Bij ebola in Afrika zag je lijken, bij corona in het Westen pleepapier

Persfotografie Als redacteur Afrika viel het tijdens de pandemie op dat Afrikanen anders in beeld komen dan Europeanen. In haar laatste artikel voor NRC vraagt ze zich af of dat niet anders kan.

De foto’s bij dit artikel komen van fotoblog Everyday Africa, dat ernaar streeft de perceptie van Afrika te verbreden. Op de foto hierboven krijgt de Keniaanse Valentine Ayuma (10) balletles via Facebook.

De foto’s bij dit artikel komen van fotoblog Everyday Africa, dat ernaar streeft de perceptie van Afrika te verbreden. Op de foto hierboven krijgt de Keniaanse Valentine Ayuma (10) balletles via Facebook.

Foto Gordwin Odhiambo

Pleepapier. Als we over vijftig jaar terugkijken op het begin van de coronapandemie in Nederland zien we foto’s van lege schappen waar pleepapier had moeten liggen, zegt fotograaf Ilvy Njiokiktjien. „En van mondmaskers, flesjes desinfecteerspray, een leeg Damrak.”

Het is niet dat ze niet geprobeerd heeft de zieken en het verdriet te laten zien. Njiokiktjien zei eerder al in NRC dat ze de gevolgen wil vastleggen van het virus dat in Nederland tot meer dan zeventienduizend doden heeft geleid, wereldwijd tot meer dan 3,8 miljoen. Na veel zeuren mocht ze in het Erasmus Medisch Centrum bedden fotograferen.

Lege bedden

„Je komt er niet doorheen”, zegt Njiokiktjien telefonisch, „alles moet langs communicatieadviseurs. Ik dacht: als ik patiënten en familieleden om toestemming vraag moeten er toch mensen tussen zitten die dit belangrijk vinden? Wat is er gebeurd met onze persvrijheid?”

Toen op 23 september artiest en influencer Famke Louise aan tafel bij Eva Jinek, tegen IC-arts Diederik Gommers zei dat ze zich meer zorgen maakt over de maatregelen dan het virus zelf, werd Njiokiktjien gek. „Als Nederlanders foto’s zouden zien van die vele doden zou niemand denken dat het meevalt!”, riep ze naar haar beeldscherm.

Uiteindelijk lukte het de Nederlandse fotograaf Kees van der Veen vorig jaar april een coronapatiënt te volgen die op de IC lag en overleed in zijn bijzijn. Njiokiktjien kreeg na het Famke Louise-debacle een goede ingang in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch.

Lees ook: ‘Ik ben zo dankbaar voor het vertrouwen van de familie’

Dat dat meer dan een half jaar heeft geduurd noemt ze „een zwart gat in de visuele geschiedenis van de pandemie”.

Hoe anders is dat tijdens rampen die in Afrika voorkomen, het continent dat ik sinds 2018 heb gevolgd voor NRC. Ik hoefde maar een stuk te schrijven over de mazelen in Congo, of een militair conflict – aan foto’s van gewonde of dode mensen, soms zelfs blote kinderen, geen gebrek. Nog voordat we een duidelijke analyse hebben van een nieuwsgebeurtenis stromen er via persbureaus al foto’s binnen die het verhaal vertellen.

Weet u nog ebola – dat verschrikkelijke virus dat tussen 2013 en 2016 door voornamelijk West-Afrika raasde? Als ik daaraan terugdenk zie ik de medici in astronautenpakken en de neergevallen of dode burgers nog voor me. Afschrikwekkende foto’s. Nu wil ik niet beweren dat ik geen nare coronafoto’s heb gezien. Maar als je het tegen elkaar afweegt, is het toch vreemd dat een virus als ebola, dat minder dan twaalfduizend doden als gevolg had, tot veel heftige nieuwsfoto’s leidde; terwijl dat andere virus, dat miljoenen doden veroorzaakte, close-ups van medici, en beelden van lege bedden en vaccinnaalden met zich meebracht.

In Ghana viel het ook op

Het verbaasde ook de Ghanese fotograaf Nana Kofi Acquah. Toen de pandemie begon en hij zag dat de doden vooral in Europa vielen, ging hij op de foto’s letten. Al jarenlang ziet hij westerse fotografen naar zijn continent vliegen om „allerlei vormen van lijden vast te leggen”, zegt hij telefonisch vanuit Accra, de Ghanese hoofdstad. „Ik dacht: nu hoeven ze alleen maar naar buiten te lopen om het leed te zien, ze hoeven geen hotels en vluchten te boeken.”

Hij dook het corona-aanbod van persbureaus in en zag vooral „foto’s van mensen die liedjes zongen op hun balkon”. Ook wel wat beeld van mensen in ziekenhuizen, maar op afstand. Niet herkenbaar in beeld en van bovenaf gefotografeerd.

Egyptische visser helpen de Nijl schoon te houden door plastic flessen uit het water te vissen. De foto komt van fotoblog Everyday Africa, dat ernaar streeft de perceptie van Afrika te verbreden. Foto Roger Anis

Op Instagram schreef hij: „Meer dan drieduizend doden in Italië en toch geen grafische foto’s van mensen die dood gaan of dood zijn. Beste witte journalisten, kunnen jullie Afrika met datzelfde niveau van respect en empathie fotograferen? Waardigheid is een mensenrecht geen privilege.” Zijn post ging viraal.

Ook Mitchell Esajas van de Black Archives, een archief rondom zwart erfgoed, deelde de memo van Kofi Acquah op Facebook. Is het niet belangrijk om nare beelden uit Afrika te laten zien zodat westerlingen overgaan tot actie, reageerde iemand. Nee, was daarop een antwoord dat veel aanhang vond: narigheid in Afrika overbelichten duwt positieve ontwikkelingen naar de achtergrond en bevestigt het problematische idee van Afrika als shithole continent vol wilden en doden.

Er zíjn toch meer problemen?

Als je Europa met Afrika vergelijkt, kun je zeggen dat Afrika nu eenmaal een continent is waar meer armoede is, waar meer mensen lijden aan honger, vaker sterven als gevolg van conflicten. Je kunt zeggen: maar ebola is toch veel meer een visueel virus dan corona dat is? Of: we zagen toch ook verschrikkelijke beelden van lijkverbrandingen in India? Of, zoals Ilvy Njiokiktjien eerder zei: het is toch kwalijk om de ernst van problemen te ontkennen? Maar als je de geschiedenis van de westerse beeldvorming rondom Afrika induikt, zie je dat er meer aan de hand is.

„Het Westen had er eeuwen geleden belang bij om Afrikanen af te beelden als mensen die niet voor zichzelf konden zorgen”, zegt Wouter van Beek, emeritus hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Tilburg en verbonden aan het Afrika Studiecentrum Leiden. „Zo werden slavernij en kolonialisme goed gepraat. Westerse missionarissen die kerken wilden bouwen, stuurden beelden van hongerige kinderen en kregen zo geld.”

De ontwikkelingsindustrie heeft dat volgens Van Beek deels in stand gehouden. „Met al hun goede intenties definieert ontwikkelingssamenwerking de Afrikaan als iemand die geholpen moet worden. Daarmee worden wij de helper – toch weer een andere categorie.” En zo komt het dat veel van de negatieve stereotypen over Afrika, als continent van ziekten, honger en gevaar blijven bestaan. „Die beeldvorming is hardnekkig”, zegt hij telefonisch. „Media spelen daar ook een rol in.”

Schrijven over ‘de Afrikaan’

Toen ik als Afrika-redacteur begon, werd ik snel gewezen op het werk van de wereldberoemde Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina, die twee jaar geleden overleed. In 2005 schreef hij een belangrijke essay: ‘How to Write About Africa’, dat westerse journalisten vertelt hoe wél te schrijven over het continent.

Lees ook: ‘Afrika is een continent, geen land’

„Een van je personages is altijd een Hongerlijdende Afrikaan”, schrijft Wainaina, „die bijna naakt door een vluchtelingenkamp dwaalt en wacht op de welwillendheid van het Westen. Haar kinderen hebben vliegen op hun oogleden en dikke buiken, haar borsten zijn plat en leeg. Ze moet er volkomen hulpeloos uitzien. Ze kan geen verleden hebben, geen geschiedenis; dergelijke afleidingen verpesten het dramatische moment. Gekreun is goed. Ze mag in de dialoog nooit iets over zichzelf zeggen, behalve over haar (onuitsprekelijke) lijden.”

Dit soort stereotypen zijn de Keniaans-Britse George Ogola niet vreemd. Zestien jaar geleden verhuisde hij naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij nu al als docent journalistiek (Universiteit van Central Lancashire) onderzoek doet naar nieuwspraktijken in Afrikaanse landen. Hij volgt onder andere hoe westerse media over Afrika berichten en ziet een duidelijk frame terugkomen in de verhalen en beelden: het Westen is dat deel van de wereld waar mensen hun zaakjes op orde hebben, Afrika is het continent waar het spektakel plaatsvindt, in negatieve zin dan. Het is vooral de plek waar veel misgaat.

Ato uit Ghana is in slaap gevallen in de auto, nadat zijn ouders hem hebben opgehaald van school. De foto komt van fotoblog Everyday Africa, dat ernaar streeft de perceptie van Afrika te verbreden. Foto Nana Kofi Acquah

De respectvolle manier waarop er in het westen met coronaslachtoffers wordt omgegaan in de beeldvorming, viel Ogola ook al op. Beelden uit Afrika hebben een andere toon, ziet hij. „Er zit iets pervers in hoe verteerbaar wij gruwelijke foto’s uit Afrika vinden”, vertelt Ogola in een lang videogesprek. Hij noemt het een erfenis van slavernij en kolonialisme. Dat geldt voor westerse media, maar ook voor Afrikaanse, zegt hij. „Als je daar op nieuwsredacties rondloopt, zie je hetzelfde misgaan. Onder veel Afrikaanse journalisten is er ook nog geen gevoeligheid voor de waarden van een Afrikaans lichaam. Die kunnen op gruwelijke manieren getoond worden zonder dat iemand zich afvraagt of het ethisch verantwoord is.”

Journalisten zijn vaak goed in staat om problematische of racistische elementen in teksten te herkennen, maar missen dat vermogen bij foto’s, zegt Ogola. Hij noemt het „visueel analfabetisme”, iets waar volgens hem op redacties over gesproken zou moeten worden.

Foto zonder toestemming

Als fotograaf Ilvy Njiokiktjien voor reportages in Afrikaanse landen is, merkt ze dat de regels anders zijn. Stel dat ze in een Afrikaans land is om een reportage over coronapatiënten te maken, hoe gaat dat in z’n werk?

„Je praat een paar minuten met de ziekenhuisdirecteur en je mag doorlopen.” Daar zit wel een gevaar in, zegt ze. „Ik zou persoonlijk nooit een foto van een dood persoon publiceren zonder toestemming van familie. Maar van verhalen weet ik dat niet iedereen zo netjes werkt, dat is juist in Afrika een probleem. Het komt wel eens voor dat westerse fotografen foto’s maken van gruwelijkheden zonder toestemming. Al komen ze er dankzij het internet gelukkig minder makkelijk mee weg.”

Zowel Njiokiktjien als Kofi Acquah zien wel veranderingen bij westerse nieuwsmedia en ngo’s. Hongerbuikjes en vliegen op de ogen zijn niet meer welkom.

Daarnaast neemt ook op het Afrikaanse continent de bewustwording toe. Steeds vaker ziet George Ogola dat er op sociale media kritiek wordt geuit wanneer er gruwelijke beelden in Zuid-Afrikaanse en Keniaanse kranten verschijnen. Ook zijn er initiatieven als Everyday Africa, waar Kofi Acquah als fotograaf bij aangesloten is. Op dat platform worden foto’s gedeeld die het spektakelvrije dagelijkse leven van Afrikanen laten zien. Een meisje in Kibera, een wijk in Nairobi, dat via Zoom balletles volgt. Een Egyptische jongen die lege flessen vist uit de Nijl. Foto’s die het normale leven van normale mensen laten zien.

Terwijl fotograaf Njiokiktjien hoopt dat wij er hier in slagen dichter bij het coronaleed te komen, hoopt fotograaf Kofi Acquah dat het leed aan die kant van de evenaar met iets meer afstand wordt vastgelegd. Zo hebben beide werelden elkaar iets te leren. Kofi Acquah: „In veel Afrikaanse landen bestaan andere rituelen en gebruiken rondom de dood dan in westerse landen, maar dat betekent niet dat verlies anders voelt. Ik heb in mijn leven duizenden foto’s gemaakt van mijn oma maar niet toen ze in haar kist lag – zo wilde ik haar niet herinneren. Zoals jullie in het westen de curatoren zijn over jullie eigen beelden, moeten wij ook de curatoren van ónze beelden worden.”