De belangrijkste bezwaren uit de vernietigende CDA-notitie van Omtzigt

Notitie In een 76 pagina’s tellend document velt CDA-Kamerlid Omtzigt een vernietigend oordeel over zijn partij. Zijn belangrijkste bezwaren op een rij.
Verkiezingsposters van het CDA naar aanloop van de verkiezingen.
Verkiezingsposters van het CDA naar aanloop van de verkiezingen. Foto Branko de Lang/ANP/Hollandse Hoogte

Terwijl hij overwerkt thuiszit, staat CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt opnieuw vol in de schijnwerper. Omtzigt velde een vernietigend oordeel over zijn partij in een notitie aan de commissie die de oorzaken van de verkiezingsnederlaag onderzoekt. Het 76 pagina’s lange document, dat donderdagavond uitlekte, bevat forse politiek-inhoudelijke en persoonlijke kritiek op de cultuur binnen het CDA. Een overzicht van Omtzigts belangrijkste bezwaren:

  • CDA-Kamerlid Omtzigt zette binnen zijn partij en het parlement de kinderopvangtoeslagenaffaire op de kaart. Maar in het CDA zien sommige fractiemedewerkers hem eerder als lastpost dan gewaardeerd Kamerlid. Uit geopenbaarde WhatsApp-berichten blijkt dat CDA’ers Omtzigt hebben uitgemaakt voor onder meer „psychopaat” en „teringhond”. Het Kamerlid stelt in de notitie zich „niet altijd gewaardeerd” te voelen „en op een aantal momenten zelfs ronduit onveilig”.
  • Bij het openbaren van de Toeslagenaffaire had Omtzigt op momenten het idee dat hij werd tegengewerkt vanuit zijn partij. Het Kamerlid is uiterst kritisch over de rol van het kabinet. „De ministers zijn geobsedeerd door de beeldvorming en spreken met veel minder betrokkenheid over de ouders, die in enorme problemen zitten door overheidshandelen.” Daarbij doelt Omtzigt ook op zijn eigen partijleider, Wopke Hoekstra, de minister van Financiën.
  • Lees ook: CDA en formatie in zwaar weer door notitie Omtzigt
  • Ook politiek-inhoudelijk richt Omtzigt zijn vizier op Hoekstra in de notitie. Als voorbeeld noemt hij het gebrek aan debat over het minimumloon, dat de partij aanvankelijk wilde verhogen volgens Omtzigt. Hij was daar voor, maar Hoekstra niet. Uiteindelijk zou laatstgenoemde hebben besloten dat er geen verhoging in het programma kwam. Dat ervoer Omtzigt als een „dictaat”. Het voorbeeld illustreert volgens het Kamerlid de cultuur binnen de partij, waar een „gebrek aan inhoudelijk debat” heerst. Daardoor loopt het CDA „ernstig gevaar”.
  • Als Hugo de Jonge het lijsttrekkerschap van de partij opgeeft, omdat hij verklaart dat de combinatie met zijn ministerstaken te zwaar is, verwacht Omtzigt dat hij de nieuwe leider wordt. Hij verloor de interne verkiezingen immers nipt van De Jonge. Rutger Ploum zou Omtzigt hebben beloofd dat hij De Jonge zou opvolgen als die opzij stapt. Desondanks wil het partijbestuur Hoekstra naar voren schuiven als nieuwe leider. Die twijfelt aanvankelijk, maar gaat toch akkoord. „Ondanks de belofte van Rutger ben ik op onheuse wijze gepasseerd als lijsttrekker”, schrijft Omtzigt.
  • Ook suggereert het Kamerlid dat drie geldschieters, die samen bijna 1 miljoen staken in de campagne, door hun gift invloed konden uitoefenen op het partijprogramma. Daar had Omtzigt „grote moeite” mee, onder meer omdat de sponsoren niet zijn gemeld bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ook stelt hij dat de donateurs „een belang” hadden bij de wijzigingen in het programma. Op deze punten heeft Interim-voorzitter Marnix van Rij vrijdagmorgen ontkennend gereageerd bij NPO Radio 1. „Ik herken dat niet”, aldus Van Rij. Daarnaast heeft de partij volgens Van Rij alle regels van partijsponsoring „gerespecteerd”. De christendemocraten zullen zich verantwoorden in de jaarrekening van 2021.
  • Lees ook: Hoekstra grijpt z’n kans, dat smaakt bij CDA naar meer
  • Omtzigt noemt kabinet Rutte III een „akkoordenfabriek” dat veel belangrijke beleidsbesluiten neemt op informele, niet-grondwettelijke bijeenkomsten. Het Kamerlid hekelt bijvoorbeeld het coalitieoverleg op maandag en het Catshuisberaad op zondag. Ook de manier waarop het kabinet de gedupeerden in de Toeslagenaffaire wilde compenseren, kan niet op zijn goedkeuring rekenen, omdat de regeling „niet te verantwoorden is richting de belastingbetalers”. Het deed Omtzigt „best zeer” dat hij nooit werd uitgenodigd voor overleggesprekken met bewindspersonen.