Opinie

Na het afgelopen jaar voelt het EK voetbal als een bevrijding

EK voetbal

Commentaar

Na een uitstel van een jaar trappen Italië en Turkije vrijdagavond in Rome af voor het EK voetbal, het vierjaarlijkse Europese voetbalfeest dat elf gastlanden kent; voor het eerst meer dan twee. De verspreiding van het eindtoernooi naar alle uithoeken van Europa was een idee van voormalig UEFA-voorzitter Michel Platini, die hiermee het zestigjarige bestaan van het evenement wilde markeren. Het is bovendien financieel aantrekkelijk, omdat nu niet van één of twee landen wordt geëist meerdere bruikbare stadions in gereedheid te brengen.

Voor veel sportliefhebbers in Europa, zeker ook in Nederland, zal Euro 2020, zoals het nog steeds officieel wordt genoemd, een gevoel van bevrijding geven. Ruim vijftien maanden nadat de coronapandemie het openbare leven over de hele aarde tot stilstand bracht, lijkt het erop dat de bewegingsvrijheid van honderden miljoenen mensen deze zomer grotendeels terugkeert naar het oude normaal.

In de meeste EK-stadions, waaronder de Johan Cruijff Arena in Amsterdam, zal ruwweg een derde van de capaciteit kunnen worden gebruikt voor toeschouwers. Dat reflecteert de fase waarin de virusbestrijding zich op dit moment in Europa bevindt. Mede dankzij de steeds snellere uitvoering van de vaccinatieprogramma’s kleuren de Europese regio’s, waarvan er vele in het afgelopen jaar ongenadig hard zijn getroffen, langzaam van oranje, via geel naar groen.

Nu de zomer zich lijkt aan te dienen, is het nieuwe optimisme voelbaar op straat, in de parken, op de terrassen en langs de stranden – zeker gezien de laatste versoepelingen niet lang op zich lijken te laten wachten. Na de lange, donkere maanden van sociaal isolement, zonder horeca, vakantiereizen, bioscopen, musea, sport, concerten, festivals of zelfs maar verjaardagsfeesten, zal het EK voor velen voelen als de aftrap van een nieuw, coronavrij tijdperk. Na het voetbal volgt het – vroeger – zo vanzelfsprekende zomerse ritueel van Tour de France, Wimbledon en de Olympische Spelen. Die Spelen in Tokio zullen dit jaar niet ‘normaal’ verlopen, mede gezien de huidige staat van de pandemie in Japan.

In Nederland zijn de ogen eerst gericht op Oranje. Het nationale elftal heeft van oudsher een dubbele rol in de maatschappij: volksentertainer en bindmiddel tegelijk. Aan de selectie van Frank de Boer de taak om te voldoen aan de hoge verwachtingen van een chauvinistisch publiek. De recente resultaten geven weinig reden tot een overdreven positieve prognose. Nederland staat zestiende op de FIFA-wereldranglijst; tien EK-deelnemers zijn hoger gekwalificeerd.

Oranje presteert onder Frank de Boer vooralsnog wisselvallig, en oogt onwennig. Daarbij heeft de bondscoach de nodige butsen opgelopen in de aanloop naar het EK. Zijn omgang met de afvallers in zijn selectie, onder wie de door corona getroffen beoogde eerste keeper Jasper Cillessen, getuigde niet van veel tact. Tevens moet hij de brand zien te blussen die uitbrak door het interview in De Telegraaf met een neef van Quincy Promes, die de aanvaller ervan beschuldigt hem vorige zomer met een mes te hebben gestoken. Zondagavond, tijdens Nederland-Oekraïne, zal meer duidelijk worden over de werkelijke kracht van Oranje.

Wat er ook gebeurt, Nederland kan zich de komende weken ook weer eens druk maken over iets anders dan het aantal coronagevallen, de persconferenties van demissionair premier Rutte (VVD), of de aanvankelijk hobbelige uitrol van het vaccinatieprogramma. Wat dat betreft is het begin van de sportzomer een verademing.