Reportage

De vissers van Natuna hebben steeds minder beet

Visserij De zee bij de Indonesische Natuna-eilanden wordt leeggevist door grote Vietnamese en Chinese schepen die lokale vissers het nakijken geven. Indonesië treedt wel op, maar gaat een echt conflict liever uit de weg.

’s Avonds in het donker lijkt de zee net een stad. Zo veel lichtjes zijn er dan te zien, vertelt de Indonesische visser Muhammad Rapi. De meeste komen van buitenlandse schepen die voor anker liggen, al vissen die soms ook ’s nachts. „Dan moeten we opletten, omdat ze vaak met twee schepen en een sleepnet ertussen varen. Ze kunnen onze boot zo meetrekken in hun netten.”

Rapi beweegt alsof hij één is met zijn felblauw geverfde vissersboot. Met zijn voeten bedient hij het stuurwiel en de koppeling van de motor, terwijl hij tegelijk met zijn bovenlichaam uit het raampje hangt met een vislijn die in de diepte verdwijnt. Hij voelt het meteen als het reepje vis is verdwenen dat hij als aas aan de haak had gestoken. Of, wat minder vaak gebeurt, als hij beet heeft.

Voor de vissers van de Indonesische Natuna-eilanden, een kleine archipel in het zuiden van de Zuid-Chinese Zee, zijn de concurrenten uit Vietnam, Thailand, Taiwan en China „onze grootste angst, onze nummer één angst”, zegt Muhammad Rapi. De buitenlandse schepen varen vaak zo hun Exclusieve Economische Zone in, waar volgens internationale zeeverdragen alleen Indonesië het recht heeft om te vissen. „Ze slepen met hun netten over de bodem en halen alle vis weg.” De sleepnetten maken het koraal stuk, waar de vissen zich voortplanten en hun eten vandaan halen.

Op de Zuid-Chinese Zee fungeren de vissers als pionnen in een veld met oplopende spanningen. China’s aanwezigheid en assertiviteit op zee nemen al jaren toe, tot irritatie van de andere landen in de regio. En tot hun ongemak, want hoe bied je tegenwicht aan zo’n grootmacht?

In maart ging Muhammad Rapi met een paar van zijn maten voor het laatst voor langere tijd de zee op. Meestal gaan ze voor een dag of tien, twaalf, en dan varen ze helemaal tot de grens van de Indonesische economische zone. Dit keer zagen ze een marineschip „met nummer 171”, ze stelden vast dat het een Chinees schip moest zijn. Rapi laat filmpjes zien op zijn telefoon, er lagen ook buitenlandse vissersschepen bij. Een melding maken kon pas dagen later, want Rapi heeft geen satellietverbinding op zijn boot.

Dit soort confrontaties met, waarschijnlijk, de Chinese marine zijn eerder uitzondering dan regel. Vaker komen de Indonesiërs Vietnamese schepen tegen. Logisch, zegt onderzoeker Collin Koh van het Instituut voor Defensie en Strategische Studies in Singapore, want tussen Indonesië en Vietnam speelt al jaren een onopgelost conflict over de grenzen van hun economische zones: „Beide landen vinden dat hun vissers het recht hebben om daar te vissen.” Toch vormt China het grotere risico, zegt Koh: „Op zee solt China al jaren met de Zuidoost-Aziatische landen.”

Economische belangen

China claimt bijna de hele Zuid-Chinese zee en zegt op zo’n 90 procent van de wateren ‘historische rechten’ te hebben. De nine dash line, een lijn van negen streepjes op de kaart, geeft het zogenaamde Chinese territorium aan en dat overlapt met wateren die bij de Filippijnen, Maleisië, Vietnam en Brunei horen. Een internationale gerechtelijke uitspraak uit 2016 dat die lijn geen juridische waarde heeft en China dus geen aanspraak kan maken op de gebieden, weerhoudt Beijing nergens van.

Lees ook Chinese vissers weten het zeker: ‘Die zee is altijd al van ons geweest’

De negen streepjes overlappen ook deels met de Indonesische Exclusieve Economische Zone bij Natuna en dat leidt soms ook tot spanningen. Eind 2019 was er een ernstig incident, toen Indonesië een Chinees marineschip met een groepje Chinese vissersschepen aantrof in die zone. En in 2016 vuurde de Indonesische marine waarschuwingsschoten af tegen een groepje Chinese schepen.

Toch ziet Indonesië zich niet als partij in het territoriale conflict. „China heeft de precieze coördinaten van het gebied dat ze claimen nooit bekend gemaakt. Dus, redeneert Indonesië, kan ook geen sprake van een geschil zijn”, legt Collin Koh uit. Dat is geopolitiek gezien handig, zegt hij, want de Indonesische regering heeft grote economische belangen bij een goede band met China. Het land investeert jaarlijks miljarden in Indonesië en omgekeerd is China één van de belangrijkste importeurs van Indonesische palmolie, kolen en rubber. Om van de Chinese vaccindiplomatie – Indonesië krijgt de bulk van zijn coronavaccins uit China – nog niet te spreken.

De Indonesische overheid heeft vissers van het eiland Java naar Natuna gestuurd ter versterking, maar daar zijn nog maar een paar vissersboten van over.
Foto Annemarie Kas
Deze Javaanse vissers hebben iets grotere schepen dan de lokale vissers, maar ook zij hebben last van de concurrentie uit het buitenland.
Foto Annemarie Kas
De lokale vissers gebruiken traditiegetrouw lijnen, maar daarmee kunnen ze niet op tegen de buitenlandse boten die met sleepnetten vissen.
Foto Annemarie Kas
De Indonesische overheid heeft vissers van het eiland Java naar Natuna gestuurd ter versterking

Alleen: intussen zitten de vissers met een probleem. In de kleine haven van Natuna komen ’s ochtends rond een uur of zeven al inwoners op hun brommers aanrijden, om rechtstreeks vis te kunnen kopen van schepen die net terugkomen van zee. Vis die ‘maar één keer is doodgegaan’, noemen ze dat, in plaats van de meerdere doden die een diepgevroren vis sterft voordat die ergens ver weg op een bord belandt.

Maar de vangst valt tegen vandaag. Na tien dagen op zee komen schipper Wan Zakarti en zijn twee bemanningsleden aanvaren. Op het dek liggen smoezelige T-shirts, ze roken sigaretjes tot hun opdrachtgever is langsgekomen om de vangst te inspecteren. Hun grote koelboxen zitten lang niet zo vol rode snappers als ze zouden willen. De zee raakt leeg. „We hebben iets van 600 kilo gevangen in tien dagen. Twee jaar geleden haalden we 900 of soms wel 1.000 kilo binnen.” Het is altijd oppassen voor de buitenlandse schepen, zegt Zakarti. En al kan hij vaak niet goed zien onder welke vlag ze varen, „ze zijn met meer dan wij”.

Kustwacht

Ondanks de grote economische belangen laat de Indonesische regering het er zeker niet bij zitten. In 2017 riep president Joko Widodo de Indonesische economische zone uit tot de Noord-Natuna Zee, als diplomatiek signaal aan China. Hetzelfde deden de Filippijnen eerder al met hún deel van de zee, de West-Filippijnse Zee.

Na de confrontatie met China van eind 2019 nam Jakarta concretere maatregelen om de verdediging op te krikken. Kustwacht Bakamla, officieel geen onderdeel van de gevechtsmacht, kreeg toestemming om zijn schepen te bewapenen. De marine kondigde aan dat een belangrijke commandopost gaat verhuizen van hoofdstad Jakarta naar Natuna. En vorige week nog maakte het ministerie van Defensie bekend dat het komende jaren flink extra gaat investeren in nieuw materieel, onder meer om op de Zuid-Chinese Zee meer aan controles te kunnen doen.

De uitkijkpost van kustwacht Bakamla op Natuna ligt op een heuvel omringd met palmbomen. Hun team hier is bescheiden: met een club van zes houden ze de wacht. Op zee nemen hun patrouilleschepen jaarlijks tientallen vissersboten in beslag, vertelt officier Rachma. De schepen en hun bemanning dragen ze over aan het ministerie van visserij voor verder onderzoek. Vaak krijgt de kapitein een straf opgelegd en wordt de bemanning uitgezet naar het land van herkomst. „Heel belangrijk voor ons is de samenwerking met de vissers”, vertelt Rachma, „als zij verdachte schepen zien, kunnen ze die aan ons rapporteren en gaan we op onderzoek uit”.

Eén van de bemanningsleden van Muhammad Rapi. Ze moeten steeds verder uit de kust varen om nog aan voldoende vangst te komen.
Foto Annemarie Kas
Muhammad Rapi maakt de laatste tijd verlies op het vissen, omdat de kosten van onder andere de brandstof hoger liggen dan de opbrengsten van hun vangst.
Foto Annemarie Kas
Eén van de bemanningsleden van Muhammad Rapi en Muhammad Rapi zelf

Een paar andere onderdelen van de strategie om de Indonesische wateren fanatieker te verdedigen, liggen aangemeerd aan de andere kant van het eiland. Ruige mannen met ontblote bovenlijven timmeren luidruchtig aan een motoronderdeel. Ze houden een week rust aan wal voordat ze weer drie weken gaan varen. Vorig jaar stuurde de regering tientallen vissersschepen vanuit Java hierheen om de Indonesische aanwezigheid op de Natuna-wateren te vergroten. Zij vertellen hetzelfde verhaal als de lokale vissers: de buitenlandse schepen varen in de weg en verstoren hun vangst.

Op zee neemt de kustwacht jaarlijks tientallen vissersboten in beslag

Lokale vissers zoals Muhammad Rapi zijn op hun beurt weer niet zo blij met die versterking uit eigen land. Voor hen betekent dat alleen maar extra concurrentie op zee. De Javaanse vissers gebruiken ook groter materieel. „Wij vissen alleen met lijnen. Ineens zaten we in de knel tussen vissers uit binnen- én buitenland.” Het programma was van korte duur – de meeste Javaanse vissers zijn alweer vertrokken omdat hun vangsten tegenvielen.

De verhoudingen tussen de lokale vissers en kustwacht Bakamla en de marine zijn gelukkig goed, zegt Rapi, en ze hebben oog voor hun problemen. De vissers kunnen bij thuiskomst online een formulier invullen als ze weer eens verdachte bezigheden hebben gezien op zee. Alleen dan is het natuurlijk vaak al te laat. „Als je de vissers een serieus onderdeel van de verdedigingsstrategie wilt maken, dan moeten we middelen voor telecommunicatie krijgen. Geef ons satelliettelefoons, zodat de marine meteen kan komen als we een melding maken.”

Corruptieproblemen

Het klopt, zegt analist Collin Koh, dat vissers uit Vietnam en China vaak beter zijn uitgerust dan de Indonesiërs. Hun schepen zijn groter en ze krijgen subsidies voor bijvoorbeeld brandstof of hun motoren. Zo ontstaat een oneerlijke strijd: „Het is toch ook een kwestie van prioriteiten en budget. Het Indonesische ministerie van visserij functioneert niet zo goed. Het kampt met corruptieproblemen.” Vorig jaar november werden de minister en een clubje hoge ambtenaren gearresteerd op verdenking van zwendel met exportvergunningen voor babykreeften.

Indonesië is zich zeer bewust van zijn geografisch cruciale positie in de regio en wil daarom het liefst „zoveel mogelijk strategische autonomie bewaren”, zegt Koh. Dat betekent: ruzie met grootmachten zien te vermijden, maar ook zeker geen al te nauwe verbindingen aangaan. Daarom zal president Joko Widodo zich waarschijnlijk nooit aansluiten bij The Quad, het nieuwe samenwerkingsverband van de Verenigde Staten, India, Australië en Japan. Koh: „Dat initiatief wordt zo duidelijk als front tegen China neergezet – daar zal Indonesië zich niet aan willen branden.”

Foto’s Annemarie Kas