Opinie

Iedereen heeft een taak in de bestrijding van zwerfafval

weggooigedrag

Commentaar

Lege bierblikjes, chipszakken, pizzadozen, plastic tassen en mondkapjes. Met het mooie weer en de coronaversoepelingen stromen de parken en stranden weer vol en lopen de prullenbakken over. Bezoekers van het Vondelpark in Amsterdam lieten afgelopen week de grasvelden bezaaid met zwerfafval achter, tot grote ergernis van de gemeente. Deze reageerde door middenin het park een twee meter hoge afvalberg te plaatsen. Een ludieke actie om mensen te wijzen op hun asociale weggooigedrag. Ook op andere plekken in het land ging het mis. Zo lieten jongeren, na een strandfeest bij de Zuiderplas in Den Bosch, een enorme troep achter.

Volgens Rijkswaterstaat neemt de hoeveelheid zwerfafval toe. De groeiende hoeveelheid mondkapjes en verpakkingen van afhaalmaaltijden die sinds de lockdown, half maart 2020, rondslingeren, helpen daar niet bij. Toch wordt de toename niet alleen veroorzaakt door de coronacrisis, of dat burgers minder netjes zouden zijn dan vroeger. Het alom rondzwervende afval is eerder een gevolg van de toenemende bevolkingsgroei en het feit dat er meer producten met meer verpakkingsmateriaal in omloop zijn. Werden vroeger bij de groenteboer de groenten onverpakt bewaard in houten kratten, nu liggen de maaltijdsalades in plastic verpakkingen kant en klaar in de supermarkt.

Hoe deze toename van zwerfafval tegen te gaan? Het antwoord ligt in een ingewikkeld samenspel tussen burger, bedrijven en overheid. Met behulp van bewustwordingscampagnes en boetes kan het gedrag van de nonchalante burger worden omgebogen. Gemeentes kunnen meer afvalbakken plaatsen op plekken waar mensen hun meegebrachte voedsel eten.

Met betrekking tot internationale afspraken heeft de overheid een belangrijke taak. Tot nu toe blijkt het belasten van de verpakkingen die het meest in het milieu worden aangetroffen, het meest effectief. De Europese Unie nam in 2016 al een eerste stap door lidstaten te verplichten het gebruik van plastic tassen te verminderen. Winkeliers mogen klanten geen gratis plastic tas meegeven. Uit onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, bleek na een jaar dat het aantal plastic tassen op straat al met circa 70 procent was verminderd. Eind 2018 gingen de EU-staten akkoord met het uitbannen van wegwerpplastic. Vanaf 1 juli komt er ook statiegeld op kleine plastic flessen frisdrank en water. De gedachte is simpel: wie iets opraapt of inlevert, wint 15 cent. Toch zijn het maar voorzichtige stapjes. Nederland kent bijvoorbeeld nog geen heffing op in plastic verpakte on-the-go-producten waarbij rekening wordt gehouden met de opruimkosten. En het beboeten van zwerfafval dat bij containers in de buurt wordt aangetroffen, blijkt eenvoudiger dan iemand betrappen op het achterlaten van troep in het park.

Ten slotte ligt de verantwoordelijkheid bij de grote bedrijven die niet bereid zijn hun plastic verpakkingen te vervangen door meer duurzame materialen. Aanscherping van de regelgeving voor deze producenten is dan ook gewenst. Aan hen om hergebruik te stimuleren via hervulbare verpakkingen. Nederland kan daarbij over de grens kijken. In Frankrijk ligt inmiddels een wetsvoorstel dat supermarkten die groter zijn dan 400 vierkante meter, in 2030 verplicht om 20 procent van het vloeroppervlak te voorzien van refill-systemen. Zo kan een klant een van huis meegebracht bakje zelf vullen met rijst. Als alle spelers op deze manier hun verantwoordelijkheid nemen, groeit de afvalberg de burger hopelijk niet boven het hoofd.