Reportage

Vanaf minuut één is Frank de Boer de strak gespannen snaar

Bondscoach Nederlands elftal Frank de Boer debuteerde als bondscoach op een EK. Langs de lijn is hij een andere coach dan tijdens de voorbereiding.

Frank de Boer instrueert invaller Owen Wijndal tijdens de tweede helft van de wedstrijd Nederland-Oekraïne (3-2) in de Johan Cruijff Arena in Amsterdam.
Frank de Boer instrueert invaller Owen Wijndal tijdens de tweede helft van de wedstrijd Nederland-Oekraïne (3-2) in de Johan Cruijff Arena in Amsterdam. Foto Peter Dejong/Reuters

Er ligt een flesje water naast Frank de Boer. De bondscoach van het Nederlands elftal grijpt er steeds naar, na elke actie in de eerste EK-wedstrijd van Oranje tegen Oekraïne. Hij drinkt, bolt de wangen, gooit dan het flesje weg. Hij schopt er vaak tegen. Binnenkant voet. Als een stressbal tegen de zenuwen. Hij heeft het zelf niet in de gaten – om de paar minuten moet hij het flesje zoeken.

„We weten allemaal hoe belangrijk de eerste wedstrijd is”, zei spits Memphis Depay deze week. „Allesbepalend”, had oud-international Wesley Sneijder bij VI gezegd. „Als je die niet wint, gaat dat ten koste van alles. De sfeer, de media komt over je heen … Dan kan je zomaar het lulletje worden”, zei hij.

Winnend Oranje maakte het zich onnodig moeilijk

Frank de Boer weet hij dat het land nog moet overtuigen. Van zijn eigen kwaliteiten. Van het systeem met vijf verdedigers, drie middenvelders en twee aanvallers waarmee hij begint tegen Oekraïne. Zijn selectie heeft er weinig ervaring mee en was zichtbaar ongemakkelijk tijdens de twee oefenduels voor dit EK. Zaterdagochtend nog vloog een vliegtuigje over het trainingsveld in Zeist, met een banner: „Frank, gewoon 4-3-3”.

De Boer had het gezien, vertelde hij later. Lachend: „Ik heb ook een vliegtuigje gehuurd. Met de tekst: ‘Bedankt voor de tip, maar het blijft 5-3-2’. Onverstoorbaar en ontspannen. Zoals De Boer zich rond dit EK steeds presenteert.

Tot minuut één van de wedstrijd tegen Oekraïne. Dan staat hij helemaal alleen, rechts voorin zijn coachvak. Steeds balt hij zijn handen tot vuisten. Hij stopt ze in de zakken van zijn pak – waar ze geen moment tot stilstand komen.

Het is de spanning van een coach die weet dat ook zijn selectie nog moet wennen aan de speelwijze waar hij zélf helemaal van overtuigd is. Die weet dat zijn spelers zeggen dat het „tijd kost” (Denzel Dumfries), dat het ze „niet op het lijf is geschreven” (Daley Blind). Ook al zei aanvoerder Georginio Wijnaldum zaterdag dat de selectie „nu echt vertrouwen” heeft in de tactiek.

Een avond vrij

De Boer had er zaterdagavond een laatste bespreking over willen houden. Maar een coach is niet alleen een tactisch brein. De spelers hadden gezien hoe Christian Eriksen bij Denemarken in elkaar zakte en werd gereanimeerd. Blind heeft zelf hartklachten gehad, Matthijs de Ligt was erbij toen Abdelhak Nouri een hartstilstand kreeg bij Ajax. De Boer, vlak voor de wedstrijd tegen Oekraïne: „Het bracht herinneringen boven.” Hij schrapte de tactische bespreking en gaf de spelers een avond vrij. De Boer: „Je bent ook mens. Gelukkig lijkt het weer wat beter met hem te gaan.” Ja, het was ingewikkeld geweest om te managen. „Maar daar ben ik voor aangesteld”.

Overstoorbaarheid die van pas komt. Het heeft De Boer als coach vaker geholpen. Aan vier landstitels bij Ajax bijvoorbeeld, in een tijd van grote interne onrust bij de club die hem nauwelijks leek te raken. Een andere kant heeft het ook. De Boer heeft de neiging vast te houden aan zijn gelijk – óók als de realiteit iets anders vraagt.

Bij Internazionale (2016), Crystal Palace (2017) en Atlanta United (2019-2020) sloeg zijn visie steeds niet aan en bond hij weinig in. In het ergste geval gingen spelers erdoor muiten, bij Atlanta. Zij juichten treiterend toen ze op tv zagen dat De Boers oude liefde Ajax verloor. Slotsom bij de drie clubs: ontslag.

De Boer laat zich niet makkelijk van de wijs brengen. Ondanks kritiek van spelers bij Crystal Palace dat hij zou showen met zijn traptechniek tijdens trainingen – arrogant, vonden ze – doet hij dat bij Oranje weer. Balletje van grote afstand op de lat schieten, soms een paar ballen in de kruising plaatsen.

Dienstbaar

Voor de spelers past het bij de trainer die ze hebben leren kennen. Die van een lach, een grapje, een knipoog. Een bondscoach die ook, dat valt steeds op, dienstbaar is. Nederig bijna. Toen de watersproeiers afgelopen week dicht bij zijn keepers kwamen, rende De Boer het halve veld over om ze te draaien. Hij haalt ballen en helpt met opruimen.

Dat van Frank de Boer het idee bestaat dat hij nors is, is vooral een beeld. Een wedstrijd zoals tegen Oekraïne, dan ziet het grote publiek hem. Hoe hij in de twintigste minuut zijn armen stijf langs zijn lichaam houdt, op zijn tenen gaat staan en hard schreeuwt – niemand die hem kan horen. Hoe hij zich fel omdraait naar zijn assistenten als er een verkeerde keuze wordt gemaakt door zijn spelers, boze blik in de ogen.

Dus als het anders is, valt het op. Tv-analisten beginnen meteen over hoe ontspannen De Boer is bij een interview voor de wedstrijd. Alsof ze een ander mens zien. Maar het is niet óf-óf, maar én- én.

Vanaf minuut één is de bondscoach weer de strak gespannen snaar. Als Wijnaldum scoort, in de 52ste minuut, komt de ontlading. Vuisten gebald, een schreeuw, zijn lichaam helt naar achteren. Hij geeft zijn assistent een high five. Bij de goal van Wout Weghorst, even later, is hij al veel rustiger. Alleen high fives nu. Het is gespeeld, straalt hij uit.

Bij de eerste tegengoal slaat hij hard op zijn bovenbeen – dát been moest afgedekt worden. Na de 2-2 buigt hij diep voorover. Hoofdschuddend, lange tijd. Daarna blijft hij stilstaan. Geen wissels. Dan, 85ste minuut: voorzet Aké – De Boer doet met zijn lichaam mee – kopbal Dumfries: 3-2.

Weer die vuisten, weer de schreeuw. Meteen overleg. Wissels. Niet meer weggeven. Opluchting. Ze hebben het laten zien, dat het kán, met zijn tactiek. Maar de tegengoals zijn zorgelijk. In de hectiek van de laatste minuten vergeet hij een hele poos om het flesje water weg te gooien. Het bungelt in zijn hand.