Opinie

Europa moet de landbouw veerkrachtiger maken

Landbouwbeleid Europese regeringsleiders kunnen het maar niet eens worden over verduurzaming van de landbouw. Dat heeft volgens onderzoeker Yannick Buitenhuis ernstige gevolgen.

Milieuactivisten demonstreren in Brussel tijdens overleg over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.
Milieuactivisten demonstreren in Brussel tijdens overleg over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Foto Yves Herman/Reuters

Eind mei werd er weer druk onderhandeld tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese landbouwministers over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor na 2023. Na vier dagen onderhandelen slaagden de Europese instellingen er niet in om een compromis te sluiten over de mate van verduurzaming. De onderhandelingen worden daarom binnenkort hervat.

De Europese Commissie had de verduurzaming en het waarborgen van een veerkrachtig Europees landbouwsysteem hoog op de agenda gezet, maar toch lijkt het er ook tijdens deze hervormingsronde op dat de duurzaamheidsambities zullen worden afgezwakt.

Dat zou een gemiste kans zijn, want de langetermijnveerkracht van de Europese landbouwsystemen staat onder druk door drie urgente problemen: klimaatverandering en extremer weer, verlies aan biodiversiteit en een toenemende milieudruk.

Veerkracht is een begrip uit de natuurwetenschappen en wordt gedefinieerd als het vermogen van systemen om met verstoringen om te gaan zonder permanent te veranderen. Dit betekent dat een veerkrachtig landbouwsysteem in staat is om een kortstondige klap te incasseren om vervolgens de draad weer snel op te pakken.

Minder kunstmest

Klimaatverandering, biodiversiteitverlies en de agrarische milieudruk vragen elk een ander type veerkracht. Klimaatverandering dwingt boeren bijvoorbeeld om hun landbouwpraktijken aan te passen om gezond voedsel te blijven produceren. Om de biodiversiteit op het platteland te beschermen, zullen boeren minder intensief gebruik moeten gaan maken van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen om in balans te blijven met de natuurlijke omgeving. Als blijkt dat eindeloze en eentonige akkers te veel voedingstoffen uit de bodem trekken, kan het verstandiger zijn om wezenlijk diverser te telen voordat het te laat is.

Veerkracht is dus meer dan alleen het op korte termijn robuust zijn om stug schokken te absorberen. Het vereist ook aanpassingsvermogen, óf misschien wel een transformatie van het landbouwsysteem.

Terwijl het ondersteunen van deze drie typen veerkracht vraagt om verschillende beleidsmaatregelen, heeft het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid zich in het verleden met name gericht op het ondersteunen van de robuustheid van de landbouw. Grote budgetten werden vrijgemaakt voor directe inkomenssteun en financiële vangnetten werden ingericht voor acute crisissituaties. De huidige GLB-hervormingsonderhandelingen lijken daar nauwelijks verandering in te gaan brengen.

Verdelen van geld

Ook dit keer gaat de discussie in Brussel met name over hoe het geld (bijna 400 miljard euro) verdeeld moet worden, én hoeveel van dat geld eigenlijk naar vergroening van de landbouw moet gaan. Er wordt nauwelijks besproken of deze maatregelen überhaupt geschikt zijn om de veerkracht van landbouwsystemen op de lange termijn te ondersteunen.

Het gevolg is dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid met veelal dezelfde directe inkomenssteun de veerkracht van de landbouw gaat ondersteunen. Deze inkomenssteun bezorgt wellicht op de korte termijn een financiële buffer voor boeren, maar zorgt tegelijkertijd voor weinig stimulans om anders te gaan boeren. Het merendeel van de directe inkomenssteun blijft tot 2027 gekoppeld aan het aantal hectares dat een boer bezit. Innovatieve, kleinschalige of biologische landbouw kunnen daarom weinig steun verwachten.

Lidstaten kunnen ecologisch landbouwbeleid aanpassen aan lokale context

Deze koppeling levert bovendien een oneerlijke verdeling van de inkomenssteun op (80 procent van de directe inkomenssteun komt terecht bij slechts 20 procent van de Europese boeren). Om maar te zwijgen over de nodige schandalen en fraudezaken. Het zou beter voor de langetermijnveerkracht zijn als inkomenssteun in toenemende mate wordt gekoppeld aan innovaties of behaalde duurzaamheidsresultaten. Zo stimuleer je aanpassingen en vergroening én krijgen boeren betaald voor het goede werk dat zij leveren voor natuur, klimaat en het landschap.

Dierenwelzijn

Daarvoor zijn nieuwe eco-regelingen bedacht, waarin boeren inkomenssteun ontvangen als zij hun landbouwpraktijken aanpassen om positief bij te dragen aan milieu, klimaat, biodiversiteit en dierenwelzijn. Deze vergoeding heeft de potentie om bij te dragen aan het versterken van langetermijnveerkracht van de Europese landbouwsystemen.

Lees ook hoe de klimaatdiscussie het Brusselse landbouwbeleid beïnvloedt

Lidstaten kunnen de eco-regelingen zelf inrichten door middel van hun Nationaal Strategisch Plan. Dit geeft opties om het beleid aan te passen aan de nationale of lokale context: een intensief akkerbouwbedrijf in Nederland heeft andere beleidsopties nodig dan een extensieve schapenhouder in Spanje om zich te kunnen aanpassen en vergroenen.

Maar juist de eco-regelingen zijn het struikelblok tijdens de laatste GLB-onderhandelingen. Europese landbouwministers willen voorkomen dat meer dan 20 procent van het GLB-geld wordt uitgetrokken voor eco-regelingen, het Europees parlement wil minimaal 30 procent.

Klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, en de druk van de landbouw op het milieu vragen om een fundamenteel andere kijk op veerkracht binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het wordt de hoogste tijd dat ook de Europese landbouwministers dat gaan inzien.