Reportage

Frisdrankfabriek Noca-Nola wist Coca-Cola lang weg te houden uit Zuid-Limburg

Limonademuseum Voerendaal Bijna een eeuw had Voerendaal een frisdrankfabriek. Met Noca-Nola was oprichter Moulen in Nederland Coca-Cola voor. Zijn achterkleindochter wil oude tijden laten herleven.

Het fabrieksterrein in Voerendaal waar zakenman Leo Moulen vanaf 1907 frisdrank Noca-Nola produceerde.
Het fabrieksterrein in Voerendaal waar zakenman Leo Moulen vanaf 1907 frisdrank Noca-Nola produceerde. Foto Chris Keulen

Op de binnenplaats van voorheen de frisdrankenfirma L. Moulen laat Desiree Moulen een notariële akte uit 1937 zien. Het is een overeenkomst tussen deze kleine Limburgse onderneming en het grote Amerikaanse Coca-Cola, waarbij de dorpsfabriek zich schikt naar de multinational.

Voor Desiree, achterkleindochter van de stichter, was de limonadefabriek van haar familie als kind vooral de plek waar ze fijn kon spelen tussen de kratten en pallets. „En waar je lekker limonade kon drinken.” Nu heeft ze met haar partner Edwin Martirosian plannen om op deze plek, in de voetsporen van overgrootvader Leo, een bedrijf te beginnen: een mineraalwaterproeverij en een mini-museum. Het meest opmerkelijke en heroïsche verhaal in deze permanente expositie wordt dat van Noca-Nola versus Coca-Cola.

„De parel van alle alcoholvrije Tafeldranken”, beloofden de etiketten van het in 1922 geïntroduceerde Noca-Nola. En: „Fijn van smaak, licht verteerbaar en gezond. Verfrisschend en aanbevolen voor jong en oud, wielrijders, turners en sportliefhebbers.” De afbeelding van een gespierde, besnorde man moest de gezondheidsclaim kracht bijzetten.

Zakenman Leo Moulen voor de ingang van zijn frisdankenfabriek.

Foto uit familie-archief, datum onbekend

Qua smaak leek Noca-Nola niet op Coca-Cola. Het Voerendaalse product had meer weg van doorsnee-vruchtenlimonade. De merknaam leek wel op van die van de Amerikaanse concurrent, en dat was geen toeval. Een vriend tipte Leo Moulen begin jaren twintig over de toenemende populariteit van Coca-Cola in de Verenigde Staten. De Limburger besloot de Atlantische oversteek van het drankje voor te zijn en deponeerde de merknaam Noca-Nola voor een eigen product.

Olympische Spelen

Coca-Cola greep de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam aan om met zijn product de Nederlandse markt te veroveren. Daarbij stuitte het op Moulen en zijn Noca-Nola. De twee bedrijven verdeelden de markt. Noca-Nola kreeg het gebied in een straal van vijftig kilometer rondom Voerendaal, Coca-Cola de rest van Nederland.

In de loop van de jaren dertig tartte Moulen de Amerikanen nog verder door zijn drankje niet langer te verkopen in de eerder gangbare beugelflessen maar in getailleerde flesjes. Die leken wel heel erg op die van Coca-Cola. Die onderneming sloot uiteindelijk een deal met Moulen om een einde te maken aan Noca-Nola. De Limburger ontving tienduizend gulden en het recht in zijn streek Coca-Cola te distribueren.

De Moulens bleven frisdrank produceren in Voerendaal. Vooral hun merk Komol was een begrip in Limburg.

Desiree (links) en Deborah Moulen, de achterkleindochters van Leo Moulen.

„Eigenlijk is het een wonder wat het bedrijf allemaal heeft overleefd: twee oorlogen, oud-medewerker Herman Schiffers die onder de naam Herschi in het nabije Hoensbroek een eigen frisdrankfabriek begon, de mijnsluitingen en vooral de toenemende concurrentie van multinationals”, somt Deborah Weimer-Moulen op.

„In 2005 kwam toch het einde”, vertelt haar zus Desiree Moulen. „Zelfs met al het buffelen van familieleden kon men het niet meer bolwerken. Europese regelgeving eiste steeds meer. Om het te redden, waren investeringen nodig die financieel niet meer haalbaar waren.”

Lees ook: Frisdrank is geen officiële verslaving. Toch komen gebruikers er moeilijk vanaf. Is dat erg?

Mineraalwater

Leo Moulen begon in 1907 met een mineraalwaterfabriek aan de Heerlerweg in Voerendaal. Gemakkelijk psychologiserend zou je dat een daad van verzet tegen zijn vader, boer in hetzelfde dorp, kunnen noemen: die was alcoholverslaafd.

De jonge Moulen reed, voordat hij begon als ondernemer, met paard en wagen mijnwerkers van en naar de schachten waar ze naar beneden gingen. Hij had daar ook gezien hoe dorstig ze bovenkwamen na een dienst in de ondergrondse gangen vol stof. Er moest dus een markt zijn voor zijn producten. Hij sloeg zelf de bron die zijn water naar boven bracht.

Moulen hield het niet bij dit product. Hij introduceerde ook een limonade speciaal voor de mijnwerkers in zijn streek: Glück Auf Perle. De zaken gingen goed. Moulen ventte zijn waren aanvankelijk uit met een hondenkar, maar vanaf 1920 mocht hij zich een van de eerste bezitters van een automobiel in Voerendaal noemen. Vele auto’s zouden volgen, de een nog mooie dan de ander. Die reeks voertuigen had ook te maken met Moulens gebrekkige rijcapaciteiten. Zo goed als hij om kon gaan met paarden, zoveel moeite had hij volgens de overlevering in de familie met de paardenkrachten van zijn auto’s. Hij rijdt er geregeld een in de vernieling.

Flesjes van frisdrank Komol. Het merk was een begrip in Limburg.
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen
Foto Chris Keulen
Foto’s Chris Keulen

De familiefoto’s uit de gouden jaren stralen welstand uit. Leo Moulen en zijn vrouw poseren met hun almaar uitdijende gezin: tien kinderen. De ondernemer was een notabele in Voerendaal, niet alleen iemand met mooie auto’s maar ook met iets bijzonders als een telefoonaansluiting (het nummer: 15).

Familie-erfgoed

De oma van Desiree en Deborah woonde nog tot haar dood in 2017 in de woning voor de sinds 2005 leegstaande fabriek. Desiree: „Na haar overlijden was de vraag wat er met het familie-erfgoed moest gebeuren. Het zou zonde zijn om het bijzondere verhaal helemaal verloren te laten gaan.”

Desiree Moulen en haar partner Edwin besloten hun huidige woon- en werkplaats Groningen te verruilen voor Voerendaal. Om de plannen te kunnen realiseren moesten de nodige familieleden worden uitgekocht: er waren 32 erfgenamen. Nu is het wachten op de benodigde vergunningen van de gemeente.

Opknappen van het complex wordt een meerjarenplan. Een paar authentieke elementen krijgen ze cadeau: de oude waterbron (Desirees oom heeft hem weer aan de praat gekregen), reclameschilderingen bij de toegangspoort en de sterke man van het Noca-Nola-etiket in glas-en-lood boven de voordeur.

Moulen en Martirosian willen van voren langzaam naar achteren werken. De mineraalwaterproeverij en het minimuseum rond de binnenplaats krijgen voorrang. Pas later komen de restauratie en herbestemming van het oude fabriekscomplex. Desiree Moulen: „Het lijkt me aardig om daar meer producten uit deze streek te gaan verkopen. En misschien kunnen we ook een of meer van onze eigen oude frisdranken weer tot leven wekken. De geheime recepten zijn er nog.”