Reportage

‘Wat denk jij, bellen ze eerst de mensen die gezakt zijn?’

VMBO-4 Hoe is het om examen te doen in coronatijd? NRC volgt een vmbo-klas in Arnhem. Deze week: de uitslag. „Groeten van de mentor, mam. Ik ben geslaagd!”

In de slaapkamer van Emin Güler past het allemaal net: een bed, een kast, een bureau – gerepareerd met duct-tape nadat Emin het kapot trapte. Dat gebeurde op 18 april toen Vitesse met 2-1 verloor van Ajax in de bekerfinale. Door het raam, op de begane grond van de flat aan de rand van de Arnhemse wijk Geitenkamp kreeg hij in maart de boodschappen aangereikt van de Jumbo aan de overkant. Hij had corona, net als vijf klasgenoten uit vmbo-4 van scholengemeenschap Guido.

Stiller dan anders zit Emin woensdagochtend op zijn bed. Vanaf twaalf uur kan de mentor bellen met het verlossende woord: gezakt of geslaagd. Hij stond er goed voor, maar de examens gingen hem misschien net iets té gemakkelijk af en nu slaat de twijfel toe. Misschien heeft hij er gewoon helemaal niks van begrepen en is alles verknald. Even later: „Wat denk jij, bellen ze eerst de mensen die gezakt zijn?”

De minuten tikken langzaam weg in de woonkamer waar een grote ventilator de hitte verdrijft en hondje Jacky, een mini-Jack Russel, voor afleiding zorgt. Moeder Lenie (56) houdt het niet meer – „Ik ga kapót” – en loopt naar het balkon om te roken.

Emin wijst naar een klassenfoto uit de eerste klas. „Toen dacht ik: kinderen in de vierde klas, die zijn heel anders. Maar ik ben nog gewoon hetzelfde.” Als hij slaagt, gaat hij door naar de havo en daarna naar de lerarenopleiding. Het doel: hoogleraar geschiedenis worden.

Lenie is trots. „Hij is de enige in de familie die net als ik een diploma haalt.”

Tegen Emin: „Ik hoop dat je doorstudeert. Er zit veel meer in die hersenpan.”

Emin kreeg een vmbo-advies in groep acht, omdat zijn leraar hem „haatte”. „Serieus, omdat ik Koerdisch ben”.

Lenie: „Beter onderschat en meer tijd, dan overschat en meteen weg.” Zelf deed ze atheneum en daarna de Koninklijke Militaire Academie. Ze zat als militair in Libanon. Daarna ging het mis: een posttraumatische stress stoornis („In die tijd werd je nauwelijks opgevangen”) en drugs („In een keer gestopt toen Emins broer werd geboren”). Nu is ze afgekeurd. Diabetes, een longziekte: het ging niet meer. Ze schildert en maakt lampen van lege bierflesjes. Het gezin, naast Lenie en Emin woont broer Willem (21) nog thuis, krijgt een uitkering. Er is drie euro per dag voor boodschappen, zegt Lenie. Wat je daarvoor koopt? Lenie: „Brood.”

„En rijst of macaroni”, zegt Emin.

Lenie: „Als je cum laude haalt, gaan we wandelen en een ijsje eten.”

Om vijf voor half een gaat Emins telefoon. Lenie vouwt haar handen en sluit de ogen. Als Emin even later stralend zijn duim opsteekt, rollen de tranen over haar wangen. „Groeten van de mentor, mam. Ik ben geslaagd!”

„Jeeeeeeeeeeee!”, roept Lenie.

Emin, beduusd: „Hij zei dat ik góed geslaagd ben. Met mooie cijfers!”

„Zie je wel”, zegt Lenie. „Wees toch eens niet zo onzeker! Hier heb je dus vier jaar voor gestreden! Hoe voel je je?”

Poeh, zucht Emin. „Blij? Opgelucht?” Het dringt nog niet echt door. Eerst maar eens z’n vrienden appen. En een feestje? Komt later wel, denkt hij. „Op de 20ste, dan krijgen we weer geld.”

Later die middag is het toch feest. Op het schoolplein van het Guido komen alle eindexamenleerlingen samen om hun handtekening onder de cijferlijst te zetten. Rick is tegen alle verwachtingen in geslaagd: „Bizar!” Isa en Alisha kunnen het ook niet geloven. „Ik ben zooooo blij!”, roept Alisha. Isa’s vader moest huilen toen hij hoorde dat ze geslaagd was. „En mijn moeder heeft alles gefilmd.”

Bitterballen en ellebooggroeten

Terwijl huismeester Paul Terpstra rondgaat met een schaal bitterballen, delen docenten ellebooggroeten uit aan de geslaagden. Ze zijn opgelucht: bijna iedereen heeft het gehaald – net als in een normaal jaar. Van de 24 leerlingen in vmbo-4 hoeven er maar twee een herkansing en in havo-5 kregen twee leerlingen cum laude.

Een dag eerder zag geschiedenisdocent Erik-Jan Hakvoort het nog somber in. Zijn vak was „behoorlijk slecht” gemaakt. Maar toen vanochtend de normering bekend werd (zie kader) bleek het enorm mee te vallen. De uitslag past in het beeld dat hij al had: de corona-epidemie heeft de extremen uitvergroot, maar voor de meeste leerlingen is er niet veel veranderd. „Leerlingen die goed gedijen op structuur en regelmaat, hebben het iets slechter gedaan en leerlingen die het heerlijk vinden om in alle rust thuis te werken, hebben betere cijfers.”

Joëlle zit intussen stilletjes tussen haar feestende klasgenoten. Haar wacht nog een herkansing voor biologie. „Je gaat het redden, meis”, zegt haar docent. „We slepen je er doorheen.”