In Polen hebben ze er ‘nul vertrouwen in’

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De steekpass

De bal hoeft maar 90 minuten te rollen om de stemming volledig te doen omslaan. Van standje ‘dit wordt nooit wat’ naar ‘met anderhalf been in de tweede ronde’. Zeker als de buitenlandse pers meejubelt over „zonder twijfel de beste wedstrijd tot nu toe”. Juist als er op raffinement valt aan te merken, maar amusement en onwaarschijnlijke sterren van het gras spatten. De nationale trots zwelt verder aan wanneer Daley Blind voor de camera zijn fysieke en mentale kwetsbaarheid durft te tonen.

Lees ook: Een kring om Christian Eriksen

Dat alles – minus de hartkwaal – gun ik ook mijn langdurige logeerland Polen. Ongezond nationalisme is hier alom: xenofobe marsen die gewelddadig uit de hand lopen, ruzie met Brussel, obsessie met geschiedenis zonder grijstinten. Maar in zomers Warschau ben ik nog nergens rood-wit vlagvertoon, een hysterische kroeg, meeliftende supermarkt of zelfs posters van Robert Lewandowski tegengekomen. Het ‘wij tegen iedereen’ leeft dit EK totaal niet.

„We hebben er nul vertrouwen in”, hoor ik voor de eerste wedstrijd op de bank bij defaitistische vrienden. „Vroeger hadden we een aardig team met slechte spelers, nu hebben we een paar prima spelers, maar een heel slecht team.”

Hoe slecht, wordt bewezen als het stugge Slowakije maandag 2-1 maakt. Op de bank maakt het moedeloze minderwaardigheidscomplex plaats voor galgenhumor. „Gelukkig hebben we hierna een makkelijke wedstrijd, tegen Spanje.”

Emilie van Outeren