Analyse

CDA-conflict vooral lastig voor VVD

Kabinetsformatie De woeste brief van Pieter Omtzigt over zijn eigen partij heeft het gezag van CDA-leider Hoekstra opnieuw aangetast. Daarmee heeft het onmiskenbaar invloed op het formatieproces.

Rutte en Hoekstra tijdens het Verantwoordingsdebat over het jaar 2020, in de Tweede Kamer
Rutte en Hoekstra tijdens het Verantwoordingsdebat over het jaar 2020, in de Tweede Kamer Foto Lex van Lieshout / ANP

De aarzeling van Wopke Hoekstra om met GroenLinks te gaan praten over de vorming van een nieuw kabinet komt mede voort uit zijn twijfels of de partij van Jesse Klaver wel stabiel genoeg is, zo hoorde je in kringen rond de formatie. De GroenLinks-leider zou, met name op het punt van vluchtelingen, zijn achterban niet in de hand hebben, dus daar vallen dan lastig afspraken over te maken.

Na de explosieve aanklacht van Pieter Omtzigt tegen zijn eigen partij is dit een ironische vaststelling. Want welke potentiële onderhandelingspartner is nu instabiel?

Hoekstra zelf reageerde vrijdagochtend monter op de invloed die de nieuwe wending van de interne CDA-strubbelingen op de formatie zal hebben. „We gaan gewoon door met de verkennende gesprekken. Daar is wat mij betreft niks veranderd.”

Voor de andere mogelijk deelnemende partijen ligt dat wel anders. De VVD heeft er het meeste belang bij dat Hoekstra er inderdaad in slaagt de eenheid in zijn partij te herstellen. Mark Rutte houdt net zo stevig aan het CDA vast als coalitiegenoot, als de PvdA en GroenLinks aan elkaar.

Als het CDA zou wegvallen, zijn er weinig opties meer die het volgende kabinet niet nog verder naar links zou trekken. D66 wil immers zeker niet in zee met JA21, een alternatief dat Rutte al eens opperde. En bij voorkeur niet met de ChristenUnie of de nog veel conservatievere SGP. Blijft over nieuwkomer Volt, dat met drie zetels eveneens de combinatie VVD-D66-PvdA-GroenLinks aan een meerderheid kan helpen. Een dergelijke coalitie kan Rutte lastig legitimeren bij zijn electoraat, dat juist een rechtsere koers wil.

Het gezag van Hoekstra is met de memo van Omtzigt hoe dan ook geslonken

Lees ook: De belangrijkste bezwaren uit de vernietigende CDA-notitie van Pieter Omtzigt

De VVD, zo klinkt het op het Binnenhof, is bezorgd over de nieuwe escalatie bij het CDA maar gaat er ook vanuit dat Hoekstra orde op zaken weet te stellen. Rutte zelf, ervaringsdeskundige op het gebied van interne machtsstrijd met de nummer twee (Rita Verdonk in 2006-2007), zal er alles aan willen doen om het CDA aan tafel te houden.

Met de memo van Omtzigt is het gezag van Hoekstra hoe dan ook geslonken. Intern, maar ook bij zijn toekomstige mede-onderhandelaars. Over de onderwerpen waar het tijdelijk uitgeschakelde Kamerlid zich over opwindt – herstel van de rechtsstaat bijvoorbeeld, de hoogte van het minimumloon en de rol van Nederland in de EU – zal steeds aan Hoekstra worden gevraagd: ‘En hoe denkt Enschede daarover?’

Dat zijn toevallig thema’s waar het progressieve blok hetzelfde over denkt. Ook om een andere reden komt het CDA-conflict links eigenlijk niet eens zo slecht uit. Hoekstra, zo vindt men in die hoek, heeft nu minder recht van spreken om harde eisen te stellen, bijvoorbeeld zijn blokkade van de combinatie GroenLinks-PvdA.

Waar Hoekstra twee weken geleden wellicht dacht wat minder met de afwezige Omtzigt rekening te hoeven houden – die heeft zich op 25 mei officieel ziekgemeld – is zijn mandaat na de uitgelekte Omtzigt-notitie ineens weer minder stevig. Hij mag formeel dan even niet meestemmen in de vijftienkoppige Tweede Kamerfractie, met zijn 342.000 voorkeursstemmen blijft Omtzigt een factor van betekenis. Hij zal echt wel grip willen hebben op een nieuw regeerakkoord – en anders zijn achterban wel.

Dat maakt het dilemma voor Hoekstra ook groter om zich van de lastige Omtzigt te ontdoen, mocht hij in een vlaag van kordaat leiderschap schoon schip willen maken. Daarbij speelt er een moreel en sociaal aspect: iemand die klaagt over „onveiligheid” binnen de partij, zet je er niet zomaar zonder reputatieschade uit.