Een vraag aan Frank de B.

De Steekpass De columnisten Arjen Fortuin en Emilie van Outeren werpen in deze rubriek om de beurt een blik op het EK voetbal.

De Steekpass

Eén keer in mijn leven stond ik oog in oog met Frank de Boer. Het was 2001. Op een straathoek vlakbij het academisch ziekenhuis in Groningen. Hij was aanvoerder van Oranje en helemaal over uit Barcelona.

Ik studeerde in een stad waar nooit wat gebeurde. Het was al nieuws wanneer je cabaretier Bert Visscher had gezien in de Appie. En tijd om naar huis te gaan zodra je tafelgast Jan Mulder trof in een kelderkroeg, op jacht naar studentes. Dus iemand in town die in mijn bakvissenkamer aan de muur had gehangen (in mijn Kluivert- en Dani-collectie zat ook een teamposter) daar moest ik als aspirant-journalist bij zijn.

Zeker aangezien hij op dat moment Frank de B. was, dopingverdachte. Bij een Gronings lab op zoek naar een alternatieve verklaring voor te hoge waarden nandrolon in zijn plas. De verdediger had een hoop theorieën gestrooid. Iets in zijn eten. Een voedingssupplement. Tandpasta. Of nee, toch een zalfje voor zijn dochter.

Toen ik daar op straat, tussen de echte journalisten, al mijn moed had verzameld om hem ernaar te vragen, mompelde hij wat en trok zijn wenkbrauwen in een nog diepere frons. Maar een antwoord kwam er niet. Hoe naïef van mij om te denken dat ik dat zou krijgen.

De voetbalpers geloofde in zijn onschuld. Van anabole steroïden ga je immers niet beter penalties mikken. Zijn schorsing werd alweer opgeheven voor die blamage tegen Ierland, waardoor Nederland zou ontbreken op het WK in Japan en Zuid-Korea.

Twintig jaar later heeft bondscoach Frank de Boer de sportpers tegen. Omdat hij niet Ronald Koeman is. Omdat hij wel de broer van ambassadeur woestijnslavernij Ronald de Boer is. Om 5-3-2. Om breiend spel zoals in zijn slaapverwekkendste Ajax-dagen. Om onnavolgbaar keepersbeleid, mede mogelijk gemaakt door een nieuwe dopingrel. En om feitenvrije persconferenties.

Dit keer lijkt niemand (in) hem te geloven. Geen wilde theorie of lab biedt uitkomst. Wat wel zou helpen: een razend goede openingswedstrijd tegen Oekraïne.

Of is dat heel naïef?

Emilie van Outeren