Waarom imiteren sommige vogels de zang van andere vogels?

De zang van de zwartkop (Sylvia atricapilla) is nauw verwant aan die van de tuinfluiter.
De zang van de zwartkop (Sylvia atricapilla) is nauw verwant aan die van de tuinfluiter. Foto Andrew Howe

Het voorjaar is de tijd van gratis openluchtconcerten. Wie in de ochtend of de avond een wandeling maakt, wordt getrakteerd op een meerstemmig koor van vogelzang. Merels, roodborsten, nachtegalen: ze zingen om het hardst om een partner te imponeren en concurrenten op afstand te houden. Elke vogel zingt zijn eigen deuntje – of tenminste, bíjna elke vogel. Want sommige soorten, zoals spreeuwen en zanglijsters, bootsen feilloos de zang van andere soorten na, of zelfs geluiden van objecten. Waarom doen ze dat?

„Normaal gesproken is soortherkenning een belangrijke functie van vogelzang”, vertelt gedragsbioloog en vogelgeluidenkenner Hans Slabbekoorn van de Universiteit Leiden. „Als je hetzelfde klinkt, weet je elkaar te vinden – of juist uit de weg te gaan.” Soorten die qua zang op elkaar lijken, maken van dat laatste soms handig gebruik. „De zwartkop en de tuinfluiter bijvoorbeeld zijn nauw aan elkaar verwant, en hun zang is voor niet-kenners sowieso lastig uit elkaar te houden. Als ze bij elkaar in de buurt zijn gaan ze ook nog riedeltjes van elkaar kopiëren.” Een handig trucje, want beide soorten concurreren om gedeeltelijk overlappend territorium. „Als een zwartkop een soortgenoot hoort – zelfs al is het in werkelijkheid een tuinfluiter – dan zal hij denken: dat territorium is al bezet.”

Weglokken bij voedertafel

Er zijn meer redenen om elkaar na te doen, zegt Slabbekoorn. „Als een vogel de alarmroep van een andere soort nabootst, dan kan hij die vogels misleiden en bijvoorbeeld weglokken van een voedertafel. En van gaaien weten we dat ze soms miauwende buizerds imiteren om andere vogels te verwarren.”

Sommige soorten hebben ook heel andere noten op hun zang. „Papegaaien kunnen ons napraten. Maar ook spreeuwen zijn bijvoorbeeld heel bedreven in het imiteren van hinnikende paarden, brommertjes of piepende keukendeuren.” En in Australië leeft de liervogel, een pauwachtige vogel die natuurgetrouw de geluiden van andere soorten kopieert. Uit een BBC-filmfragment van Sir David Attenborough blijkt dat de vogel zelfs in staat is om de kettingzagen na te bootsen waarmee een naburig bos tegen de vlakte ging.

Slabbekoorn: „Die liervogels geven de geluiden ook weer aan hun nageslacht door. Zo waren er enkele exemplaren die werden uitgezet in Tasmanië. Lang nadat ze waren overleden, maakten hun nakomelingen nog geluiden van het Australische vasteland, die zij zelf dus alleen kenden uit de zang van hun ouders.”

Het vermoeden is dat de vogels hun brede imitatierepertoire vooral inzetten om potentiële partners te imponeren. Slabbekoorn: „Vrouwtjes kunnen uit de hoeveelheid deuntjes afleiden hoe oud een mannetje ongeveer is. Het opbouwen van een repertoire kost tijd, en je moet als vogel al die riedeltjes ook nog eens onthouden. Dus een man die veel liedjes kan zingen, geeft daarmee de boodschap af: ik ben fit genoeg om al jaren te overleven.” Vaak is het repertoire het grootst als vogels 4 of 5 jaar oud zijn; oudere mannetjes zijn wellicht in te slechte conditie om alle strofen nog te reproduceren.

En hoe zit dat met de vrouwtjes? Wat als die denken een geschikte partner te horen, en het blijkt om een imitator te gaan? „Dat zou best uitputtend zijn”, zegt Slabbekoorn. Maar zomaar met de verkeerde paren zullen ze niet. Neem de tuinfluiter en de zwartkop: die klinken wel hetzelfde, maar zien er niet hetzelfde uit. „Bij de zwartkop hebben mannetjes een zwart petje, en de vrouwtjes een rood petje. Bij de tuinfluiter zijn beide seksen lichtbruin. De zwartkop zal uiteindelijk toch kiezen voor de partner met de mooiste pet.”

Correctie 11/6: in een eerdere versie van deze tekst stond dat de tuinfluiter ‘grijzer’ is. Dit is veranderd in ‘lichtbruin’.