Reportage

Chinese vissers weten het zeker: ‘Die zee is altijd al van ons geweest’

Territoriale claims Chinese vissersschepen varen steeds verder de Zuid-Chinese Zee op. En niet alleen omdat de vis er schaars is geworden.

Netten repareren op het Chinese visserseiland Naozhou.
Netten repareren op het Chinese visserseiland Naozhou. Foto Garrie van Pinxteren

Het ruikt er niet naar vis, maar naar wierook. In het altaar onder de grote boom in het midden van het dorp Xianbao branden dunne paarse wierookstaafjes. „God van de aarde, geef ons goud en jade. Geest van de grond, geef ons zonen en kleinzonen”, staat er in zwarte karakters op stroken rood papier langs de deurtjes van het altaar.

Xianbao ligt op het kleine eiland Naozhou in de Zuid-Chinese Zee. De onverharde weg ernaartoe loopt tussen bananenplantages en cactussen met fel paarse, geschubde vruchten. Het is tropisch heet. Een groot zwart plastic net tussen de takken van de boom boven het altaar moet tegen die hitte beschermen. In de hangmatten eronder liggen mannen vooral niets te doen. Een vrouw op een krukje herstelt de gaten in een groot, blauw visnet.

Zo’n 80 procent van de 60.000 mensen die op Naozhou wonen leeft van de visvangst. Maar van mei tot half augustus is het verboden om met netten en korven te vissen. Alleen hengelen is dan nog toegestaan. De maatregel is bedoeld om de visstand in de Zuid-Chinese Zee de kans te geven om te herstellen.

Voor de kust van Naozhou ligt een rij grotere schepen voor anker. De rode Chinese vlaggetjes aan de masten wapperen in de wind, verder is het stil op de schitterende zee. Aan de wal staat een man met een paar blauwe emmertjes met daarin allerlei soorten en maten subtropsiche vissen door elkaar. Het is wat hij die ochtend, toen hij om vijf uur de zee op ging, heeft weten binnen te hengelen. Zijn vrouw zit op een krukje naast een weegschaal. Een grote rieten hoed houdt haar gezicht in de schaduw. Op een doorslagboekje op schoot schrijft ze rekeningen voor de kopers van de vis.

Het is karige handel, vindt Tan Fengyi, een 43-jarige man met kort stekelhaar, een zwartwit T-shirt en een korte broek. Hij draagt een jaden halsketting en een knoert van een goudkleurig horloge. Hij koopt vooral wijting van zijn dorpsgenoten. „Er is steeds minder vis omdat er steeds meer schepen zijn. Het water is vervuild”, zegt Tan, die somber is over de toekomst van de vissers. „De vraag naar vis neemt snel toe, maar het aanbod neemt net zo snel af. Vissers met kleinere schepen kunnen de concurrentie niet aan omdat ze niet ver uit de kust kunnen komen. Grotere schepen die verder de zee op gaan nemen het over”, zegt hij.

Raketsilo’s en radarsystemen

Van China mogen die schepen heel ver de zee op: China claimt zo’n 90 procent van de uitgestrekte Zuid-Chinese Zee. Er liggen honderden kleine eilandjes, atollen en koraalriffen in het gebied, de meeste onbewoond, omdat ze vaak maar een deel van de tijd boven water uitsteken.

China heeft een aantal van de riffen en atollen in een noodtempo bewoonbaar weten te maken en zelfs bruikbaar voor militaire doeleinden. Zo veranderde China de Spratly-eilanden, een groep van honderd riffen en atollen in de buurt van de Filippijnen, in een militaire basis met landingsbanen van 3.000 meter lang, met plekken waar marineschepen voor anker kunnen, met bunkers voor de opslag van ammunitie en met raketsilo’s en radarsystemen.

Daarnaast zijn er nu medische faciliteiten en sportruimtes, een boerderij waar varkens en kippen worden gehouden, een kweekvijver voor vis is en er worden groenten en fruit gekweekt.

Lees ook Deze vissersboot werd geramd - zat China daar achter?

Het is kenmerkend voor de voortvarendheid waarmee China de Zuid-Chinese Zee niet alleen in woord maar vooral ook in de praktijk onder Chinees gezag brengt. De Spratly-eilanden worden ook geclaimd door Taiwan, Maleisië, Vietnam, en de Filippijnen. Maar die staan inmiddels voor het voldongen feit van de Chinese kolonisatie.

Die Chinese voortvarendheid zit vooral de VS niet lekker. Admiraal Harry Harris, die vroeger aan het hoofd stond van de Amerikaanse troepen in het gebied rond de Stille Oceaan, omschreef wat China doet in de Zuid-Chinese Zee als het aanleggen van een „Grote Muur van zand”, een verdedigingslinie die vooral Amerika uit het gebied moet verbannen.

Het gaat China vooral om een nieuw machtsevenwicht met de Verenigde Staten. China duldt niet langer dat de VS bepalend aanwezig zijn in een zee die China ziet als onderdeel van de Chinese invloedssfeer. Met de andere landen in de regio komt China er vast in goed overleg uit, zo stelt China, maar juist de VS verstoren het machtevenwicht in de regio. Zij horen er niet langer thuis.

De Chinese claim op de Zuid-Chinese Zee overlapt met claims van de Filipijnen, Vietnam, Maleisië, Brunei en Taiwan. China voert historische gronden aan, maar de buurlanden hebben er grote moeite mee dat China stukken zee claimt die volgens het internationale zeerecht vallen binnen de gangbare exclusieve economische zones van die landen. Het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag verklaarde China’s aanspraken in 2016 ongegrond, maar China erkent de uitspraak van het Hof niet.

‘Altijd van ons geweest’

Meneer Tan is op zijn hoede als het gaat over de conflicterende aanspraken. Ja, hij kent de kaart waarop China bijna de hele Zuid-Chinese Zee claimt. En hij weet ook dat de Chinese aanspraken die van andere landen deels overlappen. „Ik weet er verder weinig van, maar ik weet wel dat de Chinese aanspraken kloppen”, zegt hij. „Die zee is altijd al van ons geweest.”

De visser met de blauwe emmertjes in de haven wil wegens de gevoeligheid van het onderwerp anoniem blijven. „Onze schepen gaan steeds verder, vooral richting Vietnam”, zegt hij. En ja: dat leidt af en toe tot ruzies met Vietnamese schepen. „Dan word je weggestuurd, of je jaagt zelf hun schepen weg”, zegt hij. Toch ontkent hij dat die problemen ontstaan door overlappende aanspraken op de Zuid-Chinese Zee zijn. „De grenzen zijn gewoon duidelijk.”

Meneer Ye, een oudere visser met zwarte rouwranden onder zijn nagels, denkt er ook zo over. Hij zit op de stoep van zijn grote huis waaraan alles glimt: de tegels, de metalen toegangsdeuren en de nieuwe zwarte viskorven die zijn vrouw aan het bekleden is met fijnmazige witte netten.

Hij is weleens Vietnamese schepen tegengekomen, maar hij heeft nooit contact met die vissers gehad. „Je verstaat elkaar niet, dus wat moet je?” Een kaart met overlappende claims heeft hij nooit gezien, maar ook hij ziet het probleem niet zo. „Alle gebieden waar Chinezen vroeger woonden of nu nog wonen zijn van China. Dat is toch logisch?”, zegt Ye.

De Zuid-Chinese Zee is belangrijk voor de vis die er wordt gevangen. Het Center for Strategic and International Studies (CSIS) in Washington meldt dat in 2015 zo’n 12 procent van de vis ter wereld uit dit gebied kwam, en ongeveer de halve vissersvloot van de wereld er rondvaart. Maar de visstand holt achteruit: sinds de jaren vijftig is zo’n 70 tot 95 procent van de vis er verdwenen, en de laatste twintig jaar wordt er tot wel 75 procent minder vis gevangen.

Hu Mingxing, een pezige man van 33 die zelf nog maar zelden vist, ziet zijn toekomst vooral in het toerisme. Van zijn spaargeld heeft hij een elektrische golfkar gekocht om gasten mee over het eiland te rijden, een eigen boot heeft hij niet. Zijn vader, inmiddels 66, is overgegaan van het vissen op zee naar het kweken van garnalen in vijvers. Hu begrijpt dat heel goed. „Vissen is saai, zwaar en gevaarlijk. Ik wil niet dat mijn zoontje van drie later visser wordt.” Maar kweekvijvers zijn niet per se de oplossing tegen overbevissing op zee, want de vissen in de vijvers worden vaak weer gevoed met vis uit zee.

De vader van Hu rookt een lange, metalen waterpijp. Hij herinnert zich nog hoe overvloedig de vis in de jaren zeventig was, en hoe waardeloos tegelijk. „Je kon de vis niet invriezen en er was nauwelijks vervoer, dus dan lag de mooiste vis soms te verrotten”, zegt hij.

Een vissersvloot vaart uit bij de havenstad Zhanjiang, aan de Zuid-Chinese Zee.

Foto Lin Wending/Getty

Paramilitaire macht op zee

De schaarste aan vis is niet de enige reden waarom Chinese vissersschepen steeds verder de zee op gaan. China zet de schepen ook in om eigendom af te dwingen over atollen en eilandjes. Zo lagen er in maart zo’n 220 Chinese schepen voor anker rond het Whitsun Reef, een atol dat alleen boven water steekt als het eb is, en waar zowel China als de Filippijnen aanspraak op maken.

China zei dat de schepen daar alleen voor anker lagen om zich te beschermen tegen de wind, maar de buurlanden hadden daar hun twijfels over. Dit soort schepen wordt niet per se bemand door vissers, en er wordt niet per se mee gevist. De verdenking is dat het gaat om reservisten en andere burgers die onder gezag staan van de kustwacht van het Chinese leger: een soort nieuwe paramilitaire macht op zee.

Door de Zuid-Chinese Zee lopen belangrijke internationale scheepvaartroutes: zo’n 90 procent van de invoer van petroleum van China, Japan en Zuid-Korea gaat via deze zee. Daarnaast is het gebied rijk aan goeddeels onontgonnen voorraden gas en olie, al is niet alle olie makkelijk winbaar. De VS en andere landen claimen het recht op vrije doorvaart door de Zuid-Chinese Zee en varen daarom steeds vaker met marineschepen door het gebied. Dat draagt bij aan de oplopende spanningen.

Maar dat zijn zaken waar de vissers op Naozhou zich het liefst verre van houden. „Ik weet er te weinig van, ik kan er niet goed op antwoorden”, zegt Hu. Wel heeft hij gehoord dat er Chinese vissersboten vanuit Naozhou naar de Paracel-eilanden en de Pratas-eilanden gaan. Dat zijn grotere, veiliger schepen die dagen achtereen van huis kunnen zijn. „Ze vangen daar grote vissen en krabben”, zegt Hu. Dat lijkt hem wel een goed idee. „Als zij verder weg gaan om te vissen, dan kan de visstand voor de kust zich beter herstellen”, hoopt hij.

Animaties en kaarten: Midas van Son en Roos Liefting, studio NRC.