Maryam Gholizagdan (1956-2021) was altijd aan het naaien, koken en adviseren

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Maryam Gholizagdan (1956-2021) had een naaiwinkel in Hoofddorp: half winkel, half inloophuis.

Maryam met haar dochter Fariba tijdens diens beëdiging tot advocaat. Fariba besloot haar moeder een bos bloemen te geven en haar te danken voor alles.
Maryam met haar dochter Fariba tijdens diens beëdiging tot advocaat. Fariba besloot haar moeder een bos bloemen te geven en haar te danken voor alles. Foto Privécollectie

Altijd aan het werk zijn én op elk moment klaarstaan voor anderen; het lijkt een tegenstrijdige combinatie. Toch was dit wat Maryam Gholizagdan kenmerkte. Drieëntwintig jaar repareerde én ontwierp ze kleding als eigenaresse van het De Gouden Schaar-filiaal in het Hoofddorpse winkelcentrum Skagerhof, dat tevens diende als een officieus inloophuis voor iedereen die een luisterend oor zocht. Bezoekers van het winkelcentrum noemden Maryam „de parel van Hoofddorp”, vanwege haar vriendelijke lach en gezwaai achter het raam. Op 31 maart is ze onverwachts overleden.

„Maryam was de sterkste vrouw die ik ooit heb ontmoet”, vertelt Sana Assalhi, die 25 jaar bevriend met haar was. „Zij was altijd positief, zorgzaam voor haar kinderen, en stond klaar voor iedereen. Je bent te sterk voor een mens, zei ik vaak tegen haar.”

Dat Maryam een eigen naaiatelier zou bestieren, lag in de lijn der verwachtingen, maar het ging niet zonder slag of stoot. Als kind had zij al een passie voor breien, borduren en naaiwerk, en op haar veertiende runde ze in Iran al haar eigen naaiatelier. Ze studeerde ook voor verloskundige, een baan die ze op haar zestiende oppakte in hetzelfde ziekenhuis waar haar echtgenoot werkte, die toen ambulancebroeder was.

In 1990 kwamen Maryam, haar man en hun vijf kinderen naar Nederland, waar het gezin al snel een woning in Hoofddorp kreeg. „Die eerste jaren waren erg moeilijk. We moesten onze familie achterlaten en een nieuwe taal en cultuur leren”, vertelt dochter Fariba. „Maar mijn moeder was altijd sociaal en leergierig.”

In korte tijd leerde Maryam Nederlands. Ze kwam te werken bij een Amerikaans naaiatelier. Graag wilde ze hier weer als verloskundige aan de slag, maar dan zou ze opnieuw moeten studeren – wat niet mogelijk was met vijf kinderen. Het ondernemerschap kriebelde bleef haar droom. Ze maakte bij het arbeidsbureau en de gemeente duidelijk een eigen naaiatelier te willen beginnen, maar werd niet serieus genomen. „Ze wilde zo graag een eigen zaak, en geloofde sterk in zichzelf, dus ze bleef doorzetten”, zegt Sana. Dankzij een tip van een goede vriendin kon Maryam in 1998 de Gouden Schaar aan de straat Skagerrak openen.

De Gouden Schaar was een nieuw begin. Maryam was dolgelukkig met een eigen zaak waar ze zich aan haar passie kon wijden. „Mijn moeder was een zeer gelovige moslima, en ze kon haar energie kwijt in het werk en vond daarin ook de rust om met God te communiceren”, zegt Fariba. Daarnaast genoot Maryam ervan creatief te zijn met kleding.

Maar het mooiste aan haar werk vond Maryam het warme contact met de klanten, die ze steevast aansprak met „Hallo lieverd”. In haar zaak stonden een bank en wat stoelen, waar mensen vaak wel een uur bleven hangen. „Soms kwam ik in de winkel en zat iemand daar te vertellen over een overleden vriendin, een ziek kind of eenzaamheid”, herinnert Sana zich. „Ze was een luisterend oor, maar gaf ook altijd positieve energie”. Daarnaast gaf Maryam mensen praktische adviezen voor homeopathische middeltjes of bepaalde recepten. Dit werd gewaardeerd: ze kwam vaak na werk thuis met wéér een bos bloemen van een dankbare klant.

De zorgzaamheid beperkte zich niet tot werktijd. Maryam kookte graag in grote hoeveelheden, waarvan ze porties langsbracht bij ouderen in de buurt, mensen die eenzaam waren of die het krap hadden. „Om even te laten weten: er wordt aan je gedacht”, zegt Fariba.

„Maryam was de sterkste vrouw die ik ooit heb ontmoet”, vertelt vriendin Sana Assalhi. Foto Privécollectie

De pandemie en lockdowns vond Maryam verschrikkelijk. Niet naar werk, sociale contacten minimaliseren, geen spontaniteit: het stond allemaal haaks op wat Maryam juist zo dreef. Stilzitten kon ze niet, dus nam ze werk mee naar huis. Met haar zoon Hadi kookte ze afgelopen Oudjaarsdag voor Hoofddorpers met een laag inkomen. „We hebben toen aan zo’n 120 mensen Iraanse maaltijden uitgedeeld. Dat was prachtig”, vertelt Hadi. Maryam had nog veel plannen, waaronder het opzetten van een soort buurthuis. Daar wilde ze mensen bijeenbrengen om elkaar te steunen, terwijl Maryam thee, koekjes en levensadviezen zou serveren.

Na haar plotse overlijden werd een condoleanceregister in het winkelcentrum van Skagerrak geplaatst: twee boeken werden volgeschreven. Via Facebook, Linkedin en Google Reviews werd medeleven betuigd. Bij het opruimen van het winkelpand werden Maryams kinderen benaderd door veel emotionele klanten. „Een jongen kwam vol ongeloof vragen of het klopte dat ze overleden was”, zegt Hadi. „Het bleek dat mijn moeder hem had geholpen bij het bijleggen van de ruzie met zijn moeder, met wie hij alle contacten eerder verbroken had.”

Sana vroeg Maryam eens of ze nooit moe werd van al dat werken en zorgen voor anderen. „Dan lachte ze en wees naar boven. Ze zei dan: ik heb Hem! En van Hem krijg ik kracht en energie. Laat alles aan God over en het komt goed” – een advies dat ze worstelende klanten en kennissen ook vaak gaf. Daarnaast deelde ze graag Perzische spreekwoorden in het Nederlands. „Zoals: ‘De liefde kan een doorn in een bloem veranderen’”, zegt Fariba. „Dat was één van de vele mooie boodschappen van mijn moeder: zet vooroordelen opzij en wees lief voor elkaar, dan kun je haat omzetten in liefde.”