Opinie

‘Slaafgemaakt’ (2)

Stephan Sanders

Wat een gruwelijke vondst. Ik las over een ‘slavenbegraafplaats’ uit de 18de en 19de eeuw op Sint Eustatius, het kleine eiland in het Caribisch gebied dat nu een Nederlandse gemeente is. Er zijn al 32 skeletten gevonden, vermoedelijk zijn er meer.

Wat een geweldige vondst: met behulp van dna-onderzoek kunnen de skeletten worden geïdentificeerd, en zullen nazaten hun verwantschapslijn kunnen doortrekken tot vóór de periode van de slavernij. Ook kan via onderzoek naar de botten worden vastgesteld welke eindeloos herhaalde bewegingen de slijtage hebben veroorzaakt. Het is nu niet langer het woord van de slavenhouder tegen een monddood gemaakte massa: die massa spreekt postuum.

Bijzonder detail: in twee schedels zijn gebitten aangetroffen met gevijlde tanden, een typisch West-Afrikaans gebruik, dat verboden werd door de slavenhouders. Die gevijlde tanden zijn dus van eerstegeneratie-Afrikanen, die ‘slaafgemaakt’ zijn. Het begrip is hier nu eens volmaakt op z’n plaats.

In NRC is in de brievenrubriek een levendige discussie ontstaan over ‘slaaf’ en ‘slaafgemaakt’. Sommige schrijvers maken bezwaren tegen ‘slaafgemaakt’ uit taalkundige overwegingen. Dat is zeker van belang, maar niet doorslaggevend. In de column die ik er twee weken geleden aan wijdde, probeerde ik het dilemma te schetsen tussen het gebruik van ‘slaaf’ en ‘slaafgemaakt’. Ik vreesde de banvloek die slaaf-zeggers zou treffen op ideologische gronden. Wie bijvoorbeeld de houding wil schetsen van slavenhouders ten opzichte van hun ‘slavenbezit’ komt niet ver met het woord ‘slaafgemaakt’.

Wie aan de andere kant de film 12 Years a Slave van Steve McQueen wil begrijpen, over Solomon Northup, een vrije zwarte Amerikaan die twaalf jaar lang zijn vrijheid werd afgenomen, moet wel spreken van ‘slaafgemaakt’, om het drama te vatten.

Ik pleit dus voor een bewegelijk gebruik van zowel ‘slaaf’ als ‘slaafgemaakt’, omdat ik de waarde inzie van nieuwe woorden en begrippen, als die een bepaalde geschiedenis kunnen verhelderen. Ik zie niets in het verbod van woorden.

Ook historicus Karwan Fatah-Black, specialist op het gebied van slavernij, leverde per brief commentaar. Hij schreef dat het gebruik van ‘slaafgemaakt’ niet ideaal is: „Het geeft immers geen uitdrukking aan de permanent uitgeoefende dwang.” Beter kon ik mijn eigen bezwaar niet samenvatten.

Zijn beschuldiging dat ik „het gesprek over complexiteit” zou willen „afkappen”, komt dan ook als een conclusie uit het ongerijmde. Integendeel: meer complexiteit, zou ik smeken, minder dogmatiek in deze kwestie.

Dat Nationaal Transatlantisch Slavernij Museum komt er, daar is een politieke meerderheid vóór. Dat is van belang. De verkettering van woorden en mensen is vergeleken bij dat voornemen een narrig en een beetje klein gezelschapsspel.

Stephan Sanders schrijft elke maandag op deze plek een column.