Opinie

Er is slimmer beleid nodig voor de berechting van Nederlandse IS-gangers

Terughalen Syriëgangers

Commentaar

Syriëgangers terughalen uit Noord-Syrië voor berechting in Nederland: het is al jaren amper bespreekbaar in Den Haag, en er is ook alles aan gedaan om het vooral niet te hoeven doen, tot aan de Hoge Raad aan toe. Die oordeelde in juni vorig jaar dat de staat in principe niet verplicht is om IS-vrouwen en hun kinderen op te halen.

Dit beleid is steeds moeilijker vol te houden. Afgelopen week werden een vrouw en drie kinderen alsnog in Noord-Syrië opgehaald, en later overgebracht naar Nederland. De strafrechter in Rotterdam dreigde de vrouw van rechtsvervolging te ontslaan als zij niet in staat zou worden gesteld haar proces bij te wonen. Het kabinet besloot alsnog in beweging te komen. Eenmalig, zo wordt benadrukt, maar er zijn meer soortgelijke gevallen, in ieder geval tien.

Kamerleden reageerden boos. Ingrid Michon-Derkzen (VVD) dong mee naar de populismeprijs met de opmerking dat IS-gangers „daar in die zandbak” moeten blijven. Volgens Anne Kuik (CDA) hebben vrouwen zoals de nu teruggehaalde Ilham B. hun „middelvinger opgestoken naar Nederland” en hun toekomst hier verspeeld. Het was premier Rutte zelf die al in 2015 de toon zette, door te verklaren dat hij liever zou zien dat IS-gangers dáár sneuvelen - en dus nooit terugkeren.

Tot op zekere hoogte zijn de emoties begrijpelijk. IS heeft op ongekende schaal dood en verderf gezaaid in Syrië en Irak. IS-vrouwen speelden een ondersteunde rol of waren zelf dader. Nederland moet het gevaar niet importeren, betogen VVD en CDA. Een meerderheid van de Kamer wil dat IS-gangers in de regio zelf worden berecht. Het kabinet ijvert voor de oprichting van internationale tribunalen.

Toch is het goed dat het kabinet daar nu niet op wacht. Als de rechter de zaak had stopgezet, zou Ilham B. de dans zijn ontsprongen. En omdat niemand tweemaal voor hetzelfde feit kan worden vervolgd, had de vrouw bij een eventuele terugkeer naar Nederland, bijvoorbeeld via een sluiproute, ook niet meer vervolgd kunnen worden. De ophef die er dán zou zijn ontstaan in de Kamer laat zich raden.

Het bij verstek veroordelen van IS-gangers is mogelijk en gebeurt ook, maar kan niet als een verdachte zelf aangeeft aanwezig te willen zijn bij de rechtszaak. Het is verleidelijk dat aanwezigheidsrecht, waar ook Ilham B. zich op beriep, te zien als een juridisch handigheidje, ware het niet dat het een pijler is van de strafrechtelijke rechtsbescherming. Het zou zorgelijk zijn als het kabinet daaraan gaat zagen.

De zaak traineren, zoals tot nu toe is gedaan, leidt ook tot onwenselijke beeldvorming. Opnieuw lijkt het alsof het de rechter is die de koers bepaalt, net als eerder bijvoorbeeld in klimaatzaak ‘Urgenda’. Dat mag het kabinet zich aanrekenen: met een meer actieve, realistische opstelling had het initiatief behouden kunnen blijven en zou er minder ruimte zijn ontstaan voor makkelijke kritiek op rechters en rechtsstaat.

Berechting in de regio klinkt mooi, en zou ook kunnen helpen bij het helen van de wonden in Syrië en Irak zelf, maar in de praktijk is het „buitengewoon weerbarstige materie”, vertelde minister Ferd Grapperhaus (Justitie, CDA) dinsdag aan de Kamer. Onder meer omdat Nederland tegen de doodstraf is die in de regio wordt gehanteerd. Zeggen, zoals menig Kamerlid doet, dat leven in een kamp een grotere straf is dan veroordeeld worden in Nederland getuigt van weinig geloof in de eigen rechtsstaat. De Koerden die de IS-gangers bewaken, zijn bovendien niet van plan om dat voor altijd te blijven doen. NRC berichtte in april over de groeiende chaos in de kampen. Steeds meer IS-gangers ontsnappen en verdwijnen van de radar.

Het kabinet zegt dat repatriëring behalve onwenselijk, ook te risicovol is voor de betrokken diplomaten. Dat roept wel de vraag op waarom het andere landen, waaronder Duitsland, Frankrijk en Rusland, al gelukt is om honderden van hun burgers terug te halen. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is van mening dat repatriëring van IS-vrouwen het Nederlandse veiligheidsbelang beter zou dienen, omdat zij dan in ieder geval in beeld zijn. De vraag is ook of kinderen kan worden aangerekend wat hun ouders op hun kerfstok hebben en of het, naarmate de kinderen ouder worden, niet moeilijker wordt om ze te deradicaliseren.

Er zijn, kortom, veel goede redenen om de kop niet langer in het zand te steken. Het is te hopen dat het kabinet het terrorismedebat in de Tweede Kamer komende week aangrijpt om de contouren te schetsen van een actiever, slimmer beleid dat ook leidt tot veel meer veroordelingen. Uiteindelijk zijn de slachtoffers van de IS-terreur daar meer bij gebaat.