Weer een Europese titel, maar alles moeten winnen zorgt voor druk bij de Nederlandse hockeysters

EK hockey De Nederlandse hockeysters werden zondag voor de elfde keer Europees kampioen. Zoals verwacht. Maar goud is nooit vanzelfsprekend, ook niet voor de hockeyploeg.

Frédérique Matla, topscorer van het EK, maakte in de finale tegen Duitsland de 2-0.
Frédérique Matla, topscorer van het EK, maakte in de finale tegen Duitsland de 2-0. Foto Willem Vernes/ANP

Ze zijn altijd en overal favoriet voor goud. Op EK’s, WK’s en op de Olympische Spelen. Ook in Tokio weer moeten de Nederlandse hockeyvrouwen olympisch kampioen worden. Alsof er niemand anders meedoet.

Die status van ’s werelds enige onoverwinnelijke hockeyploeg dragen de Oranjevrouwen nu al zo’n zeventien, achttien jaar met zich mee. Niet dat ze altijd aan de hoge verwachtingen kunnen voldoen: Nederland verloor, bijvoorbeeld, de laatste olympische finale van Groot-Brittannië. Onterecht, volgens de kenners. Maar alleen doelpunten tellen aan het einde van de dag.

Zondagmiddag, in het zonovergoten Amsterdamse Bos, voldeed het wonderteam van de Nederlandse hockeybond weer ‘gewoon’ aan de hoge verwachtingen met de prolongatie van de Europese titel. Niet dat Nederland geweldig speelde. Het was vaak slordig en gehaast, maar het soortelijk gewicht van de Nederlandse ploeg was Duitsland, nummer drie van de wereld, opnieuw te veel. Ondanks meer dan een handvol Duitse strafcorners en andere scoringskansen. En, met dank aan een uitblinkende doelvrouw Josine Koning in de slotfase.

Uitpuilende prijzenkast

Maar met de overwinning in de finale (2-0) voegden de Nederlandse vrouwen verdiend een elfde Europese titel toe aan de uitpuilende prijzenkast van de KNHB. Elf keer goud in vijftien EK’s, sinds 1984. De sportwereld weet niet beter.

Maar vanzelf gaat het allemaal niet. Niemand die dat beter beseft dan bondscoach Alyson Annan, de geboren Australische die al jaren knutselt aan de ploeg die door het hockeypubliek wordt beschouwd als hockeymachine. Maar er zit veel werk in, duizenden trainingsuren. Nieuwe speelsters, afvallers, blessures, vernieuwing, tegenslag en tranen.

Zonder die gemakzucht kan Frédérique Matla ’s werelds beste hockeyster worden

„We moeten er niet van uitgaan dat alles makkelijk is. Wij werken hard om nummer 1 te zijn”, zei Annan zondagmiddag voor de camera van de NOS. Zij moet zich al jaren verzetten tegen het beeld dat alles moeiteloos gaat bij haar ploeg. „Als wij verliezen zegt iedereen dat we slecht spelen, en als we winnen zegt iedereen dat het makkelijk is. Zo is het niet. De dames werken extreem hard om deze wedstrijden te winnen.”

Onmisbaar in Tokio

Want alles moeten winnen geeft druk. Tijdens het EK in Amstelveen hadden de hockeysters nog een ander soort uitdaging: het bood de speelsters de laatste mogelijkheid om Annan te laten zien dat zij straks onmisbaar zijn in Tokio.

Wat die selectie betreft viel zondag vooral de 21-jarige Stella van Gils in positieve zin op. De technisch begaafde speelster van Pinoké debuteerde tot haar eigen verbazing vorige maand voor Nederland en zou zo maar naar de Spelen kunnen. Zij versierde in de finale de corner die leidde tot de openingsgoal, een beproefde variant die uiteindelijk werd binnengetikt door aangeefster Marloes Keetels (1-0). Pas in de slotminuten stelde toernooitopschutter Frédérique Matla de zege veilig, uit een snel uitgevoerde counter (2-0). Het was haar achtste van het EK.

Weer goud dus. Maar een wandeling door het olympische park wordt het zeker niet, in Tokio. Ondanks de Europese titel kwam in Amstelveen wel degelijk een aantal zwakheden bovendrijven. Zo was Nederland in de halve finale tegen België in het derde kwart bij vlagen overlopen en slaagde de ploeg van Annan er niet in zich uit de problemen te hockeyen. Het bleef bij een flinke waarschuwing van de Belgische vrouwen, maar Annan moet geschrokken zijn van wat ze had gezien. „Een beetje slap, en iedereen voelde dat”, zei Eva de Goede daarover naderhand.

Chaos

Ook in de finale tegen Duitsland, geleid door de Belgische bondscoach Xavier Reckinger en diens Nederlandse assistent Teun de Nooijer, regeerde af en toe de chaos onder de Nederlandse speelsters. Annan ziet dat juist als een positief uitgangspunt voor het begin van de sportzomer. „We hebben moeilijke wedstrijden nodig richting de Spelen. Het moet moeilijk zijn. Teams zijn goed; als wij niet 100 procent goed zijn is het extreem lastig.”

De Nederlandse speelsters vieren de Europese titel met bondscoach Alyson Annan. Foto Koen Suyk/ANP

Zij weet dat de Olympische Spelen in het verleden hebben aangetoond dat, hoe dominant Nederland ook mag zijn in het internationale hockey, geen enkele ploeg garantie heeft op sportief succes. Het laatste olympische hockeytoernooi, in 2016 in Rio de Janeiro, was misschien wel het beste voorbeeld: een ogenschijnlijk oppermachtig Nederland – toen nog met sterren als Maartje Paumen, Naomi van As en Ellen Hoog – slaagde er miraculeus genoeg niet in de vrouwen van Groot-Brittannië te verslaan, waardoor die uitzonderlijke generatie een even unieke gouden trilogie misliep.

In 2012 in Londen had Nederland zich in de halve finales bijna verslikt in Nieuw-Zeeland, maar brachten shoot-outs redding. En in 2004, in Athene, werd niet de beste ploeg olympisch kampioen, maar Duitsland.

De huidige selectie van Annan heeft niet de ervaring en de kracht van de generatie die tweemaal olympisch goud won (Beijing 2008 en Londen 2012), en één keer zilver (Rio de Janeiro 2016). Sinds dat laatste teleurstellende toernooi heeft Annan het team grondig verbouwd. Dat dat onder de streep nauwelijks invloed had op de sportieve resultaten toont aan dat zij ook met haar vernieuwde ploeg beschikt over genoeg talent en ervaring voor een vloeiende overgang tussen de generaties.

Meedogenloos

Daarmee groeit Nederland ook internationaal uit tot een fenomenale sportploeg. Naast alle titels voeren de hockeysters al sinds 2011 onafgebroken de wereldranglijst aan. De grootste uitdaging is foutloos en meedogenloos te zijn op die schaarse momenten van serieuze tegenstand.

Want eerlijk is eerlijk: de groepsfase is bij veel internationale toernooien vaak niet meer dan een warming-up voor Nederland. Ook bij dit EK scoorde Oranje er in de groepsfase lustig op los: 4-0 tegen Ierland, 7-1 tegen Spanje (dat nota bene de halve finale haalde) en 10-0 tegen Schotland. Prachtig voor het publiek, lekker voor het zelfvertrouwen, maar Nederland wordt te weinig getest voordat de medailles daadwerkelijk worden verdeeld.