Recensie

Recensie Beeldende kunst

Weefkunst van Hella Jongerius is zintuiglijk en hooggestemd

Tentoonstelling Op een expositie in Berlijn toont ontwerper Hella Jongerius een geweven kosmos. Het veroorzaakt een roerend soort spanning, alsof je als toeschouwer wordt ingeklemd tussen het oude ambacht, het materiaal en het verval.

Werken uit de serie ’Woven Systems’ van Hella Jongerius op de tentoonstelling ‘Woven Cosmos’ in Martin-Gropius-Bau in Berlijn.
Werken uit de serie ’Woven Systems’ van Hella Jongerius op de tentoonstelling ‘Woven Cosmos’ in Martin-Gropius-Bau in Berlijn. Foto Laura Fiorio

Het tikt en gonst in de Berlijnse Martin-Gropius-Bau. In het centrum van Hella Jongerius’ tentoonstelling Woven Cosmos draaien de klosjes van een touwvlechtmachine hypnotiserende cirkels om elkaar heen en weven een omhulsel om de streng draden in het midden. In een andere ruimte zit een medewerker van het Jongeriuslab op een verhoging en spint sereen een draad uit een van de wolkachtige bollen wol die aan het plafond hangen.

Gedurende de hele tentoonstelling van Jongerius, tot half augustus, zullen er draden worden gesponnen en touwen worden gevlochten in de Gropius-Bau. Woven Cosmos is geen afgerond geheel, maar eindeloos in wording – en terwijl er nieuwe touwen en draden ontstaan, tonen andere werken van Jongerius nadrukkelijk rafelranden en open eindjes. In de serie Woven Windows bijvoorbeeld, weeft Jongerius geabstraheerde uitzichten uit een raam, een hooibaal op een veld of dennenbomen op een helling. Volmaakte, glanzende vlakken worden afgewisseld door stukken wandkleed waar de draden van lijken uitgehaald of losgeknipt en die je onwillekeurig glad zou willen strijken.

Lees ook het interview met Hella Jongerius. ‘Er is geen waarheid in kleur’

In de eerste zaal hangen twee bundels aan het plafond, de ene bestaat vooral uit kleurrijke spanbanden en dik touw, de andere heeft naast zeiltouw ook een bos riet en een bolletje wol dat hangt aan lussen van donker glas.

Dat contrast tussen de bedrijvigheid van de medewerkers van het Jongeriuslab (er wordt ook nog een enorm weefgetouw bediend en een touwladder geknoopt), de ogenschijnlijk onverwoestbare zeiltouwen, en die rafelende vlakken en uiteindes touw geven Jongerius’ tentoonstelling een roerend soort spanning, alsof de toeschouwer tussen het eeuwenoude ambacht en de dito inspanningen, en het verval, wordt ingeklemd.

Kijkdoos

Een ander soort hoogtepunt vormt de laatste zaal, weg van de ijver van het ‘lab’. De serie Woven Systems bestaat steeds uit twee, drie of vier weefsels die met een paar decimeter tussenruimte achter elkaar hangen, aan een rek aan de wand. De eerste lagen zijn steeds tot op zekere hoogte doorzichtig, wat het effect van een kijkdoos geeft: wanneer je als toeschouwer voor het werk beweegt, vallen de lagen steeds op een andere manier over elkaar heen. Een werk heeft als buitenste materiaal een heel fijn zwart soort kaasdoek, met opengewerkte banen. De tweede laag bestaat uit een raster van zwarte plastic laddertjes; het achterste doek heeft kleurrijk borduursel.

In diezelfde zaal hangt ook een metershoog weefsel van heel andere aard: het is verpakkingspapier, zoals je dat normaal in een schoenendoos aantreft, in heel brede banen in elkaar geweven, schijnbaar op zijn plaats gehouden door een paar slordig gespannen zwarte touwen. Het witte papier bolt onweerstaanbaar op als dons.

De catalogus bij de tentoonstelling staat uitgebreid stil bij de morele aspecten van geïndustrialiseerde productie. Veel van het materiaal dat gebruikt is voor de tentoonstelling is gerecycled. Jongerius, bekend als ontwerper, zegt de relatie tussen mens en omgeving te willen ‘helen’, een soort hooggestemd streven dat ook terugkomt in de titel van de tentoonstelling. Maar Woven Cosmos is, anders dan die teksten doen vermoeden, een heel zintuiglijke ervaring, die niet per se gestut hoeft te worden door grootse ambitie.