Opinie

Wat stond er nu precies in dat cruciale, revolutionaire vonnis over Shell?

De ombudsman

Rechters schijnen tegenwoordig hun best te doen om vonnissen leesbaar en begrijpelijk te maken.

Alleen, uit de krant die in juristenland een naam heeft hoog te houden, valt dat niet altijd even goed op te maken.

NRC berichtte recent uitvoerig en degelijk over geruchtmakende rechtszaken, tegen Shell, van Molukse nabestaanden tegen de staat en rond die beruchte coronamaatregel, de avondklok.

Maar naar langere citaten uit de vonnissen was het zoeken met een vergrootglas. De krant trok al met vol gas op naar het vervolg, terwijl ik me als niet-jurist nog voor het stoplicht stond af te vragen wat de rechter nu precies had gezegd en waarom.

Je wilt dat graag weten, want rechterlijke oordelen hebben niet alleen reële effecten, ze vormen een fundament van de rechtsstaat. Bovendien verkeren we in een juridiserende samenleving waarin de burger bijna standaard een dagvaarding op zak heeft.

Ik deed hier eerder al eens mijn lekenbeklag over, na het vonnis van de rechter die in kort geding de avondklok schrapte.

NRC had dat niet zien aankomen, al had juridisch columnist Folkert Jensma al gewezen op de wankele onderbouwing van de maatregel. Een kritisch advies van de Raad van State haalde de krant niet, omdat die zich niet knalhard tégen uitsprak. Alsof alleen de overtreffende trap er in zulke controverses toe doet.

De redenering van die kort geding-rechter werd wél goed en precies uitgelegd. Maar over de vernietiging ervan in hoger beroep was de krant frustrerend beknopt, vond ik. Een uitgebreide terugblik op de opzienbarende rit in de juridische achtbaan bleef uit. Alleen Jensma kwam op het „krakelen” terug in zijn column.

Dan die meer recente zaken.

Eerst was er de nederlaag van Shell over olievervuiling in Nigeria; dat nieuws kreeg stevige aandacht, maar een vervolgstuk bevatte vooral reacties van eisers, een advocaat en een geoloog.

Toen kwam de zwaarste dreun voor de oliegigant: de rechter die Shell opdroeg zijn CO2-uitstoot drastisch te beperken. In NRC werd dat vonnis zowel „revolutionair” genoemd als „bijna even belangrijk als het klimaatakkoord van Parijs”, beide door de regisseur van de Nederlandse versie van dat akkoord Ed Nijpels – die volgens het artikel niettemin nog „woorden te kort” kwam om het belang ervan te beschrijven.

Ook in andere media klonken zulke geluiden. NRC kopte stellig, als feit: Deze uitspraak over Shell laat zien: het klimaat is een mensenrechtenkwestie.

Maar hoe precies? De conclusie van de rechter werd duidelijk vermeld, uiteraard. Maar de verbale weg ernaartoe bleef onderbelicht en dus moeilijk te volgen. De eerste analyse bevatte één langer, cryptisch citaat uit het vonnis. Eerst lezen we dat volgens de rechter Milieudefensie geen beroep kan doen op de mensenrechten. Volgt het citaat uit het vonnis: „Vanwege het fundamentele belang van de mensenrechten en daarin belichaamde waarden voor de samenleving als geheel kunnen de mensenrechten echter wel een rol spelen” in de verhouding tussen Milieudefensie en Shell. Dus het kan niet, maar toch wél?

Eerder én later werd uitgelegd dat het ging om de invulling van de „ongeschreven zorgvuldigheidsnorm’” – maar ook die kende ik niet en had ik nog nooit ingevuld gezien. Zoals de term soft law, die ook viel, zo zacht is dat ik er niet goed greep op kreeg.

Eerlijk is eerlijk, er kwamen veel en goede stukken: een sterke analyse van de consequenties van het vonnis voor het bestuur van multinationals, een verhaal over de verhouding tussen overheid en bedrijven, en opiniestukken over de implicaties van het vonnis en de lezing van klimaatrapporten.

Tussen al die stemmen bleef ik toch die van de rechter zelf missen – en die van pedagogisch begaafde juristen die de redenering, relevante begrippen en wetsgeschiedenis toelichten. Hoe zit het met die verankering van klimaat in mensenrechten, die volgens de krant nu blijkbaar was bewezen? Wat is de jurisprudentie?

Toen kwam de treinkaping uit 1977 nog langs. Ook over die rechtsgang van familie van Molukse treinkapers tegen de staat heeft NRC veel en grondig geschreven. Maar na het arrest van het hof schakelde de krant direct naar een interview met advocate Liesbeth Zegveld van de eisers. Oók de moeite waard, maar je bleef benieuwd naar de letterlijke tekst van het vonnis.

Journalistiek is en blijft werken onder zware tijdsdruk en altijd met de lokroep van de volgende dag en follow up-verhalen ‘voorbij het nieuws’. Razend knap (mag ook best eens gezegd worden) dat redacteuren er dagelijks in slagen zoveel nieuws direct, zorgvuldig en secuur te verslaan. Zeker na ruim zestig weken thuiswerken in een wezenloze anderhalvemetersamenleving.

Tegelijk knaagt bij zulke grote, langverwachte, spectaculaire of zelfs „revolutionaire” vonnissen de behoefte aan meer exegese en uitleg op basis van de letterlijke tekst. Bij ander groot nieuws kan de redactie imposant uitpakken, met producties verspreid over vele pagina’s en dagen. Het gebeurt vrijwel standaard bij aanslagen, natuurrampen of verkiezingen (die ik, dit terzijde, niet wil vergelijken met een van beide). Ook heeft de krant een mooie traditie in het publiceren en annoteren van sleutelteksten; NRC deed het jaren met de Troonrede, maar ook met de opvliegende uilen-toespraak van Baudet en de nationale coronarede van Rutte.

Waarom dan niet eens met een beslissend of baanbrekend vonnis? Dat voor de toekomst, naar we aannemen, belangrijker zal blijken dan een rituele rede in een te grote stoel, laat staan opborrelende boreale bronst.

Ja, lex dura – maar toch niet voor lux et libertas?

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.