Een vooruitblik op het EK: Wie maakt kans, wie niet?

Europees kampioenschap In Rome wordt vrijdag het EK afgetrapt. Waar moeten we op letten?

De Franse coach Didier Deschamps overziet een training in aanloop naar het EK.
De Franse coach Didier Deschamps overziet een training in aanloop naar het EK. Foto Franck Fife / AFP

Voor het eerst sinds de invoering van het EK voetbal, in 1960, wordt het evenement uitgesmeerd over heel Europa: in elf stadions in elf verschillende steden. Net als bij de laatste editie, in 2016 in Frankrijk, doen er 24 landen mee aan het eindtoernooi. Door de opzet zijn sommige afstanden die moeten worden afgelegd enorm: tussen de speelsteden Sevilla en Bakoe zit zo’n 4.800 kilometer. Deze vrijdagavond begint het toernooi in Rome met het duel tussen Italië en Turkije. Nedeland trapt zondagavond af in de Arena tegen Oekraïne. Maar op welke landen, en welke spelers, moeten we de komende vier weken letten? Wie zijn de kanshebbers, wie zijn de outsiders?

EK voetbal: programma en uitslagen

De favorieten

In de groep der favorieten, Groep F met Frankrijk, Duitsland én Portugal (Hongarije is de vierde), is Frankrijk de grootste favoriet. De regerend wereldkampioen heeft voor een groot deel dezelfde selectie als drie jaar geleden, heeft in middenvelder N’Golo Kanté de belangrijkste speler van de wereld van dit moment en voegde voor het eerst in zes jaar Real Madrid-spits Karim Benzema toe aan de selectie. Al is het maar de vraag hoe fit hij is, nadat hij afgelopen dinsdag geblesseerd van het veld moest tijdens de oefeninterland tegen Bulgarije. Volgens de Franse bond kan hij gewoon meedoen in het openingsduel tegen Duitsland, en is daarmee het indrukwekkende aanvalstrio Benzema, Mbappé en Griezmann compleet.

Frankrijk heeft in elke linie topspelers met ervaring, snelheid en techniek en heeft in bondscoach Didier Deschamps iemand die voor rust in de tent zorgt. Dat is, gezien de recente geschiedenis van het Franse elftal op eindtoernooien, misschien nog wel het belangrijkste.

Het nationale elftal uit het land van catenaccio, het land „dat niet van je kan winnen, maar waar je wel van kan verliezen” (Johan Cruijff), speelt nu al een paar jaar attractief voetbal. Onder bondscoach Roberto Mancini braken aanvallende spelers als Nicolò Barella en Federico Chiesa door en is Italië inmiddels 27 wedstrijden ongeslagen. In september vorig jaar speelde de Italianen in Amsterdam Nederland kapot in de Nations League. De wedstrijd eindigde in een geflatteerde 0-1.

Dit EK moet blijken of de Italianen met een team zonder echte vedettes ver kunnen komen. De doelpunten komen van spits Ciro Immobile, Marco Verratti en Lorenzo Insigne moeten voor creativiteit zorgen. En Italië mag dan wel aanvallend spelen, de achterhoede is nog steeds prima in orde. Met veteranen Giorgio Chiellini (36) en Leonardo Bonucci (34) staat ruim tweehonderd interlands aan ervaring in het centrum van de verdediging.

De groepsindeling van het EK.

Duitsland mag dan niet meer zo goed zijn als tijdens het WK 2014, nog altijd speelt het elftal, voor de laatste keer onder leiding van bondscoach Joachim Löw, met dezelfde aanvallende intenties. De ploeg scoort makkelijk, bleek nog maar eens uit de oefenwedstrijd maandag tegen Letland, die eindigde in 7-1.

Defensief zijn de Duitsers echter kwetsbaar. Op oudgediende Mats Hummels na heeft geen van de verdedigers ervaring met het spelen van een EK, en Antonio Rüdiger en Niklas Süle zijn niet de snelste verdedigers. In de WK-kwalificatie verloor Duitsland verrassend met 2-1 van Noord-Macedonië, een van de tegenstanders van Nederland op dit EK.

Daar staat tegenover dat Löw op het middenveld en in de aanval met Ilkay Gündogan, Joshua Kimmich, Serge Gnabry, Kai Havertz en Leroy Sané genoeg creativiteit kan opstellen. Meest opvallende naam is die van Thomas Müller, de assistkoning van de Bundesliga afgelopen seizoen, die net als Hummels voor het eerst sinds 2018 weer bij de Duitse selectie zit.

Op papier tot de sterkste ploegen van een EK behoren, om vervolgens tegen te vallen. Het zou voor Engeland niet de eerste keer zijn. Toch stemt de selectie van bondscoach Gareth Southgate dit eindtoernooi weer optimistisch. Met name op het middenveld en voorin kan Southgate spelers in vorm opstellen. Phil Foden, Jack Grealish en Mason Mount hebben geweldige seizoenen achter de rug, en spits Harry Kane werd voor de derde keer topscorer van de Premier League. Ook is er overdaad aan goede links- en rechtsbacks, zelfs na de blessure van Trent Alexander-Arnold.

Lees ook dit interview met Oranje-supporters in Den Bosch: ‘Om mensen straks samen zo te zien, dat is het mooiste’

Het is alleen de vraag of ze ook goed samen kunnen spelen en of Southgate ze allemaal tegelijkertijd durft op te stellen. Waarschijnlijk kiest de bondscoach voor iets meer zekerheid en stelt hij de pas net van een blessure herstelde Jordan Henderson op. Dat is een gok, want of de captain van Liverpool na maanden zonder wedstrijden fit genoeg is, dat moet nog blijken.

België heeft nog nooit een eindtoernooi gewonnen, maar staat al sinds 2018 vrij stevig bovenaan in de FIFA-ranglijst, vóór wereldkampioen Frankrijk. Alleen al daarom horen de Rode Duivels tot de topfavorieten. België geniet al jaren van deze unieke, talentrijke generatie, maar de tijd gaat dringen. Misschien kwam het uitstel van het EK vanwege de coronapandemie de ploeg van bondscoach Roberto Martinez het allerslechtst uit. Enkele van de grote spelers vormen vraagtekens. Eden Hazard heeft weinig laten zien bij Real Madrid, topschutter Kevin De Bruyne van Manchester City brak zijn neus en een oogkas in de finale van de Champions League - maar is er wel bij. Andere toppers bij de Belgen zijn Romelu Lukaku en Yannick Carrasco. De voormalige Ajacieden Jan Vertonghen (34) en Tobi Alderweireld (32) zijn er nog steeds bij, maar worden wel een dagje ouder.

Andere kanshebbers

De huidige nummer zes op de wereldranglijst, Spanje, heeft al een flink aantal jaren niet meer de statuur van de fenomenale groep die de internationale voetbalwereld overheerste tussen 2008 en 2012, toen La Roja twee keer Europees kampioen werd, en tussendoor (2010) de wereldtitel won na een finale tegen Nederland. Nu werd het team kort voor de EK-start onaangenaam getroffen door coronanieuws: Barcelona-middenvelder Sergio Busquets testte positief, waardoor de laatste oefenwedstrijd, tegen Litouwen, moest worden afgezegd. Maar bondscoach Luis Enrique wil hem alsnog opnemen in zijn ploeg, zodra hij beschikbaar is.

Na het verdwijnen van iconen als Xavi, Andrès Iniesta, David Villa en Gerard Piqué zijn er weinig sterren over: de beste is middenvelder Thiago Alcántara van Liverpool. Interessant is de opkomst van Pedri, die een jaar geleden, toen het EK oorspronkelijk zou worden gespeeld, nog niet eens fullprof was. Onder Ronald Koeman kwam de 18-jarige middenvelder razendsnel tot bloei bij FC Barcelona.

Was de winst van Portugal op het vorige EK een grote surprise, deze keer zou het een stuk minder verrassend zijn als de Portugezen ver komen. Cristiano Ronaldo is nog altijd de vedette, maar in zijn schaduw hebben andere landgenoten zich de laatste jaren ontwikkeld tot belangrijke spelers voor hun clubteams.

De pas 24-jarige Rúben Dias, verdediger van Manchester City, werd uitgeroepen tot speler van het jaar in de Premier League. Ook landgenoten gedijen goed in de Engelse competitie: Bruno Fernandes was afgelopen seizoen de beste speler van Manchester United, en Bernardo Silva en João Cancelo zijn regelmatig basisspeler bij Manchester City.

Onder bondscoach Fernando Santos is Portugal een team dat weinig verliest en met al die individuele klasse loert op een kans. De enige vraag is of Ronaldo het zijn getalenteerde teamgenoten toestaat te schitteren.

Speelsteden per poule.

Kan Denemarken opnieuw verrassen zoals in 1992? Ze kunnen in elk geval profiteren van het thuisvoordeel, want ze werken al hun groepswedstrijden af in het Parken-stadion in Kopenhagen. De Denen zijn onder bondscoach Kasper Hjulmand, die vorig jaar aantrad, aanvallender gaan voetballen. Sindsdien hebben ze slechts een wedstrijd verloren. In maart wonnen ze, in Wenen, met 4-0 van Oostenrijk, een van de tegenstanders van Nederland dit EK.

De ploeg is volledig rondom Christian Eriksen, de nummer 10 van Internazionale, heen gebouwd. Hij zal er niet rouwig om zijn dat het EK vorig jaar werd uitgesteld; toen zat hij op de bank, nu is hij basisspeler van de kampioen van Italië.

Om Eriksen heen staan vooral hardwerkende spelers zoals Pierre Emile Hojbjerg en Martin Braithwaite. Achterin staat een solide achterhoede, met een keeper (Kasper Schmeichel) en centrale verdedigers (Simon Kjaer, Andreas Christensen) die bij buitenlandse topclubs spelen.

Nederland leek onder bondscoach Ronald Koeman bezig aan een snelle wederopbouw, na een aantal jaren zonder eindtoernooien. Maar het wegvallen van aanvoerder Virgil van Dijk, vorig jaar, was een flinke terugslag. Onder bondscoach Frank de Boer, die nog volop sleutelt aan het systeem, heeft Oranje nog weinig indrukwekkends laten zien. Uitblinkers van wereldklasse heeft het team niet, al staan aanvoerder Georginio Wijnaldum en aanvaller Memphis Depay hoog aangeschreven in Europa. Misschien kan Oranje, dat aardig wat jong talent herbergt, voor een verrassing zorgen.