Opinie

Geesteswetenschappen gaan verdeeld ten onder

Universiteiten Onderzoekers geven weinig inzicht. Dat maakt geesteswetenschappen vatbaar voor bezuinigingen, aldus .
Foto Simone Ramella (CC BY 2.0)

De sloop van de geesteswetenschappen verloopt even gestaag als onopvallend. Nu eens sluit in het ene land een kunsthistorisch instituut, dan weer is in een ander land een vakgroep taalkunde aan de beurt. De sloop krijgt alleen aandacht als ook andere vakgebieden worden getroffen, zoals in 2019, toen het ministerie van Onderwijs geld overhevelde van de algemene naar de technische universiteiten.

De afgelopen maand was het in de oudheidkunde raak. Eerst was het crisis bij de archeologen van Sheffield, vervolgens waren enkele studierichtingen in Halle-Wittenberg aan de beurt en daarna lagen de classici van de Howard-universiteit in Washington onder vuur. Opmerkelijk: de classici waren niet heel behulpzaam toen de archeologen in Sheffield onder druk stonden, en omgekeerd liepen de archeologen zich het vuur niet uit de sloffen voor de classici. Terwijl het gaat om vervlochten vakgebieden. Archeologen moeten kennis van historische taalkunde hebben, classici kunnen niet zonder cognitieve archeologie.

Dit speelt niet alleen in de oudheidkunde of in het buitenland. Toen de Amsterdamse Vrije Universiteit twee jaar geleden de bachelor-opleiding Nederlands ophief, stonden de neerlandici er vrijwel alleen voor. De teloorgang van de geesteswetenschappen hangt ten dele samen met het onvermogen gezamenlijk op te trekken.

Vicieuze cirkel

Een tweede verklaring is dat men zichzelf onvoldoende uitlegt. Geesteswetenschappen helpen ons denkbeelden te doorgronden die in de maatschappij circuleren. Dat is hun belang. We hebben er niets aan als die inzichten onbekend blijven aan diezelfde maatschappij. De geesteswetenschappen lopen echter achter met hun wetenschapscommunicatie. Slechts een derde van de instellingen heeft een plan voor de overdracht, terwijl dat in andere vakgebieden de helft is. Vooral de uitleg van de methoden en het wetenschappelijk proces laat te wensen over.

Lees ook: Waarde van onderwijs is meer dan alleen economische groei

Uiteraard zijn er positieve uitzonderingen, zoals de onvervangbare website Neerlandistiek, maar grosso modo is het voor het publiek moeilijk te achterhalen hoe geesteswetenschappers hun inzichten opdoen, welke methoden ze gebruiken en waarom academische vorming zin heeft. Het gevolg is dat wie claimt dat geesteswetenschappelijke opleidingen belangrijk zijn, ongeloofwaardig oogt omdat de onderzoekers de inzichten en methoden nooit professioneel tonen.

Zo verkeren de geesteswetenschappen in een vicieuze cirkel: onuitgelegd maakt onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar voor bezuinigingen. En wie geen geld heeft, kan zich moeilijk uitleggen. Toch moet dat gebeuren. En rap.

In de Voorjaarsnota kondigde het kabinet namelijk aan weer eens te bezuinigen op de universiteiten. Deze keer gaat het om 43 miljoen euro – die zullen wel weer bovenmatig worden afgewenteld op de geesteswetenschappen.

Niemand kan voorspellen welke universiteit komend najaar welke studierichting opheft. Maar we weten wel dat de geesteswetenschappen niet gezamenlijk zullen optrekken, dat de medewerkers van een geïsoleerde vakgroep in verontwaardigde opiniestukken een relevantie zullen claimen die ze niet tonen, dat een academische bestuurder sussende woorden zal spreken en dat de voorlichting opnieuw niet geprofessionaliseerd gaat worden. Zodat alle lichten op groen staan voor verdergaande sloop.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.