Opinie

Voetbal in de polder is breien in de breedte

Paul Scheffer

Ik heb bij Ikea kussens gehaald voor de versleten stoelen op het balkon en luister naar de onverbiddelijke zomerhit van Swifty. Daarin wordt het dakterras opgehemeld: „Overhemd op een kiertje, m’n linker een biertje.” Het nummer, van een paar jaar geleden, past helemaal bij deze tijd nu de deuren weer opengaan. Zo ben ik voorbereid op het voetbaltoernooi dat vandaag begint.

Natuurlijk heb ik een mening over de chagrijnig ogende bondscoach – en ook over zijn broer die het bloedtoernooi in Qatar gaat uitventen. Voorlopig verheug ik me meer op de nabeschouwingen dan op de wedstrijden zelf, maar van Noord-Macedonië moeten we toch wel kunnen winnen. Die zijn mentaal niet opgewassen tegen poldervoetbal waarin de bal eindeloos wordt rondgespeeld.

Het liefst kijk ik als neutrale toeschouwer naar wedstrijden als Italië-Turkije. Geen enkel direct belang, de beste ploeg mag winnen – het is een heerlijk gevoel om de emoties even te dempen. Want verder is het voetbal een aaneenschakeling van stress en opwinding, waarbij de blik ernstig vertroebeld raakt door het ‘eigen volk eerst’. Vlaggen, juichcape – de hele oranje mikmak.

De geopolitieke denker en doener, Henry Kissinger, schreef in 1986 over voetbal als uitdrukking van een nationale identiteit: „Het is geen toeval dat het meest offensieve en elegante team in Europa dat van Frankrijk is.” En over Duitsland wist hij toentertijd: „Het Duitse nationale team speelt zoals de generale staf zich voorbereidde op oorlog. De wedstrijden zijn minutieus gepland, iedere speller beheerst aanval en verdediging.”

Als het voetbal inderdaad de nationale ziel blootlegt dan staat het er niet goed voor in Nederland. De wisseling van speelstijl van het offensieve 4-3-3 naar het defensieve 5-3-2 zegt alles over een land dat verkrampt is. Het aantrekkelijke voetbal van weleer is vervangen door breien in de breedte. Frank de Boer zou zo kunnen aanschuiven als formateur van een nieuw kabinet.

Het is natuurlijk een beetje onzin, maar ook niet helemaal. Zeker is wel dat voetbal van alle sporten wereldwijd de sterkste gevoelens oproept. Meestal is het een pacificerende kracht. Gelukkig is het land waar het tribalisme vooral op de tribune rondzingt. Op die manier smoren de nationale emoties langzaam in onschuldig vertier. Hier brult niemand het volkslied buiten het stadion.

Er is ook een minder onschuldige uitleg: op de tribunes zien we wat doorgaans onder de oppervlakte verborgen blijft. De oerwoudgeluiden of het geschreeuw over ‘Joden’ zijn de treurige kant van het tribalisme dat in het voetbal een uitlaatklep krijgt. In en rond het stadion zien we de agressie: in de anonimiteit van de massa vallen veel remmingen weg. Dat is geen prettig spektakel.

Hoe het ook zij, de emoties koken al snel over. We gaan het allemaal zien bij de eerste tegenstander van Nederland: Oekraïne. De oorlog in dat land heeft al geleid tot een heus voetbalconflict. Op het shirt staan de grenzen inclusief de Krim die door Rusland is ingelijfd. Dat alles vergezeld van ‘Glorie aan Oekraïne’, de slagzin bij demonstraties tegen Rusland. De Russen zien daarin op hun beurt een echo van het fascisme.

Trouwens, Kissinger was midden in de Koude Oorlog ook verblind door eigen hartstochten. Halverwege zijn beschouwing over nationale stijlen schakelt hij moeiteloos over op ideologische tegenstellingen tussen Oost en West: „Het is ook geen toeval dat nog nooit een elftal uit een communistisch land de finale van het wereldkampioenschap heeft gehaald (met uitzondering van Hongarije in 1954) of zelfs de halve finale. Te veel clichématige planning verwoest de creativiteit.”]

Zeg dat wel: te veel clichés belemmeren een onafhankelijke blik. Kissinger had blijkbaar de finale van 1962 tussen Brazilië en Tsjecho-Slowakije gemist. En wat te denken van de Sovjet-Unie die de halve finale haalde in 1966 of van Polen dat in 1974 en in 1982 ook al de halve finale haalde? Toch allemaal geen democratieën. Ja, West-Europa is veel beter dan Oost-Europa, maar dat is dertig jaar na de val van het communisme niet anders.

Zo zit ik op mijn balkon te peinzen, terwijl ik me zou moeten richten op de wedstrijden die gaan komen. Samen met vrienden de schema’s bijhouden, tegenstanders analyseren, nabeschouwingen herkauwen. Nog even luisteren naar het opbeurende lied ‘Dakterras’ van Swifty: „Iedereen is welkom op deze parté/ De cadeautip? Neem je moeder mee.” Ik heb zin om onder te duiken in de voetbalroes. Dat mag wel na dit jaar waarin we ons thuis zaten te verbijten.

Paul Scheffer schreef onder meer Het land van aankomst en De vorm van vrijheid.