Profiel

Hij voelde zich nooit echt thuis in de CDA-fractie

Pieter Omtzigt Na het uitlekken van zijn interne j’accuse vond Pieter Omtzigt dat hij niet meer kon functioneren binnen het CDA. Eigenlijk is dat functioneren binnen de partij altijd lastig voor hem geweest. Zijn eigenzinnige opstelling „leidde over en weer tot frustratie”.

Voormalig CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, in het Kamergebouw, juli 2007. Omtzigt zit sinds 2003 in de Tweede Kamer.
Voormalig CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, in het Kamergebouw, juli 2007. Omtzigt zit sinds 2003 in de Tweede Kamer. Foto Allard de Witte / ANP

„Met pijn in het hart”, maakte Pieter Omtzigt zaterdag bekend zijn partijlidmaatschap te hebben beëindigd. Het langstzittende Tweede Kamerlid voor het CDA vindt dat door het uitlekken van zijn interne j’accuse over hoe de partijtop met hem is omgesprongen, het „nog moeilijker is geworden binnen het CDA te blijven functioneren”.

Dat functioneren binnen de partij is voor Omtzigt (47) eigenlijk altijd al lastig geweest. Hij heeft zich binnen het CDA nooit echt thuis gevoeld. En hij werd, andersom, door veel partijgenoten als buitenbeentje beschouwd, een einzelgänger.

Precies achttien jaar was hij Tweede Kamerlid. Op 3 juni 2003 werd hij als 29-jarige econometrist met enige vertraging beëdigd. Er waren zetels in de fractie vrijgekomen, nadat een aantal Kamerleden was doorgeschoven naar het kabinet-Balkenende II. Veel lol beleefde hij er niet aan. „Die eerste jaren in de Kamer waren best moeizaam”, schrijft hij in zijn eerder dit jaar verschenen boek Een nieuw sociaal contract.

Om verschillende redenen liep het stroef. Allereerst had hij als nieuwkomer geen idee hoe hij zijn controlerende taak als parlementariër moest invullen. Ten tweede, het regeerakkoord met de VVD en D66 was zo dichtgetimmerd dat „het niet meer zomaar mogelijk was om het beleid nog bij te sturen”. En hij merkte bij zijn komst in de fractie dat „alle leuke portefeuilles al waren verdeeld”.

Lees ook deze analyse: Met Omtzigts vertrek komen de hoop én vrees van het CDA uit

Toch werd hij tot zijn grote genoegen woordvoerder pensioenen. Een ogenschijnlijk saai en taai onderwerp waar hij graag zijn tanden in wilde zetten – hij was er immers in Florence op gepromoveerd. Tot zijn verbazing haalden collega’s er de neus voor op. „Pensioenwoordvoerder, ben je soms gek geworden?”, was de reactie van ervaren fractiegenoot Wim van de Camp (nu 67). Het jonge Tweede Kamerlid begreep niets van dat dedain, beschrijft hij in zijn boek. „Het gaat om de allergrootste pot geld, maar kennelijk vond niemand het politiek relevant.”

Hoe langer, hoe minder gewaardeerd

Het markeerde de geïsoleerde positie die het nieuwe Tweede Kamerlid tegenover gearriveerde partijgenoten innam. „Pieter was vanaf het begin al heel erg van de cijfertjes, van de details”, zegt Nicolien van Vroonhoven-Kok (50), die net iets eerder in de Tweede Kamer was gekomen. Hij onderscheidde zich daarin van de anderen. „Hij werd eerder gezien als dossiervreter dan als politiek dier. Daarbij was hij niet bang om binnen de fractie de discussie aan te gaan.”

Dat maakte Omtzigt niet bij iedereen geliefd, vertelt oud-Tweede Kamerlid Eddy van Hijum (49). Hij ziet overeenkomsten tussen Omtzigts beginjaren als kritisch parlementariër en de uitbarsting van diens conflict met de partijtop nu. Destijds roerde Omtzigt zich ook al bij de invoering van het toeslagenstelsel in 2005. Dat was onder verantwoordelijkheid van staatssecretaris Joop Wijn, een partijgenoot. Achter de schermen werd volgens Van Hijum geregeld geprobeerd Omtzigt terug te fluiten. In zijn recente aanvaringen over de Toeslagenaffaire heette dit soort pogingen ‘sensibiliseren’.

De eigenzinnige opstelling van Omtzigt binnen de fractie en tegen de ‘eigen’ bewindslieden werd hoe langer, hoe minder gewaardeerd. „Het leidde over en weer in toenemende mate tot frustratie”, zegt Van Hijum.

In de tijd dat hij samen met Omtzigt in de Kamercommissie van Financiën zat, maakten collega-Tweede Kamerleden en minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA) er vaak grapjes over. „Of ik namens het CDA sprak, of namens de fractie-Omtzigt.”

Voorlopig dieptepunt in de moeizame relatie was het kaltstellen van Omtzigt in 2012. Hij belandde voor de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar niet eens op de kandidatenlijst. CDA-veteraan Wim van de Camp zei eerder in NRC dat dat een gevolg was van Omtzigts afwijzing achter de schermen van het gedoogkabinet met de PVV in 2010. „Hij was niet zo meegaand en dat had consequenties voor zijn plek op de lijst.”

Hij was niet bang om binnen de fractie de discussie aan te gaan

Nicolien van Vroonhoven-Kok oud-Kamerlid

Waren de verhoudingen met de partijleiding in die jaren al slecht – eerst met Maxime Verhagen, daarna met Sybrand Buma –, ze werden nog beroerder na Omtzigts succesvolle campagne om zich terug te vechten. Met steun van zijn regionale achterban in Twente kreeg hij toch een plek op de lijst en werd met 36.750 voorkeurstemmen toch weer lid van de Tweede Kamer. Het maakte zijn zelfstandige positie alleen maar sterker.

En Omtzigt ging anders kijken naar zijn taakopvatting. Hij voelde zich sindsdien meer volksvertegenwoordiger dan Tweede Kamerlid als onderdeel van een politieke fractie. Hij vond legitimering in de grondwet, schrijft hij in zijn boek. „Daarin staan helemaal geen politieke partijen, laat staan fracties.” Met andere woorden: hij ging zich nog minder van zijn partij aantrekken. In zijn boek schrijft hij: „Vanaf het moment dat ik met die voorkeurscampagne begon ben ik [...] mijn mandaat bij de kiezer gaan halen en ik heb sindsdien ook nooit meer wat anders gedaan.”

Lees ook dit artikel: De belangrijkste bezwaren uit de vernietigende CDA-notitie van Omtzigt

340.000 voorkeurstemmen

Dat mandaat is alleen maar groter geworden, met in maart ruim 340.000 voorkeurstemmen in de Tweede Kamerverkiezingen. En vorig jaar bij de lijsttrekkersverkiezing een nipte nederlaag met 49,3 procent van de stemmen onder CDA-leden.

Eddy van Hijum, sinds 2014 gedeputeerde in Omtzigts provincie Overijssel, beziet wat er nu is gebeurd met groot verdriet. Hij vat het nu ontplofte conflict tussen Omtzigt en de partijtop diplomatiek samen: „Pieter heeft niet altijd de positie gekregen waar maximaal van zijn talent werd gebruikgemaakt.”

Maar Van Hijum heeft ook kritiek op Omtzigts toon en werkwijze. Hij las diens schriftelijke tirade over de wijze waarop hij zich door het CDA behandeld voelt en zegt: „Dat stuk is analytisch op zich sterk en volgens mij een oprechte poging om een interne discussie te voeren over de partij. Maar het is zó scherp opgeschreven dat het veel kapot heeft gemaakt.” Daarbij, zegt Van Hijum, lijkt Omtzigt uit te zijn op een „eenpersoonsrevolutie”. „Pieter heeft altijd de neiging gehad zijn eigen koers te varen, ongeacht wat anderen ervan vinden. Ik denk dan: je moet het wel sámen doen. Zoek bondgenoten en accepteer het af en toe om een stap terug te zetten.”