan de hedendaagse kijker gemakkelijk als schoorsteenpijpen zien, als de skyline van een twintigste-eeuwse havenstad. Het gras, de bomen en het zonlicht op de voorgrond zijn ook vertrouwd, want tijdloos. Waar je bij sommige landschappen, figuurstukken en stillevens op de tentoonstelling historische informatie nodig hebt om ze te kunnen waarderen, hoef je naar dit schilderij alleen maar aandachtig te kijken om op een warme dag in 1836 aan de kust bij Kopenhagen te staan.