Opinie

Kaap Snijders

Tommy Wieringa

Op de dag dat Tolstoj overlijdt, schrijft Konstantin Paustovski in zijn jeugdherinneringen, draagt iedereen in Rusland een rouwband van zwart crêpe. Hij ziet ontredderde mensen in de straten en studenten die rouwend samenhokken bij de universiteit. Ook in het gymnasium hangt een ongewone stilte. In de klas loopt een jongen naar voren. „‘Gistermorgen om zes uur is op het station Astapovo’, zei Matoesevitsj die moeite deed om rustig en luid te spreken, ‘de grootste schrijver van ons land, misschien wel van de hele wereld, Lev Nikolajevitsj Tolstoj overleden’. De kleppen van de banken werden met een klap dichtgeslagen. De hele klas stond op. In de diepe stilte klonk het hoefgetrappel – patrouilles reden door de straat.”

A.L. Snijders was een jaar ouder dan Tolstoj toen hij maandag overleed. Het was de dood die ik zeer gevreesd heb. In gedachten heb ik hem vaak gerepeteerd. Het echte einde kwam zonder omhaal: hij schreef de eerste regels van een stukje voor de Berkelbode en viel voorover. Zijn kleinzoon maakte een tekening van hem met zijn hoofd op het toetsenbord. Erboven schreef hij: ‘Mijn opa toen hij dood lag toen hij zijn laatste korte tekst schreef’.

In de diepe stilte klonk het hoefgetrappel.

Mijn kennismaking met de literatuur was meteen de kennismaking met A.L. Snijders. Mijn leraar Nederlands was met hem bevriend en las zijn stukken uit het Parool voor in de klas. Jaren later kwam het tot een ontmoeting, toen ik hem portretteerde voor Vrijstaat Austerlitz. Ik belde ook zijn toenmalige uitgever Thomas Rap voor informatie. Rap hield van zijn werk maar zei: „Daar moet geld bij, bij die man.” Een goede uitgever, leerde ik toen, heeft altijd iets van een autoverkoper.

Mijn hele schrijvende leven is Snijders op de achtergrond aanwezig geweest. Zijn invloed reikt ver. De koude verbinding, door hem geformuleerd als tegenhanger van het verachtelijke bruggetje, heb ik me toegeëigend, zoals ook veel schrijvers die hij citeerde in zijn zkv’s (zeer korte verhalen). Hij was geen leermeester in eigenlijke zin. Hij vertelde je niet hoe te leven en te schrijven, maar stelde je onopzettelijk zijn persoonlijkheid en voor- en afkeuren ten voorbeeld.

Ook al deed hij zich voor als erfgebonden veekijker die leefde aan de rand van de wereld, de superioriteit van zijn laconisme was onmiskenbaar. Een heel enkele keer wees hij je op een fout of een vergissing in je leven. Nadat ik me tijdens een optreden op het terras van café ’t Blaauwhooft in Amsterdam een beetje had aangesteld, zei hij: „Weet dat er altijd iemand is die je hoont.”

De schrijversvriendschap was incongruent door het leeftijdsverschil van dertig jaar maar ook omdat we ons tot elkaar verhielden als een taoïst tot een confucianist. Zkv’s komen uit anarchistische vrijheidsliefde voort, associatief en zonder aan lezers te denken, waar de roman zwaarwichtiger is en onderworpen aan de wetten van oorzaak en gevolg. Snijders heeft het geprobeerd, de roman. Goddank mislukt.

Niemand schreef zoals hij. Zijn nieuwsgierige, dadaïstische natuur maakte hem vatbaar voor het experiment. Toen ik in gedichten van Frank Koenegracht het Elckerlyc-achtige personage Verschoor aantrof, ging ik zelf Verschoor-verhaaltjes schrijven. Ik stelde Snijders voor dat ook te doen, opdat letterkundigen van morgen zich afvragen wie toch die Verschoor is die ze overal tegenkomen. Een doorgeefpersonage. Bladerend door de recente zkv-bundel Tat Tvam Asi kom ik een prachtig Verschoor-verhaaltje tegen, en ook de rijke weduwe op een cruiseschip die ik ooit ontmoette. De cut up-methode was hem op het lijf geschreven.

Zijn onherhaalbare oeuvre van drieduizend zkv’s werd maandagmorgen met een koude verbinding besloten, in een zkv over zijn ontmoeting met de dood.

In de boekenweek ben ik op bezoek geweest in Zutphen t/m Nijmegen. Ik las voor in een boekhandel. Na afloop kwam er een oude man op me af die verklaarde dat ik niet bestond. Ik vroeg hem wie ik dan was. Dat kon hij me niet vertellen, dat was zijn zaak niet. Ik vroeg hem wat zijn zaak dan was, maar daar had hij geen antwoord op. Ik vertelde hem dat er in de Middellandse Zee (de zee van Homerus) een rotspunt naar mij vernoemd is, Cape Snijders.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.