Recensie

Recensie Theater

„Ik leef, ik ben er nog!” dansen de vrouwen

Dankzij de poëzie van Asmaa Jama wordt de onsamenhangende voorstelling van Dorothée Munyaneza iets verduidelijkt, maar Mailles lijkt vooral een in zichzelf gekeerde therapiesessie.

Mailles, Dorothee Munyaneza.
Mailles, Dorothee Munyaneza. Foto: Leslie Artamonow

Al eerder was het werk van de Frans-Rwandese zangeres, danseres, actrice en choreografe Dorothée Munyaneza in Nederland te zien. Urgent en direct was haar voorstelling Unwanted, over de verkrachtingen die als oorlogswapen werden ingezet tijdens de Rwandese genocide van 1994, die Munyaneza als twaalfjarige net op tijd met haar moeder kon ontvluchten. Ook tijdens recentere conflicten, waaronder die in Syrië en Irak, werden vrouwen handelswaar en gemakkelijk doelwit van oorlogsmisdaden.

Lees ook: Zes voorstellingen op het Holland Festival die je niet mag missen

Maar, laat Munyaneza een van de zes vrouwen triomfantelijk zeggen in Mailles, „ik leef, ik ben er nog!” Munyaneza wil met haar équipe van maatschappelijk geëngageerde kunstenaars de kracht van die vrouwen tonen. Waar ze ook zijn, ontheemd en in onmogelijke omstandigheden: ze richten zich weer op, vinden manieren om te leven, als de bomen in een mangrovewoud, die hun wortels niet in de zilte grond, maar naar de lucht om hen heen steken.

Dat verhaal wordt verteld door de Deens-Somalische dichteres en spoken word artist Asmaa Jama. Dat is fijn, want die verduidelijking heeft de handeling in Mailles wel nodig. Het stuk begint fraai, als de vrouwen opkomen en bellen in soorten en maten laten klingelen, eerst bescheiden, dan steeds dwingender, agressief zelfs. De bellen vertegenwoordigen voor ieder iets anders, van vredig grazende koeien op een alpenweide tot de ritmes tijdens een voodooceremonie.

Daarna lijkt het of ieder zijn eigen, therapeutische route kiest, gesloten en zonder sterke theatrale samenhang. De oudere, Frans-Rwandese Nido Uwera beweegt zich solistisch als een sjamaan over het toneel. Wel krijgt de mooie, naar binnen gekeerde moderne flamenco-solo van de Ghanees-Jamaicaans-Britse na Jama’s mangrovegedicht met terugwerkende kracht de (mogelijke) betekenis van een verlangen naar worteling, bevestiging van geaardheid. Ook het in schaarse groepschoreografieën opvlammende vertoon van kracht en verzet valt daardoor op zijn plaats. De zang van Munyaneza is een traktatie.

Toch blijven de zang, dans, muziek en poëzie grotendeels op zichzelf staan. Individuele scènes hebben wel zeggingskracht, zoals het rouwritueel van de moeder (de Haïtiaanse Ife Day) voor een verdronken kind – een verwijzing naar de dode vluchtelingen op de Middellandse en andere zeeën. Maar Munyaneza heeft vergeten de verwevenheid (mailles is Frans voor weefsel) van het lot van de vrouwen van stevige theatrale verbindingen te voorzien.