Recensie

Recensie Theater

Monoloog ‘La Codista’ is prachtig kleinood waarin niets gebeurt

Theater In de monoloog ‘La Codista’ verheft Marleen Scholten het uitgerekte wachten tot betekenisvol leven. Met haar onnavolgbare tekstbehandeling vindt ze speelsheid in het statische.

Marleen Scholten in de theatersolo ‘La Codista’.
Marleen Scholten in de theatersolo ‘La Codista’. Foto Luca Chiaudano

„Nummer 64. Ik heb 127.” Een minzame glimlach. Haar tas stevig onder de arm geklemd. „Het halve leven is wachten. Gelukkig heb ik goede schoenen.”

Het personage dat Marleen Scholten in de theatersolo La Codista speelt, staat tegen betaling voor anderen in de rij. Inspiratie was de Italiaanse Giovanni Cafaro, een voormalig communicatiemedewerker die na een periode van werkloosheid besloot ‘codista’, rijstaander, te worden. In Italië staan mensen gemiddeld vierhonderd uur per jaar in de rij, vertelt het personage. „Dat zijn zestien dagen.”

La Codista is een prachtig kleinood waarin letterlijk niets gebeurt. Scholten staat in het midden van een lege toneelvloer onder een bak sfeerloos tl-licht, in benijdenswaardige zelfacceptatie. Gedurende de voorstelling komt ze niet van haar plaats, slechts tweemaal keert ze haar rug naar de zaal, als haar personage even een sigaretje rookt. Al wachtend kijkt ze haar ogen uit, geen rij is hetzelfde. Opgetogen: „De rij is als het leven en kijk mij: ik maak er deel van uit.”

Treffende observaties

Ondanks alle soberheid is La Codista is zeer levendige solo: dat komt door Scholtens filosofische tekst vol treffende observaties en door haar onnavolgbare tekstbehandeling, waarmee ze het wachten als een partituur vol onverwachte variaties benadert. Muziek in de monotone bureaucratie.

Scholten verheft het uitgerekte wachten tot betekenisvol leven, het alledaagse tot poëzie. Ze vindt speelsheid in het statische. Daarmee is La Codista ook een waardevolle reactie op het afgelopen coronajaar. Wie het perspectief van de wachtende zo gretig omarmt, ziet de absurditeit van het dagelijks bestaan – de snelheid waarmee we leven, hoe we trillen van ongeduld bij elk oponthoud – in optima forma.

Tegelijkertijd is het ook een zeer aangrijpend verhaal, van iemand die haar eigen identiteit reduceert tot een vorm van inwisselbare dienstverlening. Haar inlevingsvermogen in anderen is een dankbare redding in de wachtruimtes, maar wat blijft er ondertussen van haarzelf over?

Lees ook: Die landerige zomer van 2020