Wat betekent de stijgende rente voor je hypotheek en pensioen?

Rentestand Opwinding in de financiële wereld: de rente is het laatste halfjaar gestegen. Maar dat gaat over de rente op staatsobligaties. In hoeverre heeft dat gevolgen voor je spaarrekening, hypotheek en andere financiële producten?

Illustratie Sharon Coone

Een luxeprobleem: wat moest je met je geld in een periode van weinig uitgaven door de lockdown, en een spaarrente van niks? Geld spenderen lukt nu weer beter, maar ook het feit dat de rente recent gestegen is, klinkt veelbelovend.

De tienjaarsrente op wereldwijde staatsleningen is sinds eind 2020 gemiddeld met 0,5 procentpunt gestegen. De laatste tijd is die weer iets teruggezakt, maar beleggingsexperts zoals Bob Homan van ING verwachten dat de rente later dit jaar weer wat verder zal stijgen.

Gaat het eindelijk weer lonen om een flink bedrag op een spaarrekening of deposito te zetten? Voorlopig zal dat tegenvallen, is de verwachting. En áls de spaarrente al omhoog gaat, is het de vraag of we er blij mee moeten zijn. Voor andere financiële producten kan een stijgende rente namelijk juist ongunstig zijn.

Als de hypotheekrente bijvoorbeeld ook stijgt, kan dat de maandlasten opjagen. Dat compenseert een beetje extra spaarrente niet.

Praktische uitleg over de invloed van een hogere rente op vijf financiële producten.

1. Sparen

De rente op staatsleningen met een looptijd van tien jaar is vanaf eind vorig jaar gemiddeld met ongeveer 0,5 procentpunt gestegen. Het zou leuk zijn als de rente op een spaarrekening – bij de meeste banken nu 0,01 procent – even hard omhoog gaat, maar dat is niet zo. De spaarrente is vooral afhankelijk van het tarief van de centrale banken, en die houden de rente laag om het economische herstel te stimuleren.

Een beetje kan de spaarrente wel omhoog, maar volgens financieel planner Jeroen Wolfsen van vergelijkingssite Moneywise zal dat in eerste instantie met honderdsten procentpunten gaan.

Sparen begint pas weer te lonen bij een spaarrente boven de 2 of 2,5 procent, zegt hij. Dan compenseer je ongeveer de inflatie plus de eventuele vermogensrendementsheffing (die je betaalt boven de vrijstelling van 50.000 euro vermogen per persoon).

Je geld nu voor meerdere jaren vastzetten op een deposito is echt een slecht idee. Wolfsen: „Je krijgt hooguit 0,3 of 0,4 procent en daarvoor moet je bij een buitenlandse bank zijn. Als dan straks de spaarrente stijgt, kun je tijdens de looptijd niet switchen naar een beter tarief. Je kunt er wel vanaf, maar dan betaal je een boete en ben je je voordeel al meteen kwijt.”

Lees ook: De rente stijgt, de beurs loopt op eieren

2. Hypotheek

Als de hypotheekrente stijgt, hebben de meeste huizenbezitters daar voorlopig helemaal geen last van. De meerderheid heeft de afgelopen jaren van de lage hypotheekrente geprofiteerd door het rentetarief tien of twintig jaar vast te zetten. En de vraag is óf de hypotheekrente wel gaat stijgen. Eerder dit jaar is zij juist verder gedaald, wat toegeschreven wordt aan de verscherpte concurrentie tussen aanbieders. Maar als hun marges op hypotheken blijven dalen, lijken (iets) hogere hypotheekrentes uiteindelijk onvermijdelijk. Dat voorziet Oscar Noorlag van hypotheekadviesbureau Van Bruggen Adviesgroep. „Je ziet het nu al mondjesmaat gebeuren bij aanbieders, al is het nog maar met een paar honderdsten procentpunten. Onze verwachting is dat de hypotheekrente later dit jaar met 0,3 tot 0,5 procentpunt stijgt. Gaat de kapitaalmarktrente verder omhoog, dan kan het harder gaan.”

Als eerste is volgens Noorlag het populairste (en nu voordeligste) product aan de beurt: de hypotheken met NHG die twintig jaar vaststaan.

En nu? Heb je nog een hypotheek met een hogere rente, dan is dit volgens Noorlag hét moment om in actie te komen. Nu kun je (nog) profiteren van de huidige lage rente. Loopt je rentevaste periode nog maar een paar jaar, dan is oversluiten naar een andere hypotheek of rentemiddeling een optie.

Voor dat eerste betaal je een boete in één keer, bij de tweede methode wordt die boete versleuteld in een nieuwe rente. Maar als je nog een flinke rentevaste periode te gaan hebt, is de vergoeding die je moet betalen zo hoog dat je er weinig mee opschiet. Noorlag: „Stel dat je de rente vijf jaar geleden op 4 procent hebt vastgezet voor twintig jaar. Dat leek toen hartstikke mooi, maar dan betaal je voor oversluiten of middelen nu een megaboete.”

In zo’n geval kun je misschien beter verhuizen, zegt hij. Dan kom je zonder boete van je contract af en kun je snel een nieuwe hypotheek tegen een gunstiger rente afsluiten. Doen mensen dat om die reden? „O ja, dat zie ik nu heel vaak gebeuren.”

3. Krediet

Heb je een persoonlijke lening met een vaste looptijd en rente, vaak afgesloten voor de aanschaf van een auto, dan ben je bij stijgende rente natuurlijk blij met je afgesproken rentetarief. Al betaal je voor zo’n lening (of consumptief krediet) volgens Jeroen Wolfsen van Moneywise nu ook al zeker 4 of 5 procent. „Er wordt geadverteerd met lage tarieven, maar je weet van tevoren nooit in welke risicoklasse je terechtkomt. Meestal valt het dan tegen.”

Een doorlopend krediet is een ander verhaal: dat heeft een variabele rente, die maximaal 10 procent kan bedragen. En dat is dan nog het tijdelijk door de overheid verlaagde tarief, in verband met de coronapandemie. Hoe dan ook is de rente van een doorlopend krediet zo hoog dat er eigenlijk geen relatie meer bestaat met de marktrente, stelt Wolfsen. Al verwacht hij dat die relatie wel terugkeert als de marktrente verder stijgt. „Dan stijgt de rente op een doorlopend krediet waarschijnlijk wél mee. Een blanco cheque aan de kredietverstrekker, zo zie ik een doorlopend krediet.”

Heb je meerdere kredieten, dan raadt Wolfsen aan ze nu samen te voegen tot één persoonlijke lening. Dat is overzichtelijker en zo profiteer je nog van de huidige lage rente. Bovendien geldt voor één grotere lening vaak een lagere rente dan voor meerdere kleine leningen. Wel betaal je voor het oversluiten van een persoonlijke lening meestal een boete. Je doorlopende krediet los je met die nieuwe lening kosteloos af.

Lees ook: Door de stijgende rente gaat het pensioenfondsen ineens voor de wind

4. Beleggingen

De marktrente heeft volgens beleggingsstrateeg Bob Homan van ING grote invloed op de koersen van beleggingen. Hij verwacht dat de rente nog een beetje doorstijgt dit jaar, met 0,2 procent voor Duitse staatsleningen en ongeveer 0,4 procent voor Amerikaanse leningen.

Heb je obligaties in portefeuille, dan is een stijgende marktrente ongunstig. Op nieuw uitgegeven leningen kun je immers een hogere rente krijgen. De rente op jouw bestaande obligatie steekt daar karig bij af, de koers daalt. Hoeveel, daarvoor heeft Homan een stelregel: met een rentestijging van 1 procentpunt daalt de koers met de looptijd. Op een 10-jarige lening verlies je dan 10 procent, op een 5-jarige lening 5 procent.

Homan zou niet meteen aan het verkopen slaan. Maar heb je geen obligaties en wil je veilig geld beleggen, dan zou je nu nieuwe staatsleningen met een aantrekkelijker rente kunnen kopen, aldus Homan.

Over het geheel genomen is een hogere rente ook niet zo gunstig voor aandelen, maar het effect is volgens Homan wisselend. Te lijden hebben vooral bedrijven waarvan de beurskoers sterk afhangt van de verwachte toekomstige winsten, zoals sommige techbedrijven of ondernemingen in de duurzame hoek.

Traditionele bedrijven met een solide winst hebben veel minder last van een hogere rente. Veel bedrijven kunnen bij een oplopende inflatie natuurlijk ook gewoon hun prijzen verhogen. Beleg je bijvoorbeeld via een indextracker of ETF in een wereldwijde index, dan is er volgens Homan weinig aan de hand. Met trackers in sectoren als ICT of alternatieve energie, vindt hij een switch naar een bredere index wel een idee.

5. Pensioen

Voor pensioenen pakt de hogere rente gunstig uit. Traditionele pensioenfondsen met een middelloonregeling zien hun dekkingsgraad stijgen omdat zij minder vermogen voor toekomstige uitkeringen hoeven te reserveren. Dan kan indexatie weer in beeld komen, dus een jaarlijkse pensioenverhoging in lijn met de inflatie. Al moet de rente dan nog wel even flink doorstijgen, volgens financieel planner Jack van Dongen van pensioenadviesbureau Pura.

Heb je een een lijfrentepolis, of een beschikbare premieregeling die meestal via een verzekeraar loopt dan ben je vooral afhankelijk van het rendement van de beleggingen van die verzekeraar. En die hebben eerder last van een hogere rente.

Staat de rente op dat moment hoger, dan krijg je levenslang een hogere uitkering. Van Dongen berekende het verschil.

Stel dat je met een ton een levenslang pensioen wilt, dan krijg je nu 320 euro per maand. Met een rentestijging van 1 procent gaat dat naar 368 euro per maand, een stijging van 15 procent. Verwacht je zo’n flink hogere rente, dan kun je de aankoop tot maximaal vijf jaar na je AOW-leeftijd uitstellen, als je dat financieel redt.

Een andere optie is om een deel van je pensioenuitkering uit te stellen. Dat kan met een variabel pensioen, waarbij je elk jaar een deel krijgt uitgekeerd terwijl de rest belegd blijft. Maar uitstellen kan ook als je meerdere pensioenen hebt. Van Dongen: „In de praktijk hebben mensen vaak wel zes of zeven verschillende pensioenen bij verschillende werkgevers opgebouwd. Een paar daarvan kun je nu alvast laten uitkeren, een paar laat je nog even staan – liefst de premieregelingen. Te zijner tijd kun je dan alsnog van de hogere rente profiteren.”

Voor pensioenproducten die je privé hebt afgesloten of als zzp’er, zoals een lijfrentepolis bij een verzekeraar of een bankspaarproduct, geldt in grote lijnen hetzelfde. Ook daarvan kun je de uitkering een paar jaar uitstellen of slechts een deel ervan opnemen.