Recensie

Recensie Beeldende kunst

Zo ontwaakte Amsterdam rond 1870

Schilderijen Pas na 1870 bereikte de Industriële Revolutie Nederland. Hoe die Amsterdam veranderde, is vastgelegd door schilders als Breitner en Israels. De vaak prachtige schilderijen zijn nu te zien in het Stadsarchief Amsterdam. Er is ook een fraai boek.

George Hendrik Breitner: De Dam met de Nieuwe Kerk, 1901.
George Hendrik Breitner: De Dam met de Nieuwe Kerk, 1901. Foto Rijksmuseum

Een sluimerende stad was Amsterdam omstreeks 1870 nog, zo laten de vergezichten zien waarmee de prachtige tentoonstelling Breitner, Israels en tijdgenoten: Amsterdam in aquarel en pastel in het Stadsarchief Amsterdam begint. Het Profiel van Amsterdam vanaf de Oosterdoksdijk in westelijke richting, dat J.C. Greive op 18 oktober 1870 vastlegde, is bijvoorbeeld nauwelijks anders dan een eeuw eerder. Van het Centraal Station en de spoorlijnen die Amsterdam na 1880 zouden afsluiten van het IJ, is nog geen spoor te bekennen. En behalve het eerste deel van de katholieke Posthoornkerk uit 1863 en, helemaal rechts, de nu verdwenen suikerfabriek Java op het Bickerseiland, waren er in het westelijke deel van de stad geen prominente, profielveranderende gebouwen bijgekomen.

Johan Conrad Greive: Oosterdok gezien vanaf de Oosterdoksdijk in westelijke richting, 1870. Stadsarchief Amsterdam

In het oostelijke deel van de stad was toen al wel een aankondiging van het industriële tijdperk te zien. Daar was aan het einde van de Utrechtsestraat in 1864 het Paleis voor Volksvlijt geopend, het reusachtige tentoonstellingsgebouw voor industrieproducten dat op initiatief van de beroemde arts en filantroop Samuel Sarphati (1813-1866) was gebouwd. Hoe groot het contrast was tussen het in 1929 afgebrande industriepaleis van gietijzer en glas en het oude, slaperige Amsterdam, is mooi te zien op een aquarel van Jan Hillebrand Wijsmuller van de Hogesluis. Aan het einde van een zanderige, stille landweg doemt, als het stralende consumptieparadijs, het hoge, witte glaspaleis met zijn ovalen koepel op.

Jan Hillebrand Wijsmuller: De Hogesluis, met op de achtergrond het Paleis voor Volksvlijt (situatie 1864). Stadsarchief Amsterdam

In navolging van baron Haussmann, die het oude Parijs na 1848 voorzag van brede, rechte boulevards, wilde Sarphati Amsterdam moderniseren. Maar Sarphati had geen machtige opdrachtgever zoals keizer Napoleon III en veel van zijn plannen strandden.

Nooit rigoureus vernieuwd

Jan Hillebrand Wijsmuller: Warmoesgracht (die werd gedempt voor de aanleg van de Raadhuisstraat), met op de achtergrond het Koninklijk Paleis, ca. 1894. Stadsarchief Amsterdam

Ook toen de industriële revolutie na 1870 eindelijk Nederland bereikte en Amsterdam mede dankzij de aanleg van het Noordzeekanaal ontwaakte, is de oude stad nooit zo rigoureus vernieuwd als Parijs in de 19de eeuw. De modernisering van de binnenstad bleef beperkt tot de demping van grachten als de Rozengracht, de sloop van een paar armoestraten en een doodenkele ‘doorbraak’, zoals de aanleg van de Raadhuisstraat.

De grootste veranderingen vonden in Amsterdam plaats vlak buiten de oude stadsmuren, die omstreeks 1878 werden afgebroken. Aan de zuidkant, niet ver van het Leidseplein, werden onder meer het Rijksmuseum, het Concertgebouw, het Stedelijk Museum en ook imposante villa’s gebouwd. Achter het Paleis voor Volksvlijt werd in de laatste twee decennia van de 19de eeuw de polder volgebouwd met goedkope ‘revolutiebouw’-huizen. Ook aan de oost- en westzijde van de stad verrezen in hoog tempo wijken voor de arbeiders- en middenklasse.

George Hendrik Breitner had een buitengewone belangstelling voor de bouwplaatsen en fotografeerde, schilderde en etste er vele. Maar het nieuwe Amsterdam dat verrees, vond hij nauwelijks de moeite van het vastleggen waard. Zo schilderde Breitner wel de bouwput van de moderne winkelgalerij in de Raadhuisstraat, maar niet het gebogen super-eclectische gebouw zelf uit 1898 – hoewel dit gebouw, met zijn galerij van glas en ijzer en dierenbeelden, het beste 19de-eeuwse gebouw in Amsterdam is.

George Hendrik Breitner: De bouwput van de winkelgalerij in de Raadhuisstraat, 1898. Stadsarchief Amsterdam

Verzot op de trampaarden

Ook tegenover de tram, het nieuwe vervoermiddel dat in 1875 in Amsterdam zijn intrede deed, had Breitner een tweeslachtige houding. De elektrische tram, die vanaf 1900 begon te rijden, vond hij „lelijke, zielloze dingen”, zo valt te lezen in de catalogus.

De eerdere paardentrams vond hij beter, maar dat kwam vooral doordat hij verzot was op de paarden. Vrijwel alle trampaarden kende hij, en van verschillende wist hij zelfs de namen. In 1893 vereeuwigde hij ze, samen met twee vrouwen van wie één de schilder misprijzend aankijkt, in het schitterende Trampaarden op de Dam, het hoogtepunt van de tentoonstelling.

George Hendrik Breitner: Trampaarden op de Dam, 1893. Foto Rijksmuseum

Breitners dubbelzinnige houding tegenover het nieuwe Amsterdam was algemeen onder de Amsterdamse schilders. Ze werden vooral gefascineerd door de opkomende consumptiemaatschappij en het bijbehorende nieuwe, moderne leven in Amsterdam.

Zo maakte Isaac Israels talrijke dynamische, soms bijna futuristische pasteltekeningen van het winkelende publiek in de overvolle Kalverstraat en de Nieuwendijk.

Isaac Israels: Winkels op de Nieuwendijk, 1894. Foto Stedelijk Museum Amsterdam

En Leo Gestel schilderde het terras van Café De Kroon op het Rembrandtplein, alsof dit zich op een boulevard in Parijs bevond.

Leo Gestel: Terras van café De Kroon aan het Rembrandtplein, 1906. Stadsarchief Amsterdam

Maar als het om stadsgezichten ging, gaven ze bijna altijd de voorkeur aan het oude Amsterdam waaraan de veranderingen voorbij waren gegaan. Vooral de ‘Venetiaanse’ achterhuizen van Zeedijk 46-52, die pal aan het water van de Oudezijds Achterburgwal staan, was een geliefd onderwerp. Voordat Willem Witsen het omstreeks 1897 schilderde, hadden verschillende binnen- en buitenlandse schilders, onder wie James Whistler, dit al gedaan.

Willem Witsen: Achterhuizen Zeedijk 46-52, aan het water van de Oudezijds Achterburgwal. Foto Centraal Museum Utrecht
Tentoonstelling: Breitner, Israels en tijdgenoten. Amsterdam in aquarel en pastel. T/m zondag 11 juli in Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32.

●●●●

J.F. Heijbroek: Amsterdam in aquarel en pastel 1860-1925. Uitgeverij THOTH, 175 blz., € 32,50 (paperback € 24,95).

●●●●

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.