Chloé Vondenhoff bestudeerde vertalingen van Franse ridderromans: „Ingetogenheid is ondenkbaar bij Chrétien.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Oog in oog met de moordenaar glimlacht de Noorse weduwe

Chloé Vondenhoff | mediëvist In middeleeuwse vertalingen van de toen razend populaire Franse ridderromans ligt een schat aan culturele informatie verborgen.

Ridders die zich vernederen voor hun grote liefde maar ook eindeloze avonturen beleven vol geweld en agressie: de Koning Arthur-verhalen uit de Middeleeuwen vormen een hoogtepunt van fantastische literatuur. In de tweede helft van de twaalfde eeuw schreef de Franse schrijver Chrétien de Troyes de beroemdste verhalen, die ook het genre definieerden. Gek genoeg staat daarin niet langer Arthur centraal. Hoofdpersonen zijn voortaan Arthurs Ridders van de Ronde Tafel, zoals Lancelot, Gauvain (Walewijn, Gawain), Erec en Yvain.

„Arthur gaat naar de achtergrond, hij wordt wat de Engelsen zo mooi zeggen een dormant character, een slapende figuur” zegt Chloé Vondenhoff in een gesprek per telefoon. Afgelopen vrijdag promoveerde Vondenhoff op de veranderingen in middeleeuwse vertalingen van Chrétiens werk. „In de Noorse vertaling uit de dertiende eeuw van Yvain ou le chevalier au lion zie je bijvoorbeeld dat de extreme emotionaliteit die zo typisch is voor Chrétien de Troyes in allerlei scènes gedempt wordt, omdat dat niet goed aansluit bij de literaire conventies in de Noorse sages.”

Vondenhoff concentreert zich in haar vergelijkingen op de vertalingen in het Oudnoors, Middelengels en Middelhoogduits van de ‘Yvain’. Zoals in bijna alle hoofse ‘Arthur-romans’ is Chrétiens verhaal (van bijna 7.000 versregels) over Yvain de Leeuwenridder een werveling van avonturen vol zijlijnen en plotselinge verwikkelingen. ‘Entrelacement’, verweving van vele lijnen, heet dat in de literatuurwetenschap.

Maar het kernverhaal, dat draait om het conflict tussen ridderplicht en liefde, is relatief snel verteld. Uit wraak voor de schande die zijn neef is aangedaan doodt de koene ridder Yvain, in dienst van Arthur, de ridder Esclados de Rode, bewaker van een fontein in een magisch bos. Vervolgens wordt Yvain verliefd op diens weduwe Laudine en weet haar zelfs te trouwen, met hulp van Laudine’s slimme dienares Lunete. Op aandringen van zijn vriend Walewijn (Gwain) pakt Yvain daarna het ridderleven weer op, maar Laudine eist dat hij binnen een jaar zal terugkeren. In de opwinding van de avonturen en toernooien komt Yvain te laat terug en wordt afgewezen door zijn vrouw. Gek van verdriet trekt Yvain weer de wereld in, maar hervindt zichzelf, onder meer dankzij een leeuw die hij redt uit de klauwen van een draak. Mede door een list, ook weer dankzij de sluwe Lunete, neemt Laudine ‘de leeuwenridder’ uiteindelijk weer in genade aan: ‘Yvain denkt niet meer aan zijn ellende, vergeten in zijn vreugde, met zijn zeer geliefde vrouw.’

Hij valt ook flauw, zo groot is die emotie dan. Prachtig, zo veel grote gebaren

Met zoveel verwikkelingen en absurde avonturen is het niet gek dat emoties zo’n grote rol spelen in het werk van Chrétien de Troyes, denkt Vondenhoff. „De emoties drijven de hoofdpersonen verder, die geven eenheid aan het verhaal. Ze reageren heel heftig op alles wat er gebeurt.” De werken van Chrétien worden wel beschouwd als de geboorte van de ‘moderne roman’.

Hoe kwam je bij deze wonderlijke en meeslepende verhalen terecht?

„Van jongs af was ik een echte Tolkienfan. Op de middelbare school had ik dat nog niet door, maar nu vind ik het prachtig om te zien door welke middeleeuwse verhalen en thema’s hij geïnspireerd is geweest. En dan te bedenken dat ik wel eens te horen krijg of ik nog steeds met die sprookjesverhalen bezig ben!

„Ja, er zit ook magie in die ridderverhalen, maar de thematiek is echt diepgravend en heel menselijk. En ook zo mooi beschreven door Chrétien. Als Yvain Laudine voor het eerst ziet, wordt zijn hart verwond door haar blik die hem als een pijl in zijn ogen treft die toegang bieden tot zijn hart.

„Er wordt ook heel vaak luid geweend. Als Laudine hoort dat haar man gedood is, door Yvain dus, doolt ze met haar hovelingen en gevolg schreeuwend en wenend door de lange gangen van het kasteel, haar kleren scheurend en flauwvallend van verdriet. Prachtig, zo veel grote gebaren. Ja, oké, bij Tolkien is die emotie wel wat minder. Hij werd wat dat betreft meer beïnvloed door de Oudnoorse sages, waarin emotie veel indirecter wordt uitgedrukt.”

De liefdespijl door de ogen wordt ook weggelaten, maar de liefdeswond is er nog steeds

In de dertiende eeuw werden veel van deze hoofse Franse gedichten in het Oudnoors vertaald. Die Scandinavische onderkoeldheid lijkt me dan wel een vertaalprobleem, toch?

„Ja! Daar heersen andere emotionele scripts, zoals we dat in de literatuurwetenschap noemen. Als een vrouw in de Noorse sages oog in oog staat met de moordenaar van haar man, toont ze alleen een flauw glimlachje! Wij vinden dat vreemd, maar voor het Noorse sagepubliek was dat glimlachje een duidelijke aankondiging van de wraak die zal volgen, trouwens vaak uitgevoerd door haar kinderen. De weduwe zou misschien wel willen huilen, maar daarmee zou ze haar zwakte tonen, en dat wil ze niet. Deze ingetogen weergave van emotie zou ondenkbaar zijn bij Chrétien.

„Tot nu toe werd gedacht dat in de Noorse vertalingen die hoofse emotionaliteit werd weggelaten, maar ik kom tot heel andere conclusies. Opvallend veel werd juist behouden, maar wel subtiel gewijzigd. Bij Chrétien is bijvoorbeeld het hart, le coeur, heel belangrijk als zetel van de emoties, maar in het Noors wordt dat hart vertaald met huger, dat juist géést betekent. In het Noors heeft het woord meer met dapperheid te maken dan met liefde. In plaats van het hart wordt hier dus ineens de geest veroverd! De liefdespijl door de ogen wordt ook weggelaten, maar de liefdeswond is er nog steeds. Zo’n gedeeltelijke overname is best logisch: de Noorse koning Háakon de Oude wilde met die vertalingen de eigen cultuur verrijken, de teksten hadden veel prestige.”

Vroeger werden in de literatuurwetenschap deze vertalingen nooit erg serieus genomen

En wat veranderde in Duitsland en Engeland?

„In Duitsland bestond al een krachtige hoofse cultuur, daar waren minder aanpassingen nodig. Wel opvallend is dat in een versie van de vertaling Laudine ook knielt in de verzoeningsscène aan het einde. De liefdesbreuk was ook háár schuld, en niet alleen van Yvain, zoals in het origineel. Wijst dat sámen knielen op een literaire cultuur van sterkere gelijkheid tussen man en vrouw? Of is dat omdat die vertaling voor een publiek van vrouwen is gemaakt? Dat weten we helaas niet.

„In de Engelse vertaling valt weer iets anders op. Die is statusgevoeliger dan het origineel. Bij Chrétien zijn het vaak hele menigten, ‘rijk arm dik dun’, die emoties uiten, als toeschouwers bij een gevecht bijvoorbeeld. Maar in de Engelse vertaling wordt dat toegespitst op de baronnen of de jonkvrouwen, niet het gewone volk.

„Vroeger werden in de literatuurwetenschap deze vertalingen nooit erg serieus genomen. Als er iets werd weggelaten of veranderd, werd dat meestal als een verslechtering gezien, de vertaler zal het origineel dan wel niet begrepen hebben. Maar als je die vertalingen wél serieus neemt kun je veel leren over de toenmalige mentaliteit en cultuur. Hoe de vertaler het werk aanpast aan een nieuw publiek is een fascinerend proces. Om daar dan een waardeoordeel aan te hangen, vind ik niet erg wetenschappelijk.”