Darshana Baruah geeft leiding aan het Indian Ocean Initiative van Carnegie Endowment for International Peace, een Amerikaanse denktank.

Foto Stephen Voss

Interview

Nu moet India zich laten gelden in de regio

Indische Oceaan Eilanden in de Indische Oceaan konden zich lang alleen tot India richten. Nu biedt China ze een alternatief, zegt Darshana M. Baruah van het Indian Ocean Initiative.

Ergens in de Golf van Bengalen voeren ze begin april samen. De Surcouf en de Tonnerre, de Somerset, de Anzac, de Sirius en de Akebono. In bijzonder gezelschap, want ook de Satpura en Kiltan waren van de partij. Voor het eerst sloten Indiase marineschepen zich aan bij een gezamenlijke oefening van hun Franse, Amerikaanse, Australische en Japanse collega’s. Een oorlogsoefening. En dat ook nog in India’s eigen achtertuin.

Voor de Indiase mariniers zelf was het niet zo bijzonder, stelt Darshana M. Baruah, onderzoekster bij de Carnegie Endowment for International Peace, een denktank in Washington DC. Met ieder van deze landen trokken zij al een-op-een op. Oefeningen met meerdere landen tegelijk waren er ook. Maar niet eerder deden ze dat samen met alle landen uit The Quad, waarmee India een ‘informele’ alliantie vormt, én Frankrijk, India’s belangrijkste bondgenoot in de Indische Ocean.

En zeker niet eerder zo dicht bij huis.

„India was lang terughoudend waar het om partnerschappen gaat”, zegt Baruah. Non-alignment, je niet willen aansluiten bij machtsblokken, was waar het in de Koude Oorlog bekend om kwam te staan. Jawaharlal Nehru, grondlegger van onafhankelijk India, propageerde die houding al in 1948 in een speech met de titel ‘We leiden onszelf’. „Ons buitenlandbeleid is […] dat we niet verwikkeld willen raken in allianties die ons kunnen meeslepen in een conflict.”

Wat is er veranderd?

„De veiligheidssituatie is veranderd. Na de Koude Oorlog was de Indische Oceaan een van de stilste regio’s. India had daarin vanwege zijn geografische ligging al een sleutelpositie. Er was geen concurrentie en dus ook geen noodzaak partnerschappen aan te gaan.”

Maar nu. Steeds vaker spotten Indiase mariniers in hun wateren schepen en onderzeeërs van een geduchte rivaal die tot dan vooral aan India’s landgrens morrelde: China. En niet alleen daar. Van Sri Lanka en de Malediven tot Mauritius en de Seychellen verrijzen havens, snelwegen en overheidsgebouwen, gebouwd met mankracht en miljoenen dollars uit China.

Paradijselijke eilanden verspreid over de Indische Oceaan zijn zo het speelveld geworden van een nieuwe wedloop tussen de Aziatische buren. Die draait niet om wapens, maar om invloed en aanwezigheid.


„De focus lag in India altijd op de dreigingen op land en niet zozeer op zee”, zegt Baruah. Niet zo raar, voegt ze meteen toe. De oorlogen die India tot nu vocht, met Pakistan en China, vonden plaats aan hun gedeelde grenzen. Nog maar enkele maanden geleden lagen tienduizenden Indiase en Chinese soldaten op een steenworp afstand van elkaar ingegraven in de regio Ladakh (dat conflict is nog altijd niet volledig gede-escaleerd).

Dat dit door China’s ambities aan het verschuiven is, is een van de redenen waarom Baruah deze ochtend via haar computerscherm spreekt met als achtergrond de nog kale witte muur van haar nieuwe appartement. In april verhuisde ze vanuit India naar Washington DC waar ze voor Carnegie de Indian Ocean Initiative gaat leiden.

Het idee: de rol onderzoeken van de Indische Oceaan als het theater waar volgens experts de strijd om een nieuwe wereldorde zal worden uitgevochten. „Daarbij gaat het niet alleen over China en de VS”, zegt Baruah. „Het gaat ook over India, onze ASEAN-buren [zoals Vietnam, de Filippijnen, Indonesië, red.], en vooral ook over de kleine eilandnaties in de Stille en Indische Oceaan.”

Hoe belangrijk is de rol die India daarin voor zichzelf ziet?

„De laatste keer dat de wereldorde werd vastgesteld was in 1945. India was toen nog een kolonie. Daarmee erfde het de structuur die werd bepaald door wat destijds de grotere machten waren. Nu dit opnieuw wordt bediscussieerd en herschreven, wil India aan tafel zitten. Daarom voert het ook zo fel campagne voor een plek in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. India wil een van de steunpilaren zijn in die nieuwe wereldorde. ”

Darshana Baruah geeft leiding aan het Indian Ocean Initiative van Carnegie Endowment for International Peace, een Amerikaanse denktank. Foto Stephen Voss

Hoe realistisch is dat?

„Het kan, maar daarvoor moet India creatief zijn. We zijn nog altijd een ontwikkelingsland met beperkte middelen en mogelijkheden. Er zullen momenten zijn dat onze binnenlandse prioriteiten in conflict komen met de agenda die we internationaal voor onszelf hebben uitgezet. Neem de pandemie, die raakt de ontwikkelingslanden harder. Soms zal India daardoor minder hard kunnen rennen dan het zou willen. Daarom zijn partnerschappen zo belangrijk.”

India’s reputatie als het gaat om non-alignment, zorgde lang voor veel verwarring, zegt Baruah. Zowel in India als daarbuiten. „Werken we wel in partnerschappen samen? En hoever zijn we dan bereid te gaan?” Vooral waar het gaat om China. New Delhi, dat zich in de eigen regio presenteert als het democratische alternatief voor Beijing, wilde vermijden te worden meegesleept in wat velen ook wel zagen als een ‘Oosten versus het Westen’-conflict.

India ziet zich nu gedwongen die houding wat te herzien, stelt Baruah. ,,Daarom was de recente oefening in de Golf van Bengalen strategisch gezien belangrijk. India toonde zich niet alleen bereid samen te werken, maar deed dat ook in een gebied waar het tot dan heel terughoudend was.”

China’s aanwezigheid in de Indische Oceaan is de laatste jaren enorm gegroeid. Lag India te slapen?

„Ik noem het liever strategische lamlendigheid. India had altijd goede relaties met de eilanden in de regio. Misschien iets minder met Madagaskar en de Comoren, maar toch. Het is een van de first responders. Bij cyclonen en tsunami’s staan de Indiase luchtmacht en marine vooraan. Maar het werd zelfgenoegzaam in zijn rol en dat heeft een negatief sentiment gevoed.”

Dat bleek onder meer toen zowel in Sri Lanka als de Malediven nieuwe regimes aantraden die een openlijk pro-Chinese agenda begonnen te voeren.

Hoe kreeg China voet aan de grond?

„China’s aanwezigheid in de regio is niet nieuw. Het is het enige land dat diplomatieke missies heeft op alle zes de eilanden in de Indische Oceaan [Sri Lanka, Malediven, Mauritius, Seychellen, Madagaskar, Comoren, red.]. Niet India, niet Frankrijk. Dat gaat terug tot de jaren zeventig.”

„China’s betrokkenheid gaat ook niet over één of twee landen, maar over hun grotere visie op de wereld en hoe de Indische Oceaan daarin past. China wil een grootmacht zijn zoals de VS. Daarvoor moeten ze niet alleen relaties aangaan met landen voorbij de Westelijk Stille Oceaan, ze moeten ook een aanwezigheid opbouwen met bases en logistieke faciliteiten. Dat doen ze door veiligheid en economische initiatieven te bieden.”

Zo leende Sri Lanka’s toenmalig president (nu terug als premier) Mahinda Rajapaksa miljarden dollars van China voor alles van lucht- en zeehavens tot een naar hem vernoemd cricketstadion. En op de Seychellen vaart de kustwacht op een van de Chinezen afkomstige patrouilleboot terwijl hun parlement werd gebouwd met een gift van 4,5 miljoen dollar van China (New Delhi doneerde dan weer twee boten en miljoenen voor onder meer een nieuw politiehoofdkwartier ).

„Je moet je bedenken dat de meeste van deze eilanden pas onafhankelijk werden in de jaren zestig en zeventig, in het hart van de Koude Oorlog”, zegt Baruah. „Daarna kwamen Frankrijk en India op als dominante machten die onderling niet met elkaar concurreerden. De Fransen focusten zich op het westen van de Indische Oceaan en India op het oosten. De eilanden waren op de een of de ander aangewezen. Een echt alternatief was er niet. Dat hebben ze nu in China gevonden.”

Lees ook: Sri Lanka zit gevangen in Chinese schulden

Wat maakt China een aantrekkelijk alternatief? Is het puur economisch of..?

„Niet alleen. Er heerst onder de eilanden een gevoel dat zij niet dezelfde keuzes hadden als grotere landen, omdat ze contact hadden met maar één primaire partner.”

„Daarom zie je dat veel eilandnaties India en China en China en de VS nu tegen elkaar uitspelen. Zij zijn niet bezorgd over een invasie van China of de VS. Hun zorg is klimaatverandering, illegale visserij. Maar hoeveel van die gesprekken over klimaatverandering en illegale visserij vinden hun weg naar het niveau van VN, waar de grote mogendheden aan tafel zitten? Niet. Dit geeft hun een manier aandacht af te dwingen.”

U zei: India had alleen oog voor de dreigingen op land en niet op zee. Wat was het keerpunt?

„Ik denk dat het eens reeks ontwikkelingen was. Maar het begon met de Chinese onderzeeër die in 2014 aanmeerde in de haven van Colombo. India volgde de ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee waar de spanningen toen al een poos opliepen. Dit was een rode vlag: Mensen realiseerden zich dat de Chinezen er niet langer alleen over praatten, maar ook naar de Indische Oceaan komen.”

2017 was de echt „harde wake-upcall”, zegt Baruah. Dat jaar opende China een militaire basis in Djibouti in de Hoorn van Afrika. „Daarmee werden ze definitief deel van de Indische Oceaan.”

In de recente marine-oefening waaraan India deelnam, kwamen oorlogsscenario’s voorbij. Hoe groot acht u de kans dat het zo ver komt? Zo lijkt een confrontatie over Taiwan dichterbij te komen.

„Over de situatie rond Taiwan weet ik onvoldoende om daar iets over te zeggen. Maar ik denk niet dat het in het belang van China is, noch van de VS of India, om het zo ver te laten komen. Wellicht dat er kleinere incidenten zullen zijn, zoals nu op de grens tussen India en China. Maar dat komt voort uit een langlopend conflict, zo’n dispuut is er nog niet op zee. En hoewel China de grenzen altijd opzoekt en de VS in zekere zin ook, heeft iedereen een rode lijn.”

Lees ook Soldaten en zakenlieden verdringen zich in spionnennest Djibouti Lees ook: ‘China wil in Himalaya winnen zonder strijd’

Animaties en kaarten: Midas van Son en Roos Liefting, studio NRC.